Maandelijkse archieven: juni 2013

Ondergedoken getuige binnen een uur opgepakt

OM haal alles uit de kast om overvallers Haarlemse juwelier achter tralies te krijgen

door Arno Ruitenbeek

Amsterdam – Het openbaar ministerie haalt alles uit de kast om de Amsterdamse overvallers van een Haarlemse juwelier achter tralies te krijgen. Dat merkte een ondergedoken getuige gisteren. Binnen een uur was Abdelhakim H. getraceerd op zijn schuiladres.
Bij het begin van het driedaagse hoger beroep bleek dat de politie er ondanks een intensieve speurtocht niet in was geslaagd vermoedelijke bendechauffeur H. (21) op te pakken. De advocaat-generaal wilde het hoofd in de schoot werpen, maar liet zich inspireren door het Amsterdamse gerechtshof, dat onmiddellijk actie gelastte: ,,Desnoods wordt het maandag of dinsdag.” Even later werd H. al afgeleverd in het cellencomplex van het nieuwe paleis van justitie aan het hoofdstedelijke IJdok.
Wijzer werd het hof niet van hem. Want in zijn eerste verhoor bij de recherche bekende hij huilend en gedetailleerd medeplichtig te zijn. Kort na de overval op juwelierszaak Langerak aan de Anegang op 27 oktober 2010, reed H. in zijn eigen auto Achmed el K. (20) met de gestolen sieraden naar Den Bosch voor een afspraak met de dubieuze opkoper Joey P. (23). De laatste legde 56.000 euro neer voor de 5,6 kilo juwelen, niet eens de helft van de werkelijke waarde.
Maar getuige H. wist nergens meer van, mogelijk uit angst voor represailles. Mede door de vele tegenstrijdige verklaringen en het stilzwijgen van andere betrokkenen, kwam het bij de Haarlemse rechtbank na een slepend proces in maart van het vorig jaar tot vrijspraak van zes van de negen verdachten. Gebrek aan bewijs, luidde het vernietigende oordeel. Van de 56 mille is bijvoorbeeld geen cent teruggevonden. Als enige overvaller kreeg de destijds zeventienjarige Nouaman T. twee jaar jeugddetentie, waarvan een kwart voorwaardelijk. Hij zou ook degene zijn geweest die chauffeur H. heeft ingeschakeld. De heling dan wel het witwassen van de opbrengst leverden El K. en P. respectievelijk op een jaar, waarvan vier maanden als stok achter de deur en vijf maanden cel.
Het OM is echter van meet af aan 100 procent zeker geweest dat het de juiste jongens en mannen te grazen had. Eisen tot vier jaar zoals in Haarlem lijken er begin volgende week dan ook weer uit te rollen voor het goed georganiseerde, gewelddadige misdrijf. Vier vermomde en gewapende mannen mepten met hamers de vitrines kort en klein in bij de juwelier. Nadat ze hun slag hadden geslagen, renden de daders naar hun scooters en scheurden weg door het drukke Haarlemse centrum. Aan de rand van de stad stapten ze over in een gereedstaande bestelbus.Op 22 oktober hadden twee ploegen van, deels dezelfde drie verkenners goed rondgekeken in en rond de winkel.

Twee overvallers woning Hoofddorp houden bij hof vol: ‘Er was derde dader’

Poging om straf van zes jaar en negen maanden flink omlaag te krijgen

Door Arno Ruitenbeek

Amsterdam – Twee overvallers van een Hoofddorpse woning willen in hoger beroep een veel lagere straf krijgen, met de theorie van een derde dader.  De eis luidt 6,5 jaar elk.

Dat is welgeteld drie maanden gevangenisstraf minder dan de Haarlemse rechtbank in september van het vorig jaar heeft opgelegd. Niet omdat de advocaat-generaal Homar A. (29) uit Nieuwegein en Otman B. (27) uit Amsterdam gelooft dat zij op 18 mei 2012 gedrieën het huis aan de Hanstholm in Hoofddorp zijn binnengedrongen. De AG heeft haar eis gestoeld op de landelijke richtlijnen voor dit soort ernstige geweldsmisdrijven en het strafblad van beide verdachten. Daardoor komt ze gisteren iets lager uit dan de rechters gepast hebben gevonden.

Die zijn in hun vonnis overduidelijk: A. en B. zijn samen in B.’s auto naar Hoofddorp gereden. Ze doen zich voor als glazenwassers op zoek naar nieuwe klanten. Waar niet worden opengedaan op bellen of kloppen, is niemand thuis. Als er dan ook nog een raam openstaat, kunnen ze naar binnen om te pikken wat van hun gading is. Al na de derde poging denken ze geluk te hebben.

Vastgebonden

Maar terwijl A. beneden de boel doorzoekt, komt B. in de slaapkamer op de eerste verdieping oog in oog te staan met de man des huizes die onder douche vandaan komt. De bewoner wordt onder bedreiging van een schroevendraaier op bed gekwakt en vastgebonden. Als ook nog de, door een buurman getipte politie voor de voordeur staat, smeren de insluipers ‘m met als buit een paar mobieltjes, sieraden, horloges en geld.

A. wil over een hekje springen, valt en raakt even bewusteloos. Weer bij kennis, vlucht hij een huis in de wijk in en verstopt zich op zolder. Daar wordt hij gevonden en gearresteerd. Net als B., die via de nabijgelegen sloot wil ontkomen maar wordt opgewacht door agenten. Vooral A. en zijn advocaat betogen bij het Amsterdamse gerechtshof een- en andermaal dat er sprake is geweest van een derde man. ,,Ik ben niet op boven geweest.” Signalement van nummer drie: Noord-Afrikaans, sportief gekleed. A: ,,Zoals ik. “

Het zou een vriend zijn geweest van B., die dat weer ontkent. A: ,,Hij durft geen namen te noemen, want anders wordt hij ook vermoord, zoals veel Marokkanen de laatste tijd in Amsterdam.” De aangever heeft slechts twee mensen gezien, zijn dochter die zich verstopt onder een tafel vier schoenen en ook de politie heeft niet meer dan twee personen in de kijker gehad.

De uitspraak is op 10 juli.

 

ARTHURS VAL: MANNA VOOR TOLKIEN-FAN

tolkien

Om de Tolkien-verslaving te onderhouden.

‘Nieuw’ werk van ‘In de ban van de ring’-auteur vanaf 26 juni in de boekhandel

 

J.R.R. Tolkien: Arthurs val

Boekerij

18,95 euro, e-book 12,99 euro

 

De vijand vóór hen, vlammen achter hen

Altoos ijverig  oostwaarts reden zij.

Het volk vlood hen  als ’t vurig oog Gods,

tot de aarde leeg was,   geen oog hen zag

en geen oor hen opving  in eind’loze heuvels,

op vogel en dier na  die dreigend loerden

in ’t lege land.  Ten leste bereikten zij

het Demsterwold  onder donkere bergen:

wildernis achter hen,  wallen voor hen;

op heemloze heuvels  al hoger rijzend,

wijd, onverwonnen,  lag ’t woud omneveld.

De geestelijke vader van ‘In de ban van de ring’ begon in de jaren dertig van de vorig eeuw ooit aan een zogenoemd allitererend vers in Oudengels, waarin hij zijn versie wilde geven van de legende van koning Arthur – en dan specifiek het eind van de mythische vorst.

Bovenstaande passage (met een uiterst kundige vertaling van Renée Vink) geeft wellicht aan waarom Tolkien niet verder kwam dan vier hoofdstukken of canto’s. Het oude Engelse metrum met zijn bijbehorende verstechniek is van een dermate grote complexiteit en vergt zoveel kennis van zaken, dat de hoogleraar tijd te kort kwam om al zijn ideeën uit te werken. ‘De Hobbit’ kwam op de markt in 1937 en werd een succes. Een vervolg moest er komen, dat werd na veel zwoegen ‘De Ring’ (1954-1955).

‘Arthurs val’ bleef dus onderop de groeiende stapel manuscripten en aantekeningen liggen. Zoals gezegd, waarschijnlijk doordat het monnikenwerk is om de stafrijm goed te krijgen. De voornaamste (sterkst beklemtoonde) lettergreep van iedere helft van de samengestelde woordgroepen (wijd, onverwonnen/lag ’t woud omneveld) moet met dezelfde medeklinker beginnen, en slechts als die medeklinker er niet is, met een klinker. Het gaat niet om letters of spelling, en in die zin is alliteratie of beginrijm een fout begrip, maar om klankpatronen. Alleen als de klank goed is, ontstaat balans tussen de twee woordgroepen die samen een complete regel vormen.

Legenden

Tolkien (1892-1973) wees zijn zoon Christopher als literair testamentuitvoerder. Dat leidde tot een reeks postume uitgaven, waarvan ‘De Silmarillion’ in 1977 de eerste en ‘Arthurs val’ in 2013 de – voorlopig – laatste is. In de jongste uitgave kiest Christopher gelukkig niet voor een taaie inleiding en een even moeilijk te verteren uiteenzetting over het ontstaan van de Arthurlegenden vanaf de vijfde eeuw na Christus. Hij publiceert het onaffe vers, geeft er korte noten bij om namen en woorden uit te leggen en becommentarieert vaders erfenis in afzonderlijke hoofdstukken als ‘Het gedicht in de Arthurtraditie’ en ‘De evolutie van het gedicht’.

Facultatieve informatie, waaruit Tolkien-liefhebbers datgene kunnen halen wat hen zinvol en nuttig voorkomt om de verhalen over Frodo, Sauron en Midden-aarde nog beter te kunnen begrijpen. Dit is  bepaald geen eenvoudige kost, maar evengoed manna voor wie zoals ik verslingerd is geraakt aan ‘In de ban van de ring’. Zie de overeenkomsten tussen Arthurs laatste veldtocht en de slag om Pelennor en je weet ook al die jaren later waar Tolkien zijn inspiratie vandaan haalde.

ARNO RUITENBEEK 

Kuifje in de Spaarnestad

Stripdagen Haarlem: zwaan-kleef-aan

Kuifje, Fritz the Cat, Michel Vaillant, Sjors & Sjimmie. Deze striphelden zijn vaste gasten op de Stripdagen Haarlem. Net als honderden tekenaars uit binnen- en buitenland en tienduizenden lezers en verzamelaars die al sinds 1992 om het jaar een lang weekeinde in juni niet weg te slaan zijn uit de binnenstad van de Spaarnestad.

Stichting Beeldverhaal Nederland organiseert elk even jaar de Stripdagen Haarlem. De programmadirecteur, al vaak publicist en tentoonstellingsmaker Joost Pollmann, bedenkt de inhoud van het programma en de steeds wisselende thema’s. De Stripdagen Haarlem zijn een zogenoemd zwaan-kleef-aan-evenement. Culturele instellingen en ondernemers in de binnenstad kunnen aanhaken bij de programmering van de stichting.

Dat doen ze van meet af aan in groten getale, want de Stripdagen Haarlem zijn populair. In vergelijking met de vele andere festivals en evenementen in Haarlem trekken Pollmann cs relatief veel bezoekers vanuit heel Nederland (tussen de 20.000 en 25.000). Ook komt een aanzienlijke groep tekenaars, uitgevers en bezoekers uit het buitenland.

Op tientallen plekken in het centrum van de stad kan de stripliefhebber zijn hart ophalen. Een belangrijke plaats wordt ingenomen door de stripbeurzen die de stichting in nauwe samenwerking met Het Stripschap opzet. Veel kunstenaars zijn aanwezig voor signeersessies en meet & greets.

Veel van het artistieke werk dat tijdens de Stripdagen wordt getoond, kan bestaan dankzij het ‘broodwerk’ dat kunstenaars doen in opdracht van bedrijfsleven en overheden. Stichting Beeldverhaal Nederland wil een bijdrage leveren aan creatief ondernemerschap en zorgen voor een kruisbestuiving tussen cultuur en economie. Daarom is er sinds 2008 de Creatieve Marktplaats Haarlem. De creatieve achterban legt er contact met marketing- en communicatieprofessionals die regelmatig illustratiewerk laten maken. Ook de Illustratie Biënnale sluit hierop aan.

 

Floris Jan Bovelander: bedenker van Beach Hockey

‘Ik was een pleintjesvoetballer’

Het Nederlands hockeyelftal sleepte een gouden medaille weg bij de Olympische Spelen 1996 in Atlanta. Het edelmetaal was niet alleen het begin van de enorme opmars van de hockeysport in ons land. Het was ook de laatste wedstrijd van Bloemendaal-speler Floris Jan Bovelander en de opmaat naar een van de bekendste hockeyorganisatiebureaus: Bovelander & Bovelander.

Dat de op 19 januari 1966 in Haarlem geboren Floris Jan het zover schopte in het hockey, is niet verbazingwekkend. Vader Bovelander trainde en coachte de Heren 1 en moeder Bovelander zat in het bestuur van HC Bloemendaal, de club waar Floris Jan vanaf zijn achtste zelf ook ging spelen.

“Toch heb ik zelf nooit het idee gehad dat ik voorbestemd was voor topsport. Ik was een pleintjesvoetballer, rolschaatste, tenniste, omdat ik heel snel verslaafd ben aan ‘het spelletje’. Ik kon en kan eindeloos op iets oefenen, om mijn techniek te verbeteren, doorliep alle hockeyselecties tot en met Jong Oranje en vond het gewoon leuk om mee te maken.”

“Ik kan me wel herinneren dat Jeroen en ik soms meegingen naar en met het eerste, maar volgens mij stonden we vooral met stick en bal te rommelen rond het clubgebouw. Ik stond niet met mijn neus altijd vooraan om erbij te horen. De drive om bij de besten te horen kwam, voor een topsporter, vrij laat, rond mijn 22e of 23e.”

Hij had zijn debuut in Oranje er op dat moment al lang op zitten. Want in 1985 speelde de strafcornerspecialist zijn eerste wedstrijd voor de Nederlandse hockeyploeg. Tot die onvergetelijke spelen in 1996 zouden nog 240 interlands volgen. Daarin liet ‘Boem Boem Bovelander’, ook wel bekend als ‘het kanon met het engelengezicht’, of Flop(pie), liefst 215 doelpunten aantekenen.

Floris Jan speelt nog bij de veteranen van ‘zijn’ kluppie Bloemendaal. En Jeroen en hij leiden in Haarlem een hockeyorganisatiebureau. Bovelander & Bovelander geeft bijvoorbeeld hockeyclinics en –kampen, exploiteert sporthal Tetterode in Overveen en is de bedenker van Beach Hockey. Door het mulle zand is strandhockey extreem vermoeiend, dus moeten de spelers zeer creatief en technisch en tactisch zeer vaardig zijn met de speciale sticks en grote bal.

Killing 2: te veel van het goede

Hewson

Te veel van het goede.

David Hewson: De Killing 2

Boekerij

19,95 euro, e-book 12,99

Tergend langzaam ontwikkelt zich een ijzersterk plot, waarin alles zit dat een thriller tot een topper maakt. Toch redt het tweede Killing-boek, gebaseerd op de gelijknamige Deense tv-serie, dat niet.

Dat ligt niet alleen aan het gebrek aan tempo. Hewson (en voor hem scenarist Sveistrup) heeft helaas de maat uit het oog verloren.  De basis is nog vrij simpel en overzichtelijk: blijkbaar heeft een groep Deense militairen tijdens hun uitzending naar Afghanistan een ‘onschuldig’ gezin uitgemoord. De afrekening met de soldaten heeft op niet zachtzinnige wijze plaats in hun geboorteland.

Omdat ook de moord op een vermeende oorlogsmisdadiger moord is, mag de politie het onderzoek  doen. En daar verliest Hewson zich in zijn manmoedige poging alle eindjes aan elkaar te knopen. Een rits hooggeplaatste figuren uit het leger en de politiek bemoeien zich met de uitdijende affaire; ze krijgen allemaal de ruimte op de ruim 500 pagina’s. Dan zijn er de vele moeilijke types, met voorop de van Killing 1 bekende rechercheur Lund, die ook allemaal hun zegje en kunstje moeten doen.

Je bent bijna blij als de moordenaar weer heeft toegeslagen, zodat al het gesomber en strategische ge-oh voor korte tijd voorbij is. Want het is prima hoor, een thriller met liefde, wraak, eerzucht, haat en andere menselijke tekortkomingen. Maar zoals Chico Marx al zei: ‘You know what a lot is? It’s a too much’. Dat was een komiek. Laat nu humor totaal ontbreken.

ARNO RUITENBEEK

HAARLEMSE OPLICHTSTER SPOORLOOS

Angelique K. (36) laat zich niet zien op ‘eigen’ hoger beroep

Door Arno Ruitenbeek

Amsterdam – De Haarlemse oplichtster Angelique K. (36) is spoorloos. Ze heeft zich vandaag (19 juni) niet laten zien bij het, nota bene door haarzelf ingestelde hoger beroep.

Het Amsterdamse gerechtshof heeft na ampel beraad besloten het proces voor onbepaalde tijd uit te stellen om te proberen haar te traceren. Een makelaar die zou getuigen, is onverrichter zake teruggekeerd naar zijn werk. Om hem een volgende keer niet weer – en mogelijk opnieuw- met een paar onbetaalde werkuren op te zadelen, heeft het hof besloten dat een van hen de getuige achter gesloten deuren zal horen. Het proces-verbaal van dit verhoor wordt gebruikt bij de nieuwe zitting.

Die komt er wel, over een paar maanden. Maar of Angelique dan wel aanwezig is, is sterk de vraag. Noch haar advocaat, noch de advocaat-generaal of het hof heeft ook maar het flauwste idee waar ze uithangt. Ze is in oktober 2012 officieel uitgeschreven op het ene adres in Haarlem en op het tweede adres dat van haar bekend is, woont ze volgens de raadsman al enige tijd niet meer. Ze staat in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) geregistreerd als ‘vertrokken, onbekend waarheen’. Volgens de advocaat en de AG is haar status die van ‘zonder vaste woon- of verplaats in Nederland’.

Riskeren

Slim lijkt het niet. Om in appel te komen tegen de door de Haarlemse rechtbank opgelegde acht maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk plus een psychiatrische behandeling en dan op het moment suprème weg te blijven. Appelleren is riskeren: een hogere straf is zo uitgedeeld. Wat K. als de beste weet, want het vonnis bij de rechtbank was al hoger dan de eis voor tweevoudige valsheid in geschrifte: vijf maanden cel, waarvan drie maanden voorwaardelijk.

Een van de slachtoffers van K.’s verhalen is de uitbater van café Classics aan de Kruisstraat in Haarlem. Hij komt in september 2011 met de vrouw overeen dat ze voor 100.000 euro de tent zal kopen. Ze ondertekent de koopovereenkomst die de makelaar haar aanreikt met Angelique van der Weide, maar betalen doet ze nooit. De ene na de andere smoes rolt uit haar mond.

Criminelen

In februari 2012 koopt ze onder de naam Angelique van der Weide een huis aan de Altius in Hoofddorp. De naam is net zo vals als de handtekening, blijkt uit onderzoek. De verkoper zit met de gebakken peren. En K.? Die bleef in Haarlem volhouden ze de speelbal was van een bende keiharde criminelen, die haar dwongen eerzame burgers en zakenlieden af te persen en zwart geld wit te wassen. Een pathologische leugenaar, luidde de mening van de aanklager en de rechters.

In december 2011 is K. voor oplichting en flessentrekkerij al veroordeeld tot een half jaar, waarvan drie maanden als stok achter de deur. Alberto Stegeman heeft haar in zijn SBS6-programma ‘Undercover in Nederland’ flink te kijk gezet.

Personeelsteam Detailresult rent 45 mille bijeen

Personeelsleden van Detailresult hebben maar liefst 45.108 euro bijeen gerend tijdens de jongste RoPaRun. Met dat lieve sommetje kan het leven van vele kankerpatiënten worden veraangenaamd.

Detailresult is het in Velsen (Noord-Holland) gevestigde moederbedrijf van de supermarktketens DekaMarkt en Dirk,Bas,Digros. Onder de naam D-Run deden medewerkers van Detailresult mee aan de 500 kilometer lange estafetteloop, waarmee geld wordt ingezameld voor een beter leven voor kankerpatiënten.

Op zaterdag 18 mei begon de RoPaRun in Parijs en Hamburg. Op maandag 20 mei arriveerden de duizenden lopers in Rotterdam. De negen Bas-filialen in de Maasstad waren die dag open en verkochten eierkoeken, waarvan de opbrengst eveneens naar dit goede doel ging. Het D-Runteam had de hele 500 kilometer lang de steun van collega’s en klanten van de winkels in het land.

De ruim 45 mille die ‘zijn’ team aan de organisatie kon overhandigen, maakte CFO Detailresult groep Bart Oprel trots: “Wat een kanjers, dat ze zo’n geweldig bedrag hebben opgehaald.”De 2013-editie van RoPaRun bracht in totaal ruim 5,5 miljoen euro op.

MOORD IN ALKMAAR

Een verzameling waargebeurde verhalen

Jaap van der Heiden komt op 10 april 1993 tijdens proefverlof  thuis. Aan de voordeur van het grachtenpand aan het Luttik Oudorp in Alkmaar hangt een plastic tas met een bom die van afstand tot ontploffing wordt gebracht als Jaap ervoor staat. Korte tijd later overlijdt de drugsbaron.

Twintig jaar later is deze moord nog steeds onopgelost. En het is niet de enige liquidatie in Alkmaar, waarvoor niemand achter tralies is verdwenen. De namen van Coen de Nijs en Fabian Brands, beiden gedood in 2001, en die van Mark Kerssens, om het leven gebracht in 2003, staan symbool voor de vaak amateuristische, om niet te zeggen ongeïnteresseerde wijze waarop politie en justitie onderzoek deden.

Ik heb als journalist voor het Noordhollands Dagblad al veel over en andere halsmisdrijven geschreven. En heb daarbij me menigmaal bekreund over de falende autoriteiten. Dat ga ik hier niet herhalen. Maar wie daarin geïnteresseerd is, wil ik met alle plezier bijpraten. Mail, bel of twitter me en we maken een afspraak.

Wat ik wel wil met deze verzameling verhalen? Voorkomen dat de slachtoffers en nabestaanden worden vergeten. Dat doe ik in de vorm van een gids door moorddadig Alkmaar. De eerste hoofdstukken zijn gereed en vindt u hieronder. Later volgen er meer. Aan het eind volgt een routekaart met afbeeldingen van de plaatsen delict.

 Leest en huivert. En, hebt u een idee over een kwestie waarover ik zou moeten schrijven, aarzel niet me te mailen of bellen. Dan gaan we aan de slag. Opdat de herinnering aan dierbaren blijft.

Oudorp,  13 juni 2013

Arno Ruitenbeek 

 

Hoofdstuk 1 Jaap van der Heiden

De bom aan de voordeur

Plaats delict: Luttik Oudorp 109

Jacobus Adrianus van der Heiden, geboren op 11 maart 1946 in Amsterdam, ontpopt zich tot  ondernemer met ruime opvattingen. Hij handelt in textiel in Den Helder en Alkmaar. Drijft met zijn vrouw – een vroegere schoonheidskoningin – een strandtent en bekostigt zijn uitbundige levensstijl met de smokkel van hasjiesj.

Als zijn echtgenote genoeg heeft van zijn steeds duisterder praktijken en hem in 1985 verlaat, neemt zijn carrière in de onderwereld een grote vlucht. Jaap van der Heiden wordt de ‘chef laden en lossen’ van topcriminelen als Henk Rommy alias De Zwarte Cobra, Sam Klepper en John Mieremet ook wel bekend als Spic & Span en de ‘Deltagroepering’ rond Etienne Urka, pornokoning ‘Dikke Charles’ Geerts, Jan ‘De Snor’ Femer en Mink Kok. Onthoud beide laatste namen.

Deze misdaadondernemingen baren de autoriteiten grote zorgen. Ze besluiten hard op te treden. We spreken van eind jaren tachtig als voor de strijd tegen drugs de interregionale rechercheteams (IRT’s) in het leven worden geroepen. De teams opereren volgens de methode: met kleine vissen vang je grote vissen.

Hirsch Ballin

Onder de toenmalige minister van justitie Hirsch Ballin zien ook de criminele burgerinfiltranten het levenslicht. Boeven, die tegen een beloning hun collega’s en bazen willen verraden. Om ervoor te zorgen dat de top van de georganiseerde misdaad geen argwaan krijgt terwijl ze ‘in kaart wordt gebracht’, moet het spel zo goed mogelijk worden gespeeld. Drugs van dekmanteloperaties (dus onder regie van de overheid) worden niet onderschept maar doorgelaten, de infiltranten doen vol overtuiging mee. Anders gezegd: met toestemming van politie en justitie plegen ze misdrijven en verdienen ze een hoop geld aan de smokkel van de drugs.

Het IRT Noord-Holland/Utrecht dat de Deltagroep op de korrel neemt, heeft Van der Heiden als informant ingehuurd. Een groot geheim, ook voor de ‘gewone’ politie in Alkmaar die onderzoek doet naar een drugssmokkel waar Van der Heiden bij betrokken zou zijn. Het kost het IRT, dat zijn informant wil beschermen, de grootste moeite om ‘Alkmaar’ te laten stoppen met het gesnuffel.

Met de grootst mogelijke tegenzin trekt de recherche in de kaasstad de stekker uit de videocamera, die ze tegenover het huis van Jaap aan het Luttik Oudorp heeft opgehangen. Een actie met onverwacht grote gevolgen, blijkt op 10 april 1993.

Jaap, die een straf van een jaar uitzit voor hasjsmokkel, komt die zaterdag voor Pasen met proefverlof uit de gevangenis in Heerhugowaard thuis. Een vriend haalt hem en een bajesmaat op met de auto. Onderweg naar Alkmaar zien ze een paarse Golf VR6 met twee mannen er in. De bestuurder heeft een Zuid-Europees uiterlijk, mogelijk Joegoslavisch, de passagier heeft een telescoopkijker in de hand, aldus de bajesmaat. Kort bij Jaaps huis zien ze dezelfde Golf nog een keer, die tegen het verkeer in het Luttik Oudorp over rijdt.

Knal

Jaap stapt uit bij zijn huis en loopt de laatste meters over de gracht. Er hangt een rood-oranje boodschappentas aan de knop van de voordeur. Precies om 12 uur wil Jaap de deur opendoen en dan er is een enorme knal. Jaap wordt uit zijn schoenen geblazen. De zwaar gewonde drugsbaron blijft enkele meters verderop liggen.

De semtex in de tas is van afstand tot ontploffing gebracht. De dader heeft zich verschanst op het dak van een pan tegenover dat van Van der Heiden. Er is een mobiele telefoon gebruikt die in contact staat met het ontstekingsmechanisme die bij het explosief in de tas zit. Tot in de verre omtrek zijn de ruiten van de woningen gesneuveld. Enkele uren later overlijdt Van der Heiden in het ziekenhuis.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de dader(s) bij bijvoorbeeld de bevestiging van de bomtas aan de deurknop haarscherp in beeld waren gebracht door de politiecamera aan de overkant. Dat ze waren opgevallen, op de momenten dat ze de situatie in ogenschouw namen. Helaas. De daders van de aanslag op Van der Heiden liggen nu op het kerkhof.

Verdachten zijn er genoeg. Want Van der Heiden heeft bosjes vijanden gemaakt. Mede door zijn toedoen lopen grote hasjtransporten over zee, in opdracht van Rommy en met geld van andere grote jongens als George Plieger, volledig fout. Jaap strooit met geheime informatie; schakelt een onbetrouwbare kapitein in, die geleend geld niet terugbetaalt aan de Juliët-bende, meedogenloze figuren uit Breda, en gebruikt een besmette boot, de Brittannia Gazelle.  De gedupeerde criminelen willen letterlijk en figuurlijk afrekenen met de Alkmaarder die hen zoveel winst door de neus boorde.

Dan zijn er nog de Delta-jongens onder wie Mink Kok die in de gaten hebben gekregen dat Jaap met de politie samenwerkt om hun groep lam te leggen. Aan dit laatste scenario houden we ons maar in dit boek. Veel feiten en aanwijzingen spreken ervoor.

Delta

Zo wist de politie begin 1993 al dat de Deltagroep Jaap te grazen wilde nemen. De Haarlemse  criminele inlichtingendienst (CID) die Jaap runt als IRT-informant, wordt op 10 maart van dat jaar getipt ‘dat Jaap in groot gevaar is’. Zonder over Jaaps ‘bijbaantje’ te reppen, wordt de boodschap aan de Alkmaarse CID doorgegeven met het verzoek Jaap te waarschuwen. Dat gebeurt. Echter, de verwachte aanslag in dat weekeinde 13 of 14 maart), heeft niet plaats.

Begin april komt een soortgelijke tip in Haarlem binnen. Volgens Haarlem hebben ze weer de collega’s in Alkmaar gebeld, maar weigeren ze daar actie te ondernemen. Frappant: tegenover de rijksrecherche zal de Alkmaarse sectie stiekem later verklaren dat ze niet voor de tweede keer zijn gebeld door Haarlem over een aanslag in het weekeind van 10 april 1993.

Rond de tijd dat de bom afgaat, zijn Mink Kok en zijn vrienden Jules Jie en Jan Femer volgens getuigen in Alkmaar. Kok heeft of rijdt in een paarse Golf, Jie heeft verstand van explosieven. Femer en Jie zijn al vermoord, als Kok in 2005 wordt gearresteerd voor de moord op Van der Heiden. Samen met de ‘uitvoerder’ Ruski Rodgers staat hij in een slepend proces terecht bij de extra beveiligde rechtbank in Rotterdam. Niet voor de eerste en ook niet voor de laatste keer bedient het OM zich van dubieuze kroongetuigen. Hun leugens voorspellen een vrijspraak en die komt er op 20 juli 2007.

De zaak-Van der Heiden ligt nu op de doorzakkende plank met onopgeloste moorden. De speculaties over de daders en het motief gaan onverminderd door.

Hoofdstuk 2 Coen de Nijs

Phoenix

Plaats delict:  Gasthuisstraat

Coen de Nijs werd op 38-jarige leeftijd vermoord, op 22 juni 2001. Hij verrees niet uit zijn as, zoals de titel van dit hoofdstuk doet vermoeden. Phoenix is de naam van een bedrijf, dat een grote rol speelt in dit onopgeloste misdrijf.

De Nijs is geboren op 14 oktober 1962. Hij ontwikkelt zich tot een freefighter, die in de jaren negentig een grote bijdrage levert aan de popularisering van het kickboksen. Tegelijkertijd zorgt de Alkmaarder ervoor dat aan de vechtsport de kwalijke geur van misdaad blijft kleven.

Zo is de De Nijs als uitbater van café De Bierkelder aan het Verdronkenoord, in 1994 en 1995 betrokken bij twee schietpartijen. Eentje in zijn kroeg, eentje voor de deur van een disco aan de Bergerweg. Daarnaast zou hij lijfwacht zijn geweest van de Rotterdamse drugsbaron Cock Steenbergen, ooit actief voor Klaas ‘De Dominee’ Bruinsma (die in 1991 voor het Amsterdamse Hiltonhotel werd doodgeschoten).

Op 29 juni 2001 zou het hoger beroep dienen van de veroordeling van De Nijs voor de smokkel van marihuana. Hij besluit een week eerder, op 22 juni 2001, te gaan trainen in de sportschool van de bekende Alkmaarse kroegbaas en krachtsporttrainer Loek Spaans, gevestigd achter Spaans’ café De Ooievaar aan het Ritsevoort.

Mercedes-Benz

Na gedane arbeid wil De Nijs terugkeren naar zijn woning aan het Scharlo. Hij komt niet verder dan de hoek van het Zevenhuizen en de Gasthuisstraat (bij het Canadaplein). Daar stopt een donkerkleurige Mercedes-Benz sedan. Een man stapt uit, richt zijn pistool over het dak van de wagen, vuurt een keer in de richting van De Nijs, stapt in en de Mercedes rijdt op hoge snelheid weg. Het slachtoffer is vrijwel onmiddellijk dood.

De politie opent met auto’s en een helikopter de jacht op de schutter. Even lijkt het alsof de koddebeiers succes hebben als ze op rijksweg 9 een donkere Mercedes klemrijden. Ze blijken de verkeerde voor zich te hebben.

De dader heeft de, naar later wordt vastgesteld, gestolen Mercedes achteraf in Alkmaar-Noord geparkeerd, in de hens gestoken en is spoorloos verdwenen. De speurneuzen weten echter waar ze moeten zoeken: in het drugsmilieu. Met name in De Nijs’ uitgebreide vriendenkring, waarin recentelijk nogal wat vreemde dingen zijn gebeurd.

Neem John P., dan 42 jaar. De Amsterdammer is werkzaam in een van de twee hoofdstedelijke xtc-laboratoria die in het sleepspoor van het moordonderzoek zijn ontdekt. In zo’n lab staat een machine die tot 60.000 pillen per uur kan maken. P. heeft zolang staan roeren in de ketels met grondstoffen voor de partydrugs, dat hij volgens de rechercheurs knettergek is geworden van de giftige dampen. Tijdens zijn voorarrest rent de uitgemergelde P. met zijn handen in zijn zakken en het hooft gebogen, recht op een stalen celdeur af. Pas in het ziekenhuis komt hij bij bewustzijn. Het duurt maanden voordat hij weer een beetje normaal kan nadenken, vertelt P.

Jaap Aap

Dan is er ‘de besnijdenis van Jaap Aap’. Dit is de bijnaam van Fred O. uit Oudkarspel, een vrachtwagenchauffeur die een pluche aapje in zijn cabine heeft hangen. O. heeft geld nodig en klopt bij bekende De Nijs aan. De laatste regelt een hasjtransport, dat O. verknoeit. In Spanje krijgt hij pech met de vrachtwagen met softdrugs, bestemd voor Engeland. De chauffeur laat zijn vrachtje doodleuk achter en komt met een huurwagen terug naar Nederland.

Op 7 oktober 2000 nemen vier mannen, onder wie in elk geval John P., O. te grazen in De Nijs’ woning aan het Scharlo. Ze schoppen en slaan hem, dreigen hem te doden met een vuurwapen binden hem vast. Een van de gijzelnemers pakt een mes en snijdt daarmee een stukje van O.’s oor af. De getekende O.  moet vier dagen later de in Spanje gestrande truck met 250 kilo hasj ophalen. Bij het uitladen zegt John P. tegen Coen dat hij 20 kilo mist.

Een kleinigheid vergeleken met de partij drugs die naar de haaien gaat in de Phoenix-zaak en die zo goed als zeker De Nijs het leven kost. Phoenix is de naam van een bloemenhandel uit het Duitse München, een dekmantelbedrijf voor de in Maarssen woonachtige drugshandelaar Abdollah T.  Phoenix wil medio 2000 via het transportbedrijf ATC op de Aalsmeerse bloemenveiling partijen bloembollen en planten naar Engeland verzenden. De directeur van ATC vertrouwt het niet en waarschuwt de politie. Onderzoek van de eerste ladingen die Phoenix aanbiedt, levert geen drugs op. Pas op 19 oktober van dat jaar is het raak. Onder een lading verrotte bloembollen ligt een partij verdovende middelen. De politie neemt 205 kilo hasj, 961 gram heroïne en 92.600 Mitsubishi’s (xtc-pillen met het logo van het automerk) in beslag.

Bloembollen

Dat brengt niet alleen een financiële slag toe aan T. en zijn Turks-Marokkaanse bende. Want er zijn twee opvallende kanten aan de in beslag genomen zending. Ten eerste de variëteiten drugs. Het bekent dat er meer partijen meedoen cq geld in hebben gestoken. In het politiedossier dat in ons bezit is, wordt een Alkmaarse gokkastenhandelaar als cofinancier van de (beoogde) drugslijn genoemd. Deze Ron B. zou ook het transportbedrijf uit Winkel hebben geregeld dat een geprepareerde trailer leverde voor het transport van de bloembollen naar Engeland. De Nijs was zijn ‘vooruitgeschoven post’, degene die het Alkmaarse aandeel coördineerde en bijvoorbeeld chauffeurs en verladers als John P. inhuurde.

Tweede bijzondere punt vormen de hoeveelheden drugs. En daar duikt De Nijs weer op. Citaat uit het proces-verbaal van de chef van de regionale criminele inlichtingen eenheid (CIE), de sectie stiekem van de politie Noord-Holland Noord:

’In de periode juli 2001 (is) via een bron de navolgende informatie binnengekomen:’Coen de Nijs zou om het leven zijn gebracht omdat hij samen met John P. en (…) een partij verdovende middelen zou hebben weggenomen (…) De partij bestond uit heroïne, extacypillen en hasj. De hasj was eigendom van B. en De Nijs (…). Coen de Nijs en B. werden door de Turks-Marokkaanse organisatie verantwoordelijk gesteld voor de diefstal van de drugs. Coen de Nijs is uiteindelijk als voorbeeld doodgeschoten, maar dat had net zo goed Ron B. kunnen zijn’.

Kort na de inbeslagname duiken in de Alkmaarse binnenstad tienduizenden Mitsubishi’s op. Getuigen zien een van Coens vrienden leuren met de pillen. Dus het zou maar zo eens kunnen dat de tipgever van de sectie stiekem het bij het rechte eind heeft. Blijft de vraag wie Coen de Nijs naar de eeuwige jachtvelden heeft geholpen. John P. wordt er van verdacht, maar bewijzen zijn er niet gekomen. P. krijgt zes jaar cel voor snijden in Jaap Aap en zijn arbeid in de drugslabs.

Voor De Nijs’ kring van intimi blijft hij de moordenaar, schrijven ze boos aan het Noordhollands Dagblad dat in hun ogen  ten onrechte opteert voor een buitenlandse huurmoordenaar. De krant beroept zich op de karige informatie die de recherchechef kwijt wil. Als ook op een saillante uitspraak van de officier van justitie, die onmiskenbaar duidt op meer dan een ‘gewone’ liquidatie: ,,Deze zaak is iets te groot voor ons.”

 

Hoofdstuk 3 Fabian Brands

De machinist

Plaats delict: Spoorstraat

Fabian Brands, van 23 juli 1970, was een van de drie slachtoffers van dodelijk geweld in Alkmaar in 2001. Een dodelijk schot door het hoofd maakt een einde aan het leven van de NS-machinist, omdat… Ja, waarom? Door wie? Niemand die het ook dertien jaar later weet.

Als een zaak in dit boek mysterieus genoemd mag worden, dan is het wel deze. Dat begint al voor de moord, in de nacht van 10 op 11 januari 2001.  Machinist Brands, 30 jaar oud, heeft late dienst op trein nummer 4774. De stoptrein Alkmaar-Amsterdam CS. Een onbekend gebleven collega neemt, tegen de regels van het spoorbedrijf in, om 22.50 uur op Amsterdam-Sloterdijk de laatste rit naar CS over. Fabian stapt op de intercity naar Alkmaar.

De spoorwegpolitie zal na de tijd tegen de weduwe Angelique Noordberger volhouden dat ze talloze oproepen via de beschikbare interne kanalen hebben gedaan om de collega te vinden, zonder gevolgen (straf voor overtreding van de regels) en desnoods anoniem, maar dat dit niet is gelukt. Angelique heeft van andere NS’ers echter gehoord dat er in het bedrijfsblad een keer een oproepje heeft gestaan, en dat daar niets over anonimiteit in stond.

Gelogen

Waarom wordt daar over gelogen? Wat is er waar van het gerucht dat de ex-marineman, die in Den Helder de drank en drugs omarmde, contacten aanhield met het drugsmilieu in de marinestad en voor hen over het spoor cocaïne vervoerde? Is dat onderzocht en wat heeft dit opgeleverd?

Brands komt door de onverwachte aflossing niet na middernacht, maar al tegen half twaalf aan in Alkmaar. Hij gaat niet naar huis, in de wijk Koedijk, maar bezoekt eerst tapasbar Don Quijote aan de Gedempte Nieuwesloot. Als die zoals te doen gebruikelijk om 24 uur sluit, gaat hij met Frits van der V., medewerker van de tapasbar, op kroegentocht. Eerstvolgende stop is De Notaris (nu Mojo’s) aan het Waagplein. Rond 1.30 uur belanden ze bij ’t Kantoor op het Verdronkenoord, om terug te keren naar het Waagplein voor een afzakkertje in Berry’s.

Rond 2.30 uur stapt Fabian op zijn fiets en verdwijnt in de nacht. Een half uur later maakt een welgemikte kogel in de Spoorstraat een eind aan het leven van de vader van Jimi-Dean en stiefvader van de drie kinderen van Angelique. Die blijft zitten met deze puzzel: ,,Net als in de dagen voor zijn dood had Fabian me opgebeld van zijn werk met de mededeling: ‘Ik ben zo moe’. Maar eerder volgde daar altijd op dat hij wat later zou thuiskomen, nu zei hij: ‘Ik zal blij zijn als ik straks weg mag’. En dan ga je vreselijk stappen, waar je anders niet veel om geeft, nota bene met iemand als Van der V., die er trots op is dat hij twee beruchte criminelen uit Den Helder tot zijn vrienden mag rekenen?”

Angelique geeft toe dat ze Fabian de avonden voor de ‘wisseltruc’ nooit heeft gevraagd waarom hij later thuis kwam dan gewoonlijk. ,,Hij hield er niet van als je hem controleerde en ik ben nogal naïef, en goed van vertrouwen.”

Gekker

Het wordt nog gekker. De laatste die Fabian levend heeft gezien, is Frits van der V.  In een eerste verklaring bij de politie vertelt hij dat hij om 2.45 uur afscheid van Fabian heeft genomen en om 3.10 uur thuis was, op de Mient (tussen Waagplein en Verdronkenoord). Het is hooguit tien minuten fietsen van Spoorstraat naar de Mient. ‘We hebben een verdachte’, zeggen u en ik. Maar de recherche in de kaasstad niet. Pas na vijf weken, waarin Van der V. van alles heeft kunnen doen om bijvoorbeeld sporen uit te wissen, dwaalsporen te leggen, of een alibi te construeren, wordt Van der V. opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de moord.

Om drie dagen later te worden vrijgelaten, voorgoed. Want volgens de politie heeft Van der V. een sluitend alibi: zijn wekker staat altijd tien minuten voor. Bij thuiskomst om 3.10 uur is het feitelijk 3 uur, dus kan hij de moord niet hebben gepleegd. Dat Van der V.’s vriendin het verhaal over de tien minuten voor lopende wekker bevestigt, is nog logisch. Dat haar ouders daar ook een eed op zweren, lijkt een opzetje.

Het zoveelste mysterie: Angelique krijgt uit diverse betrouwbare bronnen schokkende feiten te horen over Van der V.. Hij zit in grote geldnood. Heeft een intieme relatie aangeknoopt met een pedoseksueel, die hem betaalt voor het verlenen van allerhande diensten. Van der V. wordt bovendien verdacht van een inbraak in restaurant De Nachtegaal aan de Langestraat. Tenslotte blijkt Van der V. een strafblad te hebben. De recherche ontkent hardnekkig, schermt met privacy en moet tenslotte toegeven dat Van der V. in 1998 is veroordeeld voor brandstichtingen in de wijk Bergermeer, waar zijn ouderlijk huis staat. Van der V. moet van de rechters in psychotherapie om zijn agressie onder de knie te krijgen. De neurotische, contactarme Alkmaarder wordt driftig als hij onder druk staat of te veel drank op heef.

Maar hij is geen verdachte. Er zijn helemaal geen verdachten, zelfs. Ja Angeliques ex, die een ‘moeizame relatie’ met zijn opvolger zou hebben. Maar niemand die deze theorie langer dan een half uur serieus neemt.

Verstoken

De jaren verstrijken. Angelique blijft verstoken van informatie van de zijde van politie en openbaar ministerie. Dan is het begin 2005, nog enkele dagen te gaan en dan wordt herdacht dat Fabian vijf jaar eerder om het leven is gekomen.

Via Noordhollands Dagblad-misdaadverslaggever Arno Ruitenbeek moet Angelique tot haar verbijstering vernemen dat het doodgelopen onderzoek heropend is. Een nieuwe officier van justitie doet wat haar voorganger lelijk heeft laten zitten: onderzoek naar DNA-sporen op de sigarettenpeuken die op de plaats delict zijn gevonden. (Aanvankelijk zijn die peuken genegeerd, omdat ze niets met de zaak te maken zouden hebben. Maar ja, bij gebrek aan ander bewijsmateriaal…)

Na een week kan ook dit sprankje hoop bij de vuilnisbak. Het onderzoek naar DNA op de peuken is negatief.  Acht jaar later, en vele stappen vooruit in DNA-onderzoek (waardoor oude moorden worden opgelost) bellen we met het OM.  Wat ons niet verbaast, is dat het OM ondanks de stand van zaken in de wereld van het DNA, ‘vooralsnog geen aanleiding ziet de zaak te heropenen’. Dit mailt woordvoerder Natasja Keijzer: ,,Het DNA heeft geen hit opgeleverd met de DNA-databank. Overigens staat ook niet vast dat het DNA-spoor daadwerkelijk van de dader is. Er is namelijk meer aan peuken en dergelijke gevonden op de plaats delict. In de loop der jaren zijn een paar keer nieuwe aanwijzingen nagelopen, maar dat heeft tot op heden nog niet geleid tot de oplossing. Als er nieuwe informatie binnenkomt zal het onderzoek vanzelfsprekend verder gaan.”

 

Hoofdstuk 4 Mark Kerssens

Van Dik Hout

Plaats delict: Houttil

‘Terugdringing van zinloos geweld’ hoopt de familie Kerssens te bereiken met  een monument op het Waagplein, waar zoon, broer en neef Mark is vermoord. Het gedenkteken wordt onthuld op 6 juli 2005, precies twee jaar na het fatale schot.

Mark Kerssens, geboren op 25 maart 1973, is beroepsmilitair. Sergeant van het 323/Tactes Squadron van de vliegbasis Leeuwarden. Is het uniform eenmaal uit, mag de in Akersloot woonachtige Mark graag zijn ook niet ongevaarlijke hobby van portier in de binnenstad van Alkmaar uitoefenen.

Zo ook op zondag 6 juli 2003, waar de uit de regio afkomstige van Van Dik Hout het massaal toegestroomde publiek vermaakt. Het bekende nummer van de band, ‘Stil in mij’, krijgt een ongewenste, wrange betekenis rond 23.30 uur. Ter hoogte van café Demi’s aan de Houttil (de horecakant van het Waagplein) pakt een uit de kluiten gewassen man met bivakmuts op zijn pistool en geeft Kerssens een nekschot.

Rudolf C.

De schutter rent weg, achterna gezeten door twee en later door drie collega’s van de zwaar gewonde Kerssens. Ze staken de achtervolging als de dader ook op hen schiet. Het slachtoffer overlijdt dinsdag 8 juli in het ziekenhuis. Het rechercheteam Dikhout lijkt relatief snel succes te boeken. Op 9 september 2003 wordt Rudolf C. uit Heerhugowaard opgepakt. De op 17 december 1972 op Aruba geboren C. maakte volgens getuigen deel uit van ‘de groep Surinamers’ die nadrukkelijk aanwezig was op het Waagplein. De recherche heeft de volgende theorie: C. zou, aangeschoten of stoned of allebei, in het begin van de avond een van de bars hebben willen binnengaan en daarbij zijn gestuit op de onverzettelijke Kerssens die hem de toegang weigerde.

C. is weggegaan (wellicht naar huis) om enkele uren later, vermomd met een bivakmuts en met een vuurwapen, terug te keren naar de plaats waar hij werd ‘vernederd’. Hij schiet de portier neer, vlucht en schiet nog ettelijke keren op Marks collega’s die hem achterna zitten. C. krijgt een lift van vriend Mekki M. (van 25 maart 1974, woonachtig in Alkmaar) en verdwijnt twee maanden uit beeld.

Een collega van Mark heeft over de lastige klant verklaard dat die een blauw t-shirt met lange mouwen droeg, waarop in hoofdletters Replay (het merk) stond. Bij de doorzoeking van de woning van C. in Heerhugowaard en van zijn vriendin in Lelystad wordt Replay-kleding aangetroffen.

Een vrouw die op 6 juli na 23.10 uur over het bruggetje in het verlengde van de Achterdam liep, heeft een man zien lopen die een zware, gouden ketting met een hanger droeg. Als C. op 29 oktober van het huis van bewaring Schutterswei naar het politiebureau in het centrum  wordt overgebracht,  blijkt hij in het bezit van twee goudkleurige halskettingen, plus een goudkleurige hanger in de vorm van een kruis.

Het is bij lange na niet genoeg bewijs, dus is creativiteit gevergd van ‘Dikhout’. Het team komt op de proppen met een videoconfrontatie. Op de beelden zijn C. en enkele gelijkende figuranten te zien. De hoop is er op gevestigd dat getuigen de karakteristieke motoriek en houding van C.  herkennen. Helaas. De zoektocht naar M. is eveneens op niets uitgelopen. Wellicht in een ultieme poging de zaak rond te krijgen, worden gesprekken tussen C. en zijn advocaat Joe de Goeij in het huis van bewaring afgeluisterd. Zegt De Goeij. De gevangenisdirectie ontkent in alle toonaarden, het OM geeft geen krimp en de storm waait over.  De beloning van 20.000 euro voor de gouden tip wordt nooit uitgekeerd.

Vrij

Op 13 november mag C.  als vrij man de deur van Schutterswei achter zich dicht trekken. De Goeij neemt het op tegen de Staat en eist een schadevergoeding voor onterecht vast zitten van 6920 euro. C. denkt er een slaatje uit te kunnen slaan en komt zelf met een claim van 17.000 later zelfs 18.000 euro, zonder zijn gezicht echter te laten zien tijdens de rechtszaken hierover. De rechtbank hamert af op 6100 euro.

Onlangs heb ik het OM en strafpleiter De Goeij gevraagd naar de actuele stand van zaken. OM-woordvoerder Natasja Keijzer:  ,,Er zat in dit onderzoek geen DNA, dus aan de modernste DNA-technieken om alsnog een dader op te sporen hadden we niets .” (Zie het hoofdstuk over Fabian Brands, AR). Keijzer vervolgt:  ,,Net als in de zaak-Brands is in de zaak-Kerssesn de afgelopen jaren een zogeheten review geweest, waarbij de zaak opnieuw tegen het licht is gehouden. Ook daar heeft het niet geleid tot zodanige inzichten dat we het onderzoek weer actief hebben kunnen maken. Dat zal natuurlijk wel gebeuren als er nadere info opduikt die daartoe aanleiding geeft.” De Goeij kan kort zijn: ,,Nooit meer iets van hem gehoord.”

 

Gevreesd voor volksoproer als Haarlemse pedovoorman vrijkomt

Pedojaagster niet meer gewenst in de zaal

Door Arno Ruitenbeek

Amsterdam – Het openbaar ministerie vreest voor een volksoproer als pedofielenvoorman Ad van den Berg terugkeert naar zijn woning in Haarlem. ,,Ik wil direct worden geïnformeerd als hij wordt vrijgelaten”, heeft de advocaat-generaal het gerechtshof gevraagd.

,,Mocht zijn voorarrest onverhoopt worden geschorst, wil ik onmiddellijk de politie kunnen bellen”, vraagt de AG aan het Amsterdamse hof gisteren tijdens een pro-formazitting. Volgens de AG zijn er overduidelijke signalen dat ‘de pleuris zal uitbreken rondom de flat van Van den Berg’: ,,De hele zaak heeft veel commotie veroorzaakt. Maatregelen zullen nodig zijn.”

Deze dag kunnen politie en justitie rustig slapen, want het hof wijst na amper overleg het schorsingsverzoek van advocaat Sidney Smeets af: ,,Het algemeen belang gaat nog steeds boven het persoonlijk belang van de verdachte.” Smeets heeft kort daarvoor aangegeven dat zijn 68-jarige cliënt tobt met zijn gezondheid en ook teleurgesteld is dat het voorarrest tijdens het aangehouden proces op 15 maart niet is opgeheven: ,,Het kan toch niet zo zijn dat hier een voorschot wordt genomen  op het uitzitten van de straf.”

Van den Berg is eind 2011 in Haarlem veroordeeld tot drie jaar, waarvan een half jaar voorwaardelijk voor het bezit van 150.000 foto’s en 7500 films met kinderpornografie. Omdat beroep is aangetekend, blijft hij de status van verdachte houden en loopt de voorlopige hechtenis door tot de straf onherroepelijk is.

Drie maanden geleden besluit het hof tot uitstel voor enkele maanden, om zelf een representatieve selectie van Van den Bergs collectie kinderporno nader te bekijken. Want  Van den Berg en Smeets stellen dat 140.000 foto’s geen strafbaar materiaal zijn. Het zou gaan om onschuldige beelden van ‘naakte kinderen die spelletjes doen op het strand’, waar de recherche zonder goed te kijken het etiket ‘kinderporno’ had opgeplakt. ,,Omdat”, aldus een cynische Smeets destijds, ,,het toch ging om de voorzitter van de pedoclub Martijn en dat een geheide veroordeling zou opleveren.”

Pedojaagster

Op 12 juli zal het hof vertellen wat hij van de vieze plaatjes vindt en mag de AG zijn strafeis laten horen.  Of de pedojaagster, die in maart op een paar meter afstand zat in het oude hof aan de Prinsengracht, in het gloednieuwe paleis van justitie aan het IJdok zo’n prominente plek krijgt? Als het aan Van den Berg en Smeets ligt, niet. In een brief en gisteren nog eens mondeling heeft de strafpleiter zich beklaagd over het feit dat Van den Bergs familie en vrienden werden ‘gediscrimineerd’. Zij moesten op de Prinsengracht achter het veiligheidsglas van de publieke tribune op de verdieping plaatsnemen. Van het hof krijgt Smeets pas op 12 juli antwoord: ,,Wí’j bepalen per zaak wie er hier naar binnen mag en waar die mag plaatsnemen.”