Tentoonstelling ‘meester van het licht’

Emanuel de Witte (1617-1692)

De binnenplaats van de Beurs in Amsterdam, 1653, olieverf op paneel, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
(bruikleen Stichting Willem van der Vorm / foto: Studio Tromp, Rotterdam)

Stedelijk Museum Alkmaar zet een van de getalenteerdste schilders uit de Gouden Eeuw in de schijnwerpers: Emanuel de Witte (1617-1692). Hij was de meester van het licht.

De tentoonstelling, van 23 september tot en met 21 januari 2018, biedt bovendien een inkijk in de tragische levensloop van deze markante persoonlijkheid. Het is de eerste keer dat er een monografische tentoonstelling aan Emanuel de Witte wordt gewijd. Dat is opmerkelijk, gezien het feit dat hij als grootste schilder van kerkinterieurs uit de tweede helft van de Gouden Eeuw wordt beschouwd.

In 2017 is het 400 jaar geleden dat De Witte in Alkmaar werd geboren en was een stad- en leeftijdgenoot van de kunstenaar Caesar van Everdingen. Zijn vader Pieter de Witte was hoofd van de Franse school. De jonge Emanuel volgde zijn opleiding bij stillevenschilder Evert van Aelst (1602-1657) in Delft.

Na een kort verblijf in Rotterdam en tien jaar Delft verhuisde Emanuel de Witte naar Amsterdam. Daar was hij op dat moment de enige architectuurspecialist. De Witte wist al snel zijn reputatie te vestigen. Tekenend voor deze reputatie is dat hij al in 1654 door de dichter Jan Vos onder de belangrijkste kunstenaars van zijn tijd werd gerangschikt – in een adem met Rembrandt en Govert Flinck.

Licht

Het was vooral de fenomenale lichtbehandeling waarmee hij indruk maakte: als geen ander wist hij te spelen met zonlicht dat door hoge kerkramen naar binnen valt en op zuilen en wanden reflecteert. Hij schilderde niet alleen protestantse – en katholieke gebedshuizen, maar introduceerde ook het imposante interieur van de Portugese synagoge te Amsterdam in de schilderkunst.

Wie het werk van Emanuel de Witte vandaag de dag in ogenschouw neemt, wordt getroffen door de verrassende veelzijdigheid van zijn oeuvre. Naast de Delftse en Amsterdamse kerkinterieurs waaraan hij zijn reputatie dankt, vervaardigde hij marktgezichten, genretaferelen, portretten en historiestukken. En bijna zonder uitzondering van grote levendigheid en hoge kwaliteit.

Dankzij bijzondere bruiklenen zoals Interieur van de Oude Kerk in Delft uit het Metropolitan (New York) en Gezicht op het grafmonument van Willem de Zwijger in de Nieuwe Kerk te Delft uit het Palais des Beaux-Arts (Lille), de twee bijna identieke interieurscènes met een virginaalspeelster – uit Rotterdam en Montreal – en andere bruiklenen uit onder meer Jeruzalem, Londen en Parijs kunnen we de variëteit en de kwaliteit van De Wittes oeuvre in Stedelijk Museum Alkmaar in de volle breedte laten zien.

Een portret van De Witte werd helaas niet overgeleverd. Verschillende bronnen beschrijven de schilder – die een kleurrijke levenswandel en bepaald geen makkelijk karakter moet hebben gehad – met zoveel verve dat we toch een zeker beeld van hem krijgen.

Dankzij ‘zynen weerborstigen aart’ (aldus biograaf Arnold Houbraken in 1718) raakte hij keer op keer verzeild in ruzies, conflicten en rechtszaken. Geplaagd door persoonlijke problemen met verhuurders en achterstallige betalingen pleegt hij in 1692 uiteindelijk zelfmoord. Daarmee kwam een tragisch einde aan een kleurrijke loopbaan.