2,5 jaar geëist voor verkrachting

Mourad T. (25) uit Hoorn dealt drugs terwijl hij voorwaardelijk vrij is, knipt z’n enkelband door en duikt onder. De eis van 2,5 jaar cel is echter voor verkrachting van een zestienjarige.

De Hoornaar vertelt bij de Haarlemse rechtbank over de gebeurtenissen op 11 juli 2014 tussen 21.30 en 23 uur. De meermalen voor tasjesroven veroordeelde T. is dan net op vrije voeten, zij het met een enkelbandje. Desondanks verkoopt hij wiet in de wijk Kersenboogerd.

Doordat hij lang in de bak heeft gezeten, weet hij de weg niet meer. Twee vriendinnen van vijftien en zestien jaar, die rondhangen bij een bushokje, redden hem uit de penarie. Samen leiden ze hem naar het adres en keren terug naar hun hangplek. Tien minuten later is T. opnieuw verdwaald. De jongste stapt bij hem op de scooter.

Een kwartier later wil de dealer voor de derde keer hulp. Nu gaat de oudste mee. Op de terugweg stoppen ze in een park om een joint te roken. Volgens de verdachte  hebben ze gewilde seks. Hij zet haar af bij de abri en spoedt zich naar huis, om te voorkomen dat hij te laat is en bij de reclassering het alarm afgaat.

Volgens het slachtoffer, dat een schadevergoeding van 6586 euro vraagt, heeft T. haar tot gemeenschap gedwongen. De klassieke nee-ja-zedenzaak, weet ook de officier van justitie. Die toch verkrachting bewezen acht, op grond van wat de vijftienjarige verklaart. T. had bij een paar bosjes tegen haar gezegd: ‘Als ik je had verkracht, had ik het hier gedaan’. Hij sprak over vuurwapens en een veroordeling voor een schietpartij. De zestienjarige zou direct in huilen zijn uitgebarsten.

De beklaagde doet de verklaringen van de vriendinnen af als leugens. Hij bekent kort na 11 juli zijn enkelband te hebben doorgeknipt, afscheid te hebben genomen van zijn zwangere vriendin en drie weken op de vlucht te zijn geweest. Bij zijn arrestatie heeft hij een agent met pepperspray bespoten. Daarvoor heeft hij twee maanden gekregen. Momenteel zit hij zijn voorheen voorwaardelijke straf van zeven maanden uit.

De uitspraak is op 9 september.