Engström twee keer goed

Thomas Engström: 1) Ten noorden van het paradijs

2) Ten oosten van de afgrond

Ambo/Anthos

€ 15 per titel

1) Deze spionageroman is ouderwets goed. Omdat-ie over het zoveelste potje dodelijke schaak tussen de Russen en Amerikanen gaat.

Als het doek bijna is gevallen, zegt een CIA-medewerker het ook: ‘Wij (de VS, red.) reageren en passen ons aan. En dan nu die obsessie met jihadisten. Wat voor bedreiging vormen die eigenlijk? De werkelijke dreiging komt uit Rusland en China.’

In het derde, onafhankelijk te lezen deel van de serie over de officieel uitgetreden dubbelspion Ludwig Licht hebben de Russen opnieuw een spionagebasis ingericht op Cuba. De CIA wil de communicatie van zijn grootste vijand afluisteren en tegelijkertijd de anti-Castrobeweging onder de duim houden, maar zelf de handen niet smerig maken.

Daarom klopt de dienst met een zak geld aan bij Licht. Dat heeft grote gevolgen, mede doordat de huurling zo zijn eigen ideeën heeft hoe je conflicten moet oplossen. Hij werkt dit keer samen met de even nihilistische Cathy Marcela.

2) ‘Rusland is geen laatste verzetslinie in de eerzame strijd voor onze Europese cultuur. Rusland is gewoon de maffia met een vlag en een volkslied’.

Slechts zijn bijtende cynisme en de immer gevuld heupfles met lokaal bocht van 70 procent slepen de alcoholistische ex-Stasi- en voormalig CIA-agent Licht door zijn laatste klus heen. Hij moet in het godvergeten Georgië helpen om de democratie en de westerse waarden overeind te houden.

Geen sinecure, tegenover de Russische moordenaars en hun vazal Frauke Koch, Lichts bazin bij de Staatssicherheitsdienst. Moskou beschikt over onbeperkte middelen en kan bovendien rekenen op hulp van IS-afdeling Kaukasus. Ludwig heeft de pech dat zijn zoon Walter op bezoek is in Tiblisi. Het laat zich raden dat de journalist onderdeel van de smerige strijd wordt.

De finale van het Lichtkwartet is net zo goed geschreven, hard en rauw als de vorige. Engströms haat-liefdeverhouding met Georgië ontroert.