Cel- en werkstraf geëist voor drugshandel en witwassen

Etalagepoppen moeten eventuele rippers afschrikken

Door Arno Ruitenbeek

Haarlem – Etalagepoppen voor het raam moesten de indruk wekken dat de van drugshandel verdachte Jim S. (51) niet alleen thuis was. Vermoedelijk om eventuele rippers af te schrikken.
Hoewel alle omstandigheden wijzen in de richting van een langdurig leven in de hennepteelt, heeft S. bij de rechtbank ontkend dat hij betrokken was bij drugshandel en witwassen. De aanklager geloofde hem niet en eiste 289 dagen cel, waarvan 200 voorwaardelijk plus een werkstraf van 90 uur. Omdat hij 89 dagen in voorarrest zat, zou hij op vrije voeten kunnen blijven als de uitspraak op dinsdag 18 juni gelijk is aan de eis.
De politie ontdekte in de nacht van 10 op 11 januari van dit jaar (sporen van) wietplantages in twee verdachte panden op de Wateringweg en de Nijverheidsweg in Haarlem. Bij de eerste betrof het de werkplaats van Marco D. (45), een Velserbroeker aannemer die voor sloopwerk soms een beroep deed op vriend S. Medeverdachte D. – met wie justitie nog niet klaar is – getuigde in het voordeel van de verdachte. De ondernemer had, uit geldgebrek, niet nader genoemde figuren toegestaan in oktober 2012 een kwekerij met 100 planten in te richten en te onderhouden in de werkplaats: ,,S. had niets met de teelt te maken.” Na de inval lieten de Poolse criminelen zich niet meer zien, waardoor D. nooit zijn centen heeft gehad.
Depressief
De beveiligingscamera op dit pand registreerde rond 3 uur wel een Citroen Berlingo, waarin de nerveuze S. zat. De politie hield hem staande. S. zei dat hij zwaar depressief was door scheidingsperikelen en daarom vaker ’s nachts een rondje ging rijden. Gisteren gaf hij toe dat dit de halve waarheid was: ,,Ik wilde Marco niet in problemen brengen. Ik vermoedde dat het om wiet ging, anders had Marco geen alarminstallatie aangelegd.” Dat Jims telefoonnummer na D. als tweede op de lijst van bij alarm te waarschuwenpersonen stond, zei volgens de verdachte niets.
Bij de doorzoeking van S.’ toenmalige woning aan de Tingietersweg werd een huurcontract voor de Nijverheidsweg gevonden. De eigenaar daarvan zegt dat S. er sinds juni 2012 verbleef. ,,Ik ben daar wel begonnen met de bouw van een wietplantage. Maar ik had te veel aan mijn hoofd; ik heb ’t niet afgemaakt.” Op de zitting hield hij ook vol dat hij twee jaar eerder louter tweedehands spullen en veertien kilo verdovende middelen had aangeschaft voor de voorgenomen kweek, bij een inmiddels overleden kennis. Facturen van eind 2012 in zijn appartement en tonnen en zakken met hennepafval in het huurpand vertelden een ander verhaal.
S. bleek eveneens in het bezit van een pistool, een busje pepperspray – ‘Ik was raar in mijn hoofd, doordat ik erg veel blowde’ – en ruim 27.000 euro aan contanten.,,Gespaard in de tijd dat ik met mijn ex een kapsalon had.” Bovendien handelt hij in curiosa vanuit het huis van zijn zus in Spaarndam. Liefst handje-c0ntantje. Dat was geen verklaring voor een storting van nog eens 8000 euro op zijn bankrekening. De fiscus was niet op de hoogte dat S. van 2010 tot en met 2012 inkomsten had. De aanklager telde alles bij elkaar op en concludeerde dat de Spaarndammer dik in de hennep zat en daar flink (zwart) mee verdiende.