Gouden Karper niet gastvrij

Gereserveerde tafel blijkt vergeven 

De Gouden Karper in Ursem weet niet wat gastvrijheid inhoudt. Dat bleek dit weekeinde. De op zaterdagmorgen voor zondag gereserveerde tafel, waar we bijna maandelijks dineren, is vergeven aan anderen. De bazin laat ons op boze toon weten dat zij de dienst uitmaakt.

Onze, in Amsterdam woonachtige zoon nodigt mijn echtgenote en mij vorige week uit voor een etentje bij ‘de buren’, want de Gouden Karper ligt op 500 meter van ons erf. Gedrieën, of met z’n tweeën, gaan we daar regelmatig heen. Omdat het dichtbij is, bij zonnig weer het terras een publiekstrekker is, en de prijzen aangenaam zijn.

Zaterdagochtend om iets voor tienen liep ik de zaak binnen en sprak een serveerster aan. “Ik wil graag die ronde tafel bij de bar, morgen om 18.30 uur.” “Ik kijk even in het grote boek, meneer. Ja, dat kan. Staat genoteerd. Tot morgen.” Zondagavond om 18.15 uur vertrekken we van huis, en bedenken of het vlees of vis zal worden dit keer.

Het wordt niets, helemaal niets bij de zilveren zeebaars cq de koperen paling (flauwe naamgrappen, inderdaad, maar laat ons). We stiefelen naar ‘onze tafel’ toe, zien dat er is gedekt voor vijf personen, en vermoeden al waar dit op gaat uitdraaien als het blonde meisje van de bediening iets stottert dat dit niet gaat. “Dachten we wel, gereserveerd is gereserveerd, dat zal zelfs bij jullie niet anders zijn, toch?”, zeg ik cynisch en wacht af wat er gaat gebeuren. Gade en zoonlief reageren op soortgelijke, ongelovige manier.

Het kind murmelt iets over ‘dit moet ik bespreken met mijn leidinggevende’ en rent richting haar cheffin. Die is van het soort ‘Met mij speelt niemand spelletjes’. Met een blik in de ogen alsof ze iemand de strot gaat afbijten stormt ze op onze tafel af, plant haar vuisten met de knokkels naar ons gekeerd op het tafelblad en doceert: “Gereserveerd is slechts onder voorbehoud. Ik (let op, ik, AR) geef nooit tafels weg voor vast.” Reserveren is niet reserveren, hoe komen we daar nou toch bij, wij dommerds. Dat we 32 uur van tevoren iets anders hebben begrepen, is onze fout. Vanzelfsprekend.

Ze heeft haar lesje ongastvrijheid nog niet afgemaakt: “Onze hotelgasten moeten ook eten. Zij krijgen deze  tafel. Ik heb voor u een andere tafel.” En of we haar bevelen maar willen opvolgen.

U begrijpt natuurlijk dat we geen moment hebben geaarzeld en dit enge etablissement hebben verlaten. Bij Irodion in Alkmaar, een restaurant waar we al 25 jaar te gast zijn, hebben ze een prachtige plek voor ons bij het raam. Zeer vriendelijk en warm ontvangen, heerlijk gegeten, voldaan naar huis. De gouden karper? Gooi die maar terug in het water. Niet alles wat er blinkt is goud.