Moord in Alkmaar

MOORD IN ALKMAAR

Een verzameling waargebeurde verhalen

Jaap van der Heiden komt op 10 april 1993 tijdens proefverlof  thuis. Aan de voordeur van het grachtenpand aan het Luttik Oudorp in Alkmaar hangt een plastic tas met een bom die van afstand tot ontploffing wordt gebracht als Jaap ervoor staat. Korte tijd later overlijdt de drugsbaron.

Twintig jaar later is deze moord nog steeds onopgelost. En het is niet de enige liquidatie in Alkmaar, waarvoor niemand achter tralies is verdwenen. De namen van Coen de Nijs en Fabian Brands, beiden gedood in 2001, en die van Mark Kerssens, om het leven gebracht in 2003, staan symbool voor de vaak amateuristische, om niet te zeggen ongeïnteresseerde wijze waarop politie en justitie onderzoek deden.

Ik heb als journalist voor het Noordhollands Dagblad al veel over en andere halsmisdrijven geschreven. En heb daarbij me menigmaal bekreund over de falende autoriteiten. Dat ga ik hier niet herhalen. Maar wie daarin geïnteresseerd is, wil ik met alle plezier bijpraten. Mail, bel of twitter me en we maken een afspraak.

Wat ik wel wil met deze verzameling verhalen? Voorkomen dat de slachtoffers en nabestaanden worden vergeten. Dat doe ik in de vorm van een gids door moorddadig Alkmaar. De eerste hoofdstukken zijn gereed en vindt u hieronder. Later volgen er meer. Aan het eind volgt een routekaart met afbeeldingen van de plaatsen delict.

 Leest en huivert. En, hebt u een idee over een kwestie waarover ik zou moeten schrijven, aarzel niet me te mailen of bellen. Dan gaan we aan de slag. Opdat de herinnering aan dierbaren blijft.

Oudorp,  13 juni 2013

Arno Ruitenbeek 

 

Hoofdstuk 1 Jaap van der Heiden

De bom aan de voordeur

Plaats delict: Luttik Oudorp 109

Jacobus Adrianus van der Heiden, geboren op 11 maart 1946 in Amsterdam, ontpopt zich tot  ondernemer met ruime opvattingen. Hij handelt in textiel in Den Helder en Alkmaar. Drijft met zijn vrouw – een vroegere schoonheidskoningin – een strandtent en bekostigt zijn uitbundige levensstijl met de smokkel van hasjiesj.

Als zijn echtgenote genoeg heeft van zijn steeds duisterder praktijken en hem in 1985 verlaat, neemt zijn carrière in de onderwereld een grote vlucht. Jaap van der Heiden wordt de ‘chef laden en lossen’ van topcriminelen als Henk Rommy alias De Zwarte Cobra, Sam Klepper en John Mieremet ook wel bekend als Spic & Span en de ‘Deltagroepering’ rond Etienne Urka, pornokoning ‘Dikke Charles’ Geerts, Jan ‘De Snor’ Femer en Mink Kok. Onthoud beide laatste namen.

Deze misdaadondernemingen baren de autoriteiten grote zorgen. Ze besluiten hard op te treden. We spreken van eind jaren tachtig als voor de strijd tegen drugs de interregionale rechercheteams (IRT’s) in het leven worden geroepen. De teams opereren volgens de methode: met kleine vissen vang je grote vissen.

Hirsch Ballin

Onder de toenmalige minister van justitie Hirsch Ballin zien ook de criminele burgerinfiltranten het levenslicht. Boeven, die tegen een beloning hun collega’s en bazen willen verraden. Om ervoor te zorgen dat de top van de georganiseerde misdaad geen argwaan krijgt terwijl ze ‘in kaart wordt gebracht’, moet het spel zo goed mogelijk worden gespeeld. Drugs van dekmanteloperaties (dus onder regie van de overheid) worden niet onderschept maar doorgelaten, de infiltranten doen vol overtuiging mee. Anders gezegd: met toestemming van politie en justitie plegen ze misdrijven en verdienen ze een hoop geld aan de smokkel van de drugs.

Het IRT Noord-Holland/Utrecht dat de Deltagroep op de korrel neemt, heeft Van der Heiden als informant ingehuurd. Een groot geheim, ook voor de ‘gewone’ politie in Alkmaar die onderzoek doet naar een drugssmokkel waar Van der Heiden bij betrokken zou zijn. Het kost het IRT, dat zijn informant wil beschermen, de grootste moeite om ‘Alkmaar’ te laten stoppen met het gesnuffel.

Met de grootst mogelijke tegenzin trekt de recherche in de kaasstad de stekker uit de videocamera, die ze tegenover het huis van Jaap aan het Luttik Oudorp heeft opgehangen. Een actie met onverwacht grote gevolgen, blijkt op 10 april 1993.

Jaap, die een straf van een jaar uitzit voor hasjsmokkel, komt die zaterdag voor Pasen met proefverlof uit de gevangenis in Heerhugowaard thuis. Een vriend haalt hem en een bajesmaat op met de auto. Onderweg naar Alkmaar zien ze een paarse Golf VR6 met twee mannen er in. De bestuurder heeft een Zuid-Europees uiterlijk, mogelijk Joegoslavisch, de passagier heeft een telescoopkijker in de hand, aldus de bajesmaat. Kort bij Jaaps huis zien ze dezelfde Golf nog een keer, die tegen het verkeer in het Luttik Oudorp over rijdt.

Knal

Jaap stapt uit bij zijn huis en loopt de laatste meters over de gracht. Er hangt een rood-oranje boodschappentas aan de knop van de voordeur. Precies om 12 uur wil Jaap de deur opendoen en dan er is een enorme knal. Jaap wordt uit zijn schoenen geblazen. De zwaar gewonde drugsbaron blijft enkele meters verderop liggen.

De semtex in de tas is van afstand tot ontploffing gebracht. De dader heeft zich verschanst op het dak van een pan tegenover dat van Van der Heiden. Er is een mobiele telefoon gebruikt die in contact staat met het ontstekingsmechanisme die bij het explosief in de tas zit. Tot in de verre omtrek zijn de ruiten van de woningen gesneuveld. Enkele uren later overlijdt Van der Heiden in het ziekenhuis.

Het ligt in de lijn der verwachting dat de dader(s) bij bijvoorbeeld de bevestiging van de bomtas aan de deurknop haarscherp in beeld waren gebracht door de politiecamera aan de overkant. Dat ze waren opgevallen, op de momenten dat ze de situatie in ogenschouw namen. Helaas. De daders van de aanslag op Van der Heiden liggen nu op het kerkhof.

Verdachten zijn er genoeg. Want Van der Heiden heeft bosjes vijanden gemaakt. Mede door zijn toedoen lopen grote hasjtransporten over zee, in opdracht van Rommy en met geld van andere grote jongens als George Plieger, volledig fout. Jaap strooit met geheime informatie; schakelt een onbetrouwbare kapitein in, die geleend geld niet terugbetaalt aan de Juliët-bende, meedogenloze figuren uit Breda, en gebruikt een besmette boot, de Brittannia Gazelle.  De gedupeerde criminelen willen letterlijk en figuurlijk afrekenen met de Alkmaarder die hen zoveel winst door de neus boorde.

Dan zijn er nog de Delta-jongens onder wie Mink Kok die in de gaten hebben gekregen dat Jaap met de politie samenwerkt om hun groep lam te leggen. Aan dit laatste scenario houden we ons maar in dit boek. Veel feiten en aanwijzingen spreken ervoor.

Delta

Zo wist de politie begin 1993 al dat de Deltagroep Jaap te grazen wilde nemen. De Haarlemse  criminele inlichtingendienst (CID) die Jaap runt als IRT-informant, wordt op 10 maart van dat jaar getipt ‘dat Jaap in groot gevaar is’. Zonder over Jaaps ‘bijbaantje’ te reppen, wordt de boodschap aan de Alkmaarse CID doorgegeven met het verzoek Jaap te waarschuwen. Dat gebeurt. Echter, de verwachte aanslag in dat weekeinde 13 of 14 maart), heeft niet plaats.

Begin april komt een soortgelijke tip in Haarlem binnen. Volgens Haarlem hebben ze weer de collega’s in Alkmaar gebeld, maar weigeren ze daar actie te ondernemen. Frappant: tegenover de rijksrecherche zal de Alkmaarse sectie stiekem later verklaren dat ze niet voor de tweede keer zijn gebeld door Haarlem over een aanslag in het weekeind van 10 april 1993.

Rond de tijd dat de bom afgaat, zijn Mink Kok en zijn vrienden Jules Jie en Jan Femer volgens getuigen in Alkmaar. Kok heeft of rijdt in een paarse Golf, Jie heeft verstand van explosieven. Femer en Jie zijn al vermoord, als Kok in 2005 wordt gearresteerd voor de moord op Van der Heiden. Samen met de ‘uitvoerder’ Ruski Rodgers staat hij in een slepend proces terecht bij de extra beveiligde rechtbank in Rotterdam. Niet voor de eerste en ook niet voor de laatste keer bedient het OM zich van dubieuze kroongetuigen. Hun leugens voorspellen een vrijspraak en die komt er op 20 juli 2007.

De zaak-Van der Heiden ligt nu op de doorzakkende plank met onopgeloste moorden. De speculaties over de daders en het motief gaan onverminderd door.

Hoofdstuk 2 Coen de Nijs

Phoenix

Plaats delict:  Gasthuisstraat

Coen de Nijs werd op 38-jarige leeftijd vermoord, op 22 juni 2001. Hij verrees niet uit zijn as, zoals de titel van dit hoofdstuk doet vermoeden. Phoenix is de naam van een bedrijf, dat een grote rol speelt in dit onopgeloste misdrijf.

De Nijs is geboren op 14 oktober 1962. Hij ontwikkelt zich tot een freefighter, die in de jaren negentig een grote bijdrage levert aan de popularisering van het kickboksen. Tegelijkertijd zorgt de Alkmaarder ervoor dat aan de vechtsport de kwalijke geur van misdaad blijft kleven.

Zo is de De Nijs als uitbater van café De Bierkelder aan het Verdronkenoord, in 1994 en 1995 betrokken bij twee schietpartijen. Eentje in zijn kroeg, eentje voor de deur van een disco aan de Bergerweg. Daarnaast zou hij lijfwacht zijn geweest van de Rotterdamse drugsbaron Cock Steenbergen, ooit actief voor Klaas ‘De Dominee’ Bruinsma (die in 1991 voor het Amsterdamse Hiltonhotel werd doodgeschoten).

Op 29 juni 2001 zou het hoger beroep dienen van de veroordeling van De Nijs voor de smokkel van marihuana. Hij besluit een week eerder, op 22 juni 2001, te gaan trainen in de sportschool van de bekende Alkmaarse kroegbaas en krachtsporttrainer Loek Spaans, gevestigd achter Spaans’ café De Ooievaar aan het Ritsevoort.

Mercedes-Benz

Na gedane arbeid wil De Nijs terugkeren naar zijn woning aan het Scharlo. Hij komt niet verder dan de hoek van het Zevenhuizen en de Gasthuisstraat (bij het Canadaplein). Daar stopt een donkerkleurige Mercedes-Benz sedan. Een man stapt uit, richt zijn pistool over het dak van de wagen, vuurt een keer in de richting van De Nijs, stapt in en de Mercedes rijdt op hoge snelheid weg. Het slachtoffer is vrijwel onmiddellijk dood.

De politie opent met auto’s en een helikopter de jacht op de schutter. Even lijkt het alsof de koddebeiers succes hebben als ze op rijksweg 9 een donkere Mercedes klemrijden. Ze blijken de verkeerde voor zich te hebben.

De dader heeft de, naar later wordt vastgesteld, gestolen Mercedes achteraf in Alkmaar-Noord geparkeerd, in de hens gestoken en is spoorloos verdwenen. De speurneuzen weten echter waar ze moeten zoeken: in het drugsmilieu. Met name in De Nijs’ uitgebreide vriendenkring, waarin recentelijk nogal wat vreemde dingen zijn gebeurd.

Neem John P., dan 42 jaar. De Amsterdammer is werkzaam in een van de twee hoofdstedelijke xtc-laboratoria die in het sleepspoor van het moordonderzoek zijn ontdekt. In zo’n lab staat een machine die tot 60.000 pillen per uur kan maken. P. heeft zolang staan roeren in de ketels met grondstoffen voor de partydrugs, dat hij volgens de rechercheurs knettergek is geworden van de giftige dampen. Tijdens zijn voorarrest rent de uitgemergelde P. met zijn handen in zijn zakken en het hooft gebogen, recht op een stalen celdeur af. Pas in het ziekenhuis komt hij bij bewustzijn. Het duurt maanden voordat hij weer een beetje normaal kan nadenken, vertelt P.

Jaap Aap

Dan is er ‘de besnijdenis van Jaap Aap’. Dit is de bijnaam van Fred O. uit Oudkarspel, een vrachtwagenchauffeur die een pluche aapje in zijn cabine heeft hangen. O. heeft geld nodig en klopt bij bekende De Nijs aan. De laatste regelt een hasjtransport, dat O. verknoeit. In Spanje krijgt hij pech met de vrachtwagen met softdrugs, bestemd voor Engeland. De chauffeur laat zijn vrachtje doodleuk achter en komt met een huurwagen terug naar Nederland.

Op 7 oktober 2000 nemen vier mannen, onder wie in elk geval John P., O. te grazen in De Nijs’ woning aan het Scharlo. Ze schoppen en slaan hem, dreigen hem te doden met een vuurwapen binden hem vast. Een van de gijzelnemers pakt een mes en snijdt daarmee een stukje van O.’s oor af. De getekende O.  moet vier dagen later de in Spanje gestrande truck met 250 kilo hasj ophalen. Bij het uitladen zegt John P. tegen Coen dat hij 20 kilo mist.

Een kleinigheid vergeleken met de partij drugs die naar de haaien gaat in de Phoenix-zaak en die zo goed als zeker De Nijs het leven kost. Phoenix is de naam van een bloemenhandel uit het Duitse München, een dekmantelbedrijf voor de in Maarssen woonachtige drugshandelaar Abdollah T.  Phoenix wil medio 2000 via het transportbedrijf ATC op de Aalsmeerse bloemenveiling partijen bloembollen en planten naar Engeland verzenden. De directeur van ATC vertrouwt het niet en waarschuwt de politie. Onderzoek van de eerste ladingen die Phoenix aanbiedt, levert geen drugs op. Pas op 19 oktober van dat jaar is het raak. Onder een lading verrotte bloembollen ligt een partij verdovende middelen. De politie neemt 205 kilo hasj, 961 gram heroïne en 92.600 Mitsubishi’s (xtc-pillen met het logo van het automerk) in beslag.

Bloembollen

Dat brengt niet alleen een financiële slag toe aan T. en zijn Turks-Marokkaanse bende. Want er zijn twee opvallende kanten aan de in beslag genomen zending. Ten eerste de variëteiten drugs. Het bekent dat er meer partijen meedoen cq geld in hebben gestoken. In het politiedossier dat in ons bezit is, wordt een Alkmaarse gokkastenhandelaar als cofinancier van de (beoogde) drugslijn genoemd. Deze Ron B. zou ook het transportbedrijf uit Winkel hebben geregeld dat een geprepareerde trailer leverde voor het transport van de bloembollen naar Engeland. De Nijs was zijn ‘vooruitgeschoven post’, degene die het Alkmaarse aandeel coördineerde en bijvoorbeeld chauffeurs en verladers als John P. inhuurde.

Tweede bijzondere punt vormen de hoeveelheden drugs. En daar duikt De Nijs weer op. Citaat uit het proces-verbaal van de chef van de regionale criminele inlichtingen eenheid (CIE), de sectie stiekem van de politie Noord-Holland Noord:

’In de periode juli 2001 (is) via een bron de navolgende informatie binnengekomen:’Coen de Nijs zou om het leven zijn gebracht omdat hij samen met John P. en (…) een partij verdovende middelen zou hebben weggenomen (…) De partij bestond uit heroïne, extacypillen en hasj. De hasj was eigendom van B. en De Nijs (…). Coen de Nijs en B. werden door de Turks-Marokkaanse organisatie verantwoordelijk gesteld voor de diefstal van de drugs. Coen de Nijs is uiteindelijk als voorbeeld doodgeschoten, maar dat had net zo goed Ron B. kunnen zijn’.

Kort na de inbeslagname duiken in de Alkmaarse binnenstad tienduizenden Mitsubishi’s op. Getuigen zien een van Coens vrienden leuren met de pillen. Dus het zou maar zo eens kunnen dat de tipgever van de sectie stiekem het bij het rechte eind heeft. Blijft de vraag wie Coen de Nijs naar de eeuwige jachtvelden heeft geholpen. John P. wordt er van verdacht, maar bewijzen zijn er niet gekomen. P. krijgt zes jaar cel voor snijden in Jaap Aap en zijn arbeid in de drugslabs.

Voor De Nijs’ kring van intimi blijft hij de moordenaar, schrijven ze boos aan het Noordhollands Dagblad dat in hun ogen  ten onrechte opteert voor een buitenlandse huurmoordenaar. De krant beroept zich op de karige informatie die de recherchechef kwijt wil. Als ook op een saillante uitspraak van de officier van justitie, die onmiskenbaar duidt op meer dan een ‘gewone’ liquidatie: ,,Deze zaak is iets te groot voor ons.”

 

Hoofdstuk 3 Fabian Brands

De machinist

Plaats delict: Spoorstraat

Fabian Brands, van 23 juli 1970, was een van de drie slachtoffers van dodelijk geweld in Alkmaar in 2001. Een dodelijk schot door het hoofd maakt een einde aan het leven van de NS-machinist, omdat… Ja, waarom? Door wie? Niemand die het ook dertien jaar later weet.

Als een zaak in dit boek mysterieus genoemd mag worden, dan is het wel deze. Dat begint al voor de moord, in de nacht van 10 op 11 januari 2001.  Machinist Brands, 30 jaar oud, heeft late dienst op trein nummer 4774. De stoptrein Alkmaar-Amsterdam CS. Een onbekend gebleven collega neemt, tegen de regels van het spoorbedrijf in, om 22.50 uur op Amsterdam-Sloterdijk de laatste rit naar CS over. Fabian stapt op de intercity naar Alkmaar.

De spoorwegpolitie zal na de tijd tegen de weduwe Angelique Noordberger volhouden dat ze talloze oproepen via de beschikbare interne kanalen hebben gedaan om de collega te vinden, zonder gevolgen (straf voor overtreding van de regels) en desnoods anoniem, maar dat dit niet is gelukt. Angelique heeft van andere NS’ers echter gehoord dat er in het bedrijfsblad een keer een oproepje heeft gestaan, en dat daar niets over anonimiteit in stond.

Gelogen

Waarom wordt daar over gelogen? Wat is er waar van het gerucht dat de ex-marineman, die in Den Helder de drank en drugs omarmde, contacten aanhield met het drugsmilieu in de marinestad en voor hen over het spoor cocaïne vervoerde? Is dat onderzocht en wat heeft dit opgeleverd?

Brands komt door de onverwachte aflossing niet na middernacht, maar al tegen half twaalf aan in Alkmaar. Hij gaat niet naar huis, in de wijk Koedijk, maar bezoekt eerst tapasbar Don Quijote aan de Gedempte Nieuwesloot. Als die zoals te doen gebruikelijk om 24 uur sluit, gaat hij met Frits van der V., medewerker van de tapasbar, op kroegentocht. Eerstvolgende stop is De Notaris (nu Mojo’s) aan het Waagplein. Rond 1.30 uur belanden ze bij ’t Kantoor op het Verdronkenoord, om terug te keren naar het Waagplein voor een afzakkertje in Berry’s.

Rond 2.30 uur stapt Fabian op zijn fiets en verdwijnt in de nacht. Een half uur later maakt een welgemikte kogel in de Spoorstraat een eind aan het leven van de vader van Jimi-Dean en stiefvader van de drie kinderen van Angelique. Die blijft zitten met deze puzzel: ,,Net als in de dagen voor zijn dood had Fabian me opgebeld van zijn werk met de mededeling: ‘Ik ben zo moe’. Maar eerder volgde daar altijd op dat hij wat later zou thuiskomen, nu zei hij: ‘Ik zal blij zijn als ik straks weg mag’. En dan ga je vreselijk stappen, waar je anders niet veel om geeft, nota bene met iemand als Van der V., die er trots op is dat hij twee beruchte criminelen uit Den Helder tot zijn vrienden mag rekenen?”

Angelique geeft toe dat ze Fabian de avonden voor de ‘wisseltruc’ nooit heeft gevraagd waarom hij later thuis kwam dan gewoonlijk. ,,Hij hield er niet van als je hem controleerde en ik ben nogal naïef, en goed van vertrouwen.”

Gekker

Het wordt nog gekker. De laatste die Fabian levend heeft gezien, is Frits van der V.  In een eerste verklaring bij de politie vertelt hij dat hij om 2.45 uur afscheid van Fabian heeft genomen en om 3.10 uur thuis was, op de Mient (tussen Waagplein en Verdronkenoord). Het is hooguit tien minuten fietsen van Spoorstraat naar de Mient. ‘We hebben een verdachte’, zeggen u en ik. Maar de recherche in de kaasstad niet. Pas na vijf weken, waarin Van der V. van alles heeft kunnen doen om bijvoorbeeld sporen uit te wissen, dwaalsporen te leggen, of een alibi te construeren, wordt Van der V. opgepakt op verdenking van betrokkenheid bij de moord.

Om drie dagen later te worden vrijgelaten, voorgoed. Want volgens de politie heeft Van der V. een sluitend alibi: zijn wekker staat altijd tien minuten voor. Bij thuiskomst om 3.10 uur is het feitelijk 3 uur, dus kan hij de moord niet hebben gepleegd. Dat Van der V.’s vriendin het verhaal over de tien minuten voor lopende wekker bevestigt, is nog logisch. Dat haar ouders daar ook een eed op zweren, lijkt een opzetje.

Het zoveelste mysterie: Angelique krijgt uit diverse betrouwbare bronnen schokkende feiten te horen over Van der V.. Hij zit in grote geldnood. Heeft een intieme relatie aangeknoopt met een pedoseksueel, die hem betaalt voor het verlenen van allerhande diensten. Van der V. wordt bovendien verdacht van een inbraak in restaurant De Nachtegaal aan de Langestraat. Tenslotte blijkt Van der V. een strafblad te hebben. De recherche ontkent hardnekkig, schermt met privacy en moet tenslotte toegeven dat Van der V. in 1998 is veroordeeld voor brandstichtingen in de wijk Bergermeer, waar zijn ouderlijk huis staat. Van der V. moet van de rechters in psychotherapie om zijn agressie onder de knie te krijgen. De neurotische, contactarme Alkmaarder wordt driftig als hij onder druk staat of te veel drank op heef.

Maar hij is geen verdachte. Er zijn helemaal geen verdachten, zelfs. Ja Angeliques ex, die een ‘moeizame relatie’ met zijn opvolger zou hebben. Maar niemand die deze theorie langer dan een half uur serieus neemt.

Verstoken

De jaren verstrijken. Angelique blijft verstoken van informatie van de zijde van politie en openbaar ministerie. Dan is het begin 2005, nog enkele dagen te gaan en dan wordt herdacht dat Fabian vijf jaar eerder om het leven is gekomen.

Via Noordhollands Dagblad-misdaadverslaggever Arno Ruitenbeek moet Angelique tot haar verbijstering vernemen dat het doodgelopen onderzoek heropend is. Een nieuwe officier van justitie doet wat haar voorganger lelijk heeft laten zitten: onderzoek naar DNA-sporen op de sigarettenpeuken die op de plaats delict zijn gevonden. (Aanvankelijk zijn die peuken genegeerd, omdat ze niets met de zaak te maken zouden hebben. Maar ja, bij gebrek aan ander bewijsmateriaal…)

Na een week kan ook dit sprankje hoop bij de vuilnisbak. Het onderzoek naar DNA op de peuken is negatief.  Acht jaar later, en vele stappen vooruit in DNA-onderzoek (waardoor oude moorden worden opgelost) bellen we met het OM.  Wat ons niet verbaast, is dat het OM ondanks de stand van zaken in de wereld van het DNA, ‘vooralsnog geen aanleiding ziet de zaak te heropenen’. Dit mailt woordvoerder Natasja Keijzer: ,,Het DNA heeft geen hit opgeleverd met de DNA-databank. Overigens staat ook niet vast dat het DNA-spoor daadwerkelijk van de dader is. Er is namelijk meer aan peuken en dergelijke gevonden op de plaats delict. In de loop der jaren zijn een paar keer nieuwe aanwijzingen nagelopen, maar dat heeft tot op heden nog niet geleid tot de oplossing. Als er nieuwe informatie binnenkomt zal het onderzoek vanzelfsprekend verder gaan.”

 

Hoofdstuk 4 Mark Kerssens

Van Dik Hout

Plaats delict: Houttil

‘Terugdringing van zinloos geweld’ hoopt de familie Kerssens te bereiken met  een monument op het Waagplein, waar zoon, broer en neef Mark is vermoord. Het gedenkteken wordt onthuld op 6 juli 2005, precies twee jaar na het fatale schot.

Mark Kerssens, geboren op 25 maart 1973, is beroepsmilitair. Sergeant van het 323/Tactes Squadron van de vliegbasis Leeuwarden. Is het uniform eenmaal uit, mag de in Akersloot woonachtige Mark graag zijn ook niet ongevaarlijke hobby van portier in de binnenstad van Alkmaar uitoefenen.

Zo ook op zondag 6 juli 2003, waar de uit de regio afkomstige van Van Dik Hout het massaal toegestroomde publiek vermaakt. Het bekende nummer van de band, ‘Stil in mij’, krijgt een ongewenste, wrange betekenis rond 23.30 uur. Ter hoogte van café Demi’s aan de Houttil (de horecakant van het Waagplein) pakt een uit de kluiten gewassen man met bivakmuts op zijn pistool en geeft Kerssens een nekschot.

Rudolf C.

De schutter rent weg, achterna gezeten door twee en later door drie collega’s van de zwaar gewonde Kerssens. Ze staken de achtervolging als de dader ook op hen schiet. Het slachtoffer overlijdt dinsdag 8 juli in het ziekenhuis. Het rechercheteam Dikhout lijkt relatief snel succes te boeken. Op 9 september 2003 wordt Rudolf C. uit Heerhugowaard opgepakt. De op 17 december 1972 op Aruba geboren C. maakte volgens getuigen deel uit van ‘de groep Surinamers’ die nadrukkelijk aanwezig was op het Waagplein. De recherche heeft de volgende theorie: C. zou, aangeschoten of stoned of allebei, in het begin van de avond een van de bars hebben willen binnengaan en daarbij zijn gestuit op de onverzettelijke Kerssens die hem de toegang weigerde.

C. is weggegaan (wellicht naar huis) om enkele uren later, vermomd met een bivakmuts en met een vuurwapen, terug te keren naar de plaats waar hij werd ‘vernederd’. Hij schiet de portier neer, vlucht en schiet nog ettelijke keren op Marks collega’s die hem achterna zitten. C. krijgt een lift van vriend Mekki M. (van 25 maart 1974, woonachtig in Alkmaar) en verdwijnt twee maanden uit beeld.

Een collega van Mark heeft over de lastige klant verklaard dat die een blauw t-shirt met lange mouwen droeg, waarop in hoofdletters Replay (het merk) stond. Bij de doorzoeking van de woning van C. in Heerhugowaard en van zijn vriendin in Lelystad wordt Replay-kleding aangetroffen.

Een vrouw die op 6 juli na 23.10 uur over het bruggetje in het verlengde van de Achterdam liep, heeft een man zien lopen die een zware, gouden ketting met een hanger droeg. Als C. op 29 oktober van het huis van bewaring Schutterswei naar het politiebureau in het centrum  wordt overgebracht,  blijkt hij in het bezit van twee goudkleurige halskettingen, plus een goudkleurige hanger in de vorm van een kruis.

Het is bij lange na niet genoeg bewijs, dus is creativiteit gevergd van ‘Dikhout’. Het team komt op de proppen met een videoconfrontatie. Op de beelden zijn C. en enkele gelijkende figuranten te zien. De hoop is er op gevestigd dat getuigen de karakteristieke motoriek en houding van C.  herkennen. Helaas. De zoektocht naar M. is eveneens op niets uitgelopen. Wellicht in een ultieme poging de zaak rond te krijgen, worden gesprekken tussen C. en zijn advocaat Joe de Goeij in het huis van bewaring afgeluisterd. Zegt De Goeij. De gevangenisdirectie ontkent in alle toonaarden, het OM geeft geen krimp en de storm waait over.  De beloning van 20.000 euro voor de gouden tip wordt nooit uitgekeerd.

Vrij

Op 13 november mag C.  als vrij man de deur van Schutterswei achter zich dicht trekken. De Goeij neemt het op tegen de Staat en eist een schadevergoeding voor onterecht vast zitten van 6920 euro. C. denkt er een slaatje uit te kunnen slaan en komt zelf met een claim van 17.000 later zelfs 18.000 euro, zonder zijn gezicht echter te laten zien tijdens de rechtszaken hierover. De rechtbank hamert af op 6100 euro.

Onlangs heb ik het OM en strafpleiter De Goeij gevraagd naar de actuele stand van zaken. OM-woordvoerder Natasja Keijzer:  ,,Er zat in dit onderzoek geen DNA, dus aan de modernste DNA-technieken om alsnog een dader op te sporen hadden we niets .” (Zie het hoofdstuk over Fabian Brands, AR). Keijzer vervolgt:  ,,Net als in de zaak-Brands is in de zaak-Kerssesn de afgelopen jaren een zogeheten review geweest, waarbij de zaak opnieuw tegen het licht is gehouden. Ook daar heeft het niet geleid tot zodanige inzichten dat we het onderzoek weer actief hebben kunnen maken. Dat zal natuurlijk wel gebeuren als er nadere info opduikt die daartoe aanleiding geeft.” De Goeij kan kort zijn: ,,Nooit meer iets van hem gehoord.”