Turkse minister niet-ontvankelijk

De bestuursrechter heeft het beroep van de Turkse minister Kaya niet-ontvankelijk verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van de gebeurtenissen komt de rechtbank niet toe.

De Turkse minister Kaya voor familiezaken en sociaal beleid kwam op 11 maart vanuit Duitsland naar Nederland. Zij was van plan om in het gebouw van het Turkse consulaat-generaal in Rotterdam te spreken op een bijeenkomst over het referendum over het wijzigen van de Turkse grondwet van 16 april. In de buurt van het consulaatsgebouw is zij tegengehouden door de politie. Volgens minister Kaya heeft de politie haar die nacht uitgezet naar Duitsland.

Minister Kaya heeft deze zaak vervolgens aan de bestuursrechter voorgelegd. Die oordeelt nu Kaya geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het doel van haar komst naar Nederland was te spreken over het Turkse referendum. Dat doel kan nu niet meer worden bereikt met een rechterlijke uitspraak.

Afwijzing

Kaya heeft verder niet concreet gemaakt in welke zin sprake is geweest van een publiekelijke afwijzing van haar persoonlijke gedrag. Ook daarin is geen belang bij inhoudelijke beoordeling gelegen. Verder heeft Kaya niet duidelijk gemaakt dat zij schade heeft geleden. Dat Kaya geen nationaal rechtsmiddel onbenut wil laten, maakt evenmin dat zij belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.