Alkmaar veel meer dan huis met de kogel

Natuurlijk heeft Alkmaar veel meer te bieden dan het, hier afgebeelde huis met de kogel. Beleeft het zelf, op 14 september.

399 monumenten, die doe je niet in een dagje

Kent u dat verhaal van die man die een dagje Alkmaar doet, om oude pandjes te bekijken? Hij werd na drie weken met verwilderde ogen aangetroffen op het station, mompelend:  “399, 399, 399…” Het is echt waar: de Kaasstad heeft 399 rijksmonumenten. Er is dus veel meer dan het Huis met de Kogel, de Waag, de Accijnstoren en het stadhuis, al moet je die hebben gezien om mee te kunnen praten.
Ook mij gaat het niet lukken om ze allemaal te beschrijven. Wie ze toch allemaal wil leren kennen, moet of een heel lange vakantie opnemen, of regelmatig terugkeren om deze indrukwekkende lijst met cultureel erfgoed af te werken. Een goed idee is bijvoorbeeld jaarlijks op Monumentendag een, vooraf bepaald deel onder de loep te nemen. In 2013 is dat op zaterdag 14 september.
Wij beginnen natuurlijk met de Waag, imposant en betrouwbaar bewaker van de kaasmarkt en het uitgaanspubliek op het Waagplein. Aan het einde van de dertiende eeuw gebouwd voor de opvang van arme reizigers en de verzorging van de zieken, die voorheen onderdak vonden bij de Egmondse abdij.
Waag
Het Heilige Geest Gasthuis deed een kleine drie eeuwen als zodanig dienst, tot het tussen 1582 en 1584 werd verbouwd tot waaggebouw. Daar moesten de verkochte kazen worden gewogen om te kunnen bepalen hoeveel belasting er op de kaas aan de stad moest worden betaald. Daarvoor werden de grote weegschalen gebruikt, die er nog steeds staan. De waagmeester zag toe op het precieze weegwerk en het noteren van de gewichten. Gesjoemel was een doodzonde en moest voorkomen worden, zoals een spreuk van Salomo in de hal van de Waag ook zegt: ‘ Een Valsche Waghe is den Heere eenen grouwel, daer en teghen een vol ghewicht is syn welbehagen’.
Op weg naar de Accijnstoren nemen we de tijd voor de oogverblindend mooie en mooi gerestaureerde monumenten. Direct om de hoek de Waag bijvoorbeeld, op het adres Mient 2, een zestiende-eeuws werk-woonhuis met trapgevel bekroond door toppilaster (het verticale uitsteeksel dat de gevel bekroont).De zijgevel aan het Waagplein heeft een halfrond uitgemetselde traptoren met ronde lichten.  Ingericht als winkel, een bezoekje meer dan waard.
Over het water heen, op Mient 33, een uit 1672 stammend woonhuis. Daarnaast, op 31, ‘De kroon’, net als de buren tegenwoordig op de begane grond winkel maar in de zeventiende eeuw gebouwd als woonhuis. Fraaie details in de trapgevel: keizerskroon, de wapens van Alkmaar en Hoorn en twee gebeeldhouwde maskers, leeuwenmaskers en engelenkopjes. Links en rechts van beide monumenten nog meer heerlijks, maar we moeten verder.
Grachten
Want er is zoveel te genieten, op een paar meter afstand. Het Verdronkenoord heet het hier, net als onder meer de parallel lopende Oudegracht en Luttik Oudorp behorend tot de negen grachten die als rijksmonument zijn aangeduid. Voordat de wandelaar zich kan verlustigen aan de vele historische (woon-)panden, is hij al geconfronteerd met de Visbanken. Alkmaar had al in de zestiende eeuw zo’n galerij , waaronder de visverkopers beschut tegen wind en regen hun waar konden uitstallen. In de loop der eeuwen is er het een en ander verbouwd en gemoderniseerd. De houten kolommen onder de banken maakten plaats voor stenen zuilen. Het dak rust op negentiende-eeuwse gietijzeren kolommen.
De ruim 60 monumentale panden aan het Verdronkenoord stammen voor het merendeel uit de achttiende en negentiende eeuw. Drie die van vroeger datum zijn, belichten we hier. Nummer 50 is een zeventiende-eeuwse trapgeveltje. Een pand met een tot tuitgevel verminkte topgevel uit diezelfde eeuw treffen we aan op nummer 65. Nummer 101 is een uit 1677 stammende trapgevel. De cartouches met de datering zagen we eerder terug op Mient 33.
Het Noordhollands Kanaal flonkert ons tegemoet. Terwijl langs Zeglis, Voormeer en Turfmarkt Alkmaars nieuwste (en vermoedelijk laatste) binnenstedelijk woningproject De Schelphoek de veranderende skyline inkleurt, kijkt aan de Bierkade de Accijnstoren over het water uit. Al bijna vier eeuwen lang.
Op alle handelswaar die de stad binnenkwam, moest belasting worden betaald. Om fraudeurs, want die waren er toen ook al, niet de ruimte te geven, besloot de vroedschap in 1622 – het stadsbestuur – op een strategisch punt een accijnstoren te bouwen. Alle schepen die via het Zeglis en de Voormeer Alkmaar binnenvoeren, kwamen vanzelf langs dit gebouwtje, en moesten ze de beurs trekken. Op de hoofdwegen naar de stad kwamen toegangspoorten met dezelfde functie. Al het verkeer moest er langs; handelaren moesten belasting afdragen bij de accijnshuisjes bij de poorten. In 1866 werden deze vorm van belasting afgeschaft. De poorten en huisjes verdwenen, maar de Accijnstoren bleef.
Bier
Voordat we teruggaan, het centrum in om her en der nog wat cultuur op te snuiven, willen we wijzen op Bierkade 10, een voormalige bierbrouwerij, en tot 2011 kachelmuseum . In 1716 gebouwd als woonhuis. Was burgemeesterswoning, alvorens de brouwers er in trokken. De kap is nog grotendeels origineel.
Het Luttik Oudorp is zelf een monument (gracht), en staat er ook nog eens vol mee. Drie hoogtepunten hebben we geselecteerd. Op nummer 81 De Vigilantie. Een rijzig korenpakhuis uit de zeventiende eeuw, te vergelijken met de rijke grachtenhuizen die Philips Vingboons (1607-1678) in Amsterdam bouwde. Verhoogde halsgevel, rijk versierd. Wie zou hier niet willen wonen?
Misschien de eigenaar van De Drie Schopjes, op nummer 110. Uit 1609, volgens velen de mooiste trapgevel die Alkmaar rijk is. De gevelsteen met de waaier van drie bakkersschopjes herinnert aan de tijd dat de Alkmaarse koekenbakkers hier hun nering hadden. De koeken werden verkocht op de begane grond, de luiken deden dienst als toonbanken. Tevens graanpakhuis, zie de hijshaak en de ramen, voorheen laaddeuren.
Het buurhuis, 112, is nóg ouder, want uit 1593 en niet minder interessant. Al was het maar vanwege de winkel, waar al tientallen jaren lang erotische artikelen worden verkocht. Een betere plek kun je je niet denken, zo dicht bij Alkmaars rosse straat de Achterdam. De winkelier heeft bovendien een schitterend uitzicht op een andere, toeristische trekpleister van de bovenste plank: het Huis met de Kogel. Appelsteeg 2 is het officiële adres van dat huis, dat alles te maken heeft met Alkmaars Ontzet.
Spaans
Even kort nog: in 1573 lag Alkmaar zwaar onder Spaans kanonnenvuur. De overlevering wil dat een kogel door het raam van het huis van mandenmaker Jan Arendszoon vloog. Het projectiel verwoestte de stoel, waarop een meisje aan het spinnewiel zat. Zij bleef echter ongedeerd, net als de zes andere personen die op dat moment in het pand aanwezig waren. Een klein wonder, dat aan het volk kond moest worden gedaan. Aldus geschiedde. De boosdoener, de kogel , werd aan de gevel boven het water gehangen. De rondvaartboten varen er onderdoor en het verhaal wordt verteld, steeds weer, en het verveelt nooit.
Oefff.  399, 399, 399… We zijn nog lang niet op de helft, ons beseffend dat Alkmaar ook nog eens 700 gemeentemonumenten telt, en het einde van deze tocht komt reeds in zicht. Snel voort, om een kijkje te nemen bij en in het stadhuis. Langestraat 97, midden op de belangrijkste winkelstraat van Alkmaar.  Het stadhuis bestaat uit een brede gotische langsgevel, met een trapbordes met gebeeldhouwde leeuwen en links een achtzijdige traptoren, beide gebouwd tussen 1509 en 1520, Met een financiële bijdrage van de kerk omdat de stad weinig in kas had.
Waarheid
In 1694 werd het uitgebreid. In 1890 vernielde een brand een groot deel van het pand en het stadsarchief, met als gevolg een reeks restauraties in de decennia erna. In 1894 werd ter rechterzijde nog een vleugel aangebouwd. De ingangspartij is een plaatje: bekroond door twee beelden, die de personificaties van de rechtvaardigheid en de waarheid voorstellen. Twee nummers terug, op 93, het Moriaanshoofd. Uit de achttiende eeuw, de naam verwijst naar een herberg die hier ooit stond. Schepen Simon Schagen kocht het in 1718 en liet het ingrijpend moderniseren.
Hoogste tijd om de binnenstad te verlaten en nog even een paar monumenten elders in de stad mee te pikken. Op de rand van het centrum, aan de Zilverstraat 1, ligt trouwens een uit 1901 daterend pand dat de Alkmaarse bevolking kent als ‘het kasteeltje’. Art nouveau, ontwerp van de Alkmaarse architect Klaas Bakker Dz. In opdracht van een sigarenwinkelier. Asymetrisch hoekpand met bijzonder kleurrijk materiaalgebruik.
Halte MCA, het medisch centrum Alkmaar. Genoeg te zien. Het voormalige Centraal Ziekenhuis (later gefuseerd met het Sint Elisabethziekenhuis) ging in 1930 van start in de voormalige Cadettenschool aan de Wilhelminalaan 11. Dit militair opleidinginstituut werd in 1892-193 gebouwd in rijke neorenaissancestijl Van het oorspronkelijk complex, dat uit meerdere vleugels bestond, is alleen het vroegere hoofdgebouw over. De jonge officieren woonden daar.
Nummers 2 en 4 van de gesloten gevelwand van deze Wilhelminalaan schreeuwen om aandacht. Op 2 Villa De Lange uit 1917, ontwerp van de Alkmaarse architect Jan Wils (1891-1971). Bouwstijl die duidelijk is beïnvloed door de Amerikaanse grootheid Frank Lloy Wright. Op 4 een herenhuisin de stijl van het rationalisme met op oriëntaalse voorbeelden geïnspireerde ornamenten uit 1904-1905, naar ontwerp van K.P.C. de Bazel.  De bestrating van het overdekte plaatsje aan de achterzijde en van de achtertuin zijn in 1999 uitgevoerd naar gevonden ontwerpen van De Bazel.
Op Prinses Julianalaan 14 staat Huize Westerlicht.  Hoofdgebouw uit  1931-1932, naar ontwerp van de Alkmaarse architect D. Saal Czn. (1884 -1945). Late Amsterdamse School.  Westerlicht ligt tegenover  het hertenkamp de Alkmaarderhout, om het helemaal goed te zeggen, tegenover een monumentale (!) duiventil annex marmottenhuis. Jaren twintig van de vorige eeuw. Houten vierkant met rietgedekt tentdak. Het hertenkamp heeft aan de zijde van de Prins Bernhardlaan een tweede bouwsel met grote cultuur-historische waarde.  Dat is het hertenhuis, uit 1902. In chaletstijl gebouwd, naar ontwerp van de Haarlemse tuin- en landschapsarchitect Leonard A. Springer.
Wils
De hand van Jan Wils, de architect van Villa De Lange aan de Wilhelminalaan, zien we terug in een wel heel apart monument. Dat is de sporttribune van de drafbaan aan de Sportlaan (ooit domicilie van het AZ-stadion). De van origine geheel open tribune met 1100 zitplaatsen werd gebouwd in 1929, 1930 in de trant van het Nieuwe Bouwen met één van de eerste kolomloze ijzeren kapconstructies in Nederland . Niet veel later zijn de open zijkanten voorzien van glas, werd de open achterkant met luiken gedicht en het dak verlengd, zodat ook de voorste rijen droog zaten.  De keuze voor Wils was logisch: de Alkmaarder had het Olympisch Stadion in Amsterdam ontworpen.
We moeten terug naar het Waagplein. Grote dorst. We willen niet eindigen als die man, met verwilderde ogen. Laatste stop is het Murmelliusgymnasium aan de Bergerhout 1. Uit 1939-1940, een gaaf bewaard voorbeeld van een stedelijk gymnasium in de trant van de Delftse School. Beïnvloed door Scandinavische architectuur.
Het interieur uit de bouwtijd van het gym is grotendeels in oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Opdekdeuren bekleed met eikenfineer, een vloer van donker travertin en wanden van licht travertin in de vestibule, betegelde gangvloeren. Bordestrappen met treden van licht travertin en bronzen leuningen. Centrale hal voorzien van een vide. Aula met  toneel, waar de leerlingen uit heel Noord-Holland boven het Noordzeekanaal regelmatig muziek- en theateruitvoeringen geven. Johannes Murmellius (1480-1517) bracht als rector de Latijnse school in Alkmaar tot grote bloei. Het aantal leerlingen schommelde meestal rond de 150, onder Murmellius – mede doordat hij het Latijn inruilde voor de Nederlandse taal – waren het er zo’n 900. Zoveel als er nu ook jaarlijks zijn.
Arno Ruitenbeek
Dit is een aangepast hoofdstuk uit het onlangs verschenen boek ‘Juist! Heerhugowaard – Alkmaar – Langedijk’.