Archief per maand:

Archief per jaar:

Maandelijkse archieven: december 2019

Drie jaar voor poging moord

De Alkmaarse rechtbank  heeft een 67-jarige vrouw veroordeeld tot drie jaar cel voor poging tot moord op een voormalige buurvrouw. De 71-jarige echtgenoot kreeg zeven maanden voor openlijk geweld tegen diezelfde buurvrouw.

Het echtpaar had een jarenlang slepend conflict met het slachtoffer én met de gemeente over onder meer de bestemming van hun woning en het gebruik van de grond. Uiteindelijk moesten zij verhuizen en werd in hun optiek hen alles afgenomen. Zij konden dat maar niet laten rusten. Het echtpaar was al eerder veroordeeld voor geweldsincidenten tegen de voormalige buurvrouw.

Op 29 mei zag de vrouw de auto van het slachtoffer in Anna Paulowna staan, pakte een broodmes uit haar fietstas, stak dit onder haar broeksband. Toen zij vervolgens het slachtoffer zag stak zij haar meermalen in haar lichaam en gezicht. Zij riep daarbij: ‘En nou ga je dood’ en ‘Je moet dood’. Zij heeft op de zitting verklaard het mes al geruime tijd bij zich te hebben ‘om iets van vergelding te doen’ met het slachtoffer als zij haar zou tegenkomen.

Ook heeft zij verklaard dat ze kalm was toen ze het slachtoffer stak. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank vindt dat de vrouw tijd en gelegenheid had om na te denken over wat zij deed en welke gevolgen dit zou kunnen hebben voor het slachtoffer. Zij heeft met voorbedachte raad gehandeld en dit levert poging tot moord op.

De rechtbank ziet geen bewijs voor een gezamenlijk plan (medeplegen) van het echtpaar. Het echtpaar stond met iemand te praten toen de vrouw plotseling wegliep richting de auto van het slachtoffer. Onduidelijk is gebleven vanaf welk moment de echtgenoot wist dat zijn vrouw een mes bij zich had en wat zij mogelijk van plan was. Hij is vrijgesproken van poging tot moord.

Schop

De echtgenoot is wel veroordeeld voor openlijk geweld omdat hij, nadat zijn vrouw het slachtoffer had gestoken, zich bij hen heeft gevoegd en het slachtoffer een schop heeft gegeven.

De rechtbank neemt het de vrouwelijke verdachte kwalijk dat zij geen enkel berouw heeft getoond en nog steeds vindt dat haar handelen gerechtvaardigd was. Daardoor is de kans op herhaling groot. Ook weegt de rechtbank mee dat het steekincident plaatsvond op de openbare weg waar publiek aanwezig was, onder wie kleine kinderen.
Het echtpaar heeft een gebiedsverbod opgelegd gekregen en mag gedurende vijf jaar niet binnen een straal van twee kilometer komen van het woonadres van het slachtoffer alsmede een algeheel contact verbod voor vijf jaar.

GGD ‘draait’ over Achterdambeeld

De GGD draait en kronkelt over zijn kwalijke rol in de discussie over het beeld, dat bij de Alkmaarse Achterdam moet komen. De dienst geeft ontwijkende antwoorden, die bovendien elkaar onderling tegenspreken, op vragen van Achterdam-ondernemers.

Pandeigenaar Cor Ootes van Alkmaars beroemde prostitutiestraat Achterdam kwam met het idee om naast het Alkmaarse kaasmeisje – dit beeld staat op het Waagplein – de (Duitse) toeristen ook te trekken met een bronzen beeld van een meisje dat het oudste beroep ter wereld verbeeldt. Ootes, verzamelaar van erotische kunst, liet een ontwerp maken door een hem bekende Duitse kunstenaar.

De presentatie van het voorontwerp, een miniatuur van het eigenlijke kunstwerk, in de Duitse stad waar Ootes’ opdrachtnemer werkt en woont, was een doorslaand succes. De burgemeester van de plaats was zo enthousiast, dat ze spontaan aanbood bij de officiële onthulling  op de Dijk hoek Achterdam aanwezig te zijn.

Donker

Ootes: “Deze bijzonder sympathieke vrouw, voornaam Susanne, vroeg nog of ik al een naam had bedacht voor het beeld. Ik zei: “Ja, Susanne’. Ze was in de wolken.”  Korte tijd later verscheen er echter ook donkere wolken boven het beeld, dat voorlopig in de winkel op de kop van de Dijk staat.

Er is een politieke discussie ontstaan over de vraag of het beeld wel moet worden geplaatst. Zo heeft de fractie van GroenLinks in de gemeenteraad zich anti-Susanne opgesteld, omdat het vrouwonvriendelijk zou zijn.

De groene linksen zeggen zich gesteund te voelen door de GGD. Een arts van de dienst, die de medische controle van de prostituees verzorgt, heeft volgens de politici een aantal sekswerkers gevraagd wat de vrouwen van het beeld vinden. Enkele prostituees zouden ook de vrouwonvriendelijkheid hebben benadrukt. In deze #metoo- en Epstein-tijd bijna een garantie voor publieke verontwaardiging en afkeur.

Kamerverhuurder Frans Snel was verbijsterd over de ophef en vooral het aandeel van de GGD daarin. Hij stelde in drie mailtjes vragen aan de GGD-directie over het hoe en waarom. Vooral de schending van het beroepsgeheim door de arts en de actieve rol die hij of zij speelde bij de enquettering zit hem dwars.

Tegenstrijdig

De eerste twee mails werden beantwoord, maar zijn onderling tegenstrijdig. Het antwoord op de eerste mail:

“Tijdens een presentatie van hun werkzaamheden hebben raadsleden gevraagd of zij (medewerkers GGD-post Zevenhuizen, waar de prostituees op controle gaan, red.) wisten hoe de prostituees over het beeld dachten. Desgevraagd hebben de collega’s aangegeven dat zij een aantal vrouwen hadden gesproken die twijfels hadden over (de plaats van) het beeld, maar dat zij, indien door de raad gewenst, daar in opdracht verder onderzoek naar zouden kunnen of moeten doen om een beter beeld te kunnen schetsen.

Met vriendelijke groet

Team Communicatie

GGD Hollands Noorden.”

De tweede mail is al heel anders van toon, maar maken de zaak niet duidelijker (om het voorzichtig te zeggen):

“Het klopt dat medewerkers informeel enkele sekswerkers gevraagd hebben wat zijn van dit beeld vinden. De arts vroeg zich dat af uit interesse. De vragen zijn gesteld op eigen initiatief. Er is geen sprake van vooroverleg of opdracht aan de GGD om dit te onderzoeken.

(…) In het geval de vraag gesteld zou worden aan de GGD om de mening van de sekswerkers over het beeld te onderzoeken zou de GGD adviseren daar onafhankelijk onderzoek naar te laten doen.”

Op het derde mailtje, waarin Snel expliciet vroeg naar de naam van de arts, de mening van de GGD over de schending van het beroepsheim en de eventuele sanctie die daarop moet volgen is geen antwoord gekomen. “Die is verstuurd vorige week donderdag, met een beantwoordingstermijn van maximaal 24 uur. Tot nu toe zwijgt de GGD in alle toonaarden.”

Het is voor Snel onbegrijpelijk dat een neutraal geachte, medische dienst zich als actieve partij opstelt in een politieke discussie. “En dan dat gedraai en gekronkel. Waren het nu meer medewerkers, was het een arts? Hebben ze de meiden op pad  gestuurd, zoals twee ervan tegen ons hebben verklaard? Wil de GGD zelf onderzoek doen, of onafhankelijk? We beraden ons dan ook op nadere stappen. Dit kan niet door de beugel.”