Archief per maand:
Archief per jaar:

De ambtseed en de vervaagde herinnering

‘Poepie, zet de piepers maar uit, ik moet eerst een proces-verbaal opmaken tegen een wegpiraat’

Ik heb op 11 mei 2011 iets vreselijks gedaan. Ik ben op de provinciale vierstrooksweg N208 rechts blijven rijden, en in dit land moet je – tegen de regel in, natuurlijk – kilometers voor bijvoorbeeld een afslag of een inhaalmanoeuvre al het linkerrijspoor nemen.  

Zoals de agent in vrije tijd, in burger, in zijn eigen wagen die altijd al het beste jongetje van de klas was (armen over elkaar, kijk eens meester) en me op de bon slingerde. Ik had volgens hem op de rijstrook (links) met roodkruissignalering gereden. Hij is waarschijnlijk thuis gekomen en heeft tegen zijn vrouw geroepen: ,,Poepie, zet de piepers maar uit, ik moet eerst een proces-verbaal opmaken tegen een wegpiraat.”

Resultaat was een beschikking van ons aller vrienden van het CJIB. Of ik maar zo goed wilde zijn 186,00 euro te betalen voor mijn levensgevaarlijke weggedrag. Dat er uit bestond dat ik zo lang mogelijk rechts bleef rijden, tot de signalering boven de weg met een knipperende pijl naar links aangaf dat ik moest invoegen. Ik zette mijn knipperlicht links aan en voegde in, meters voor de tweede signalering met een rood kruis boven de linkerbaan.

Althans, het is naar mijn mening zo gegaan. Ik rijd deze weg, zeg maar Haarlem-Velsertunnel, enkele keren per week en handel zoals hierboven omschreven. Dat vinden de linksrijders (vanaf Santpoort) niet leuk. Menigeen wil je er niet tussenlaten, rijdt de gaten met de voortsukkelende voorganger dicht of rijdt met de rechterzijde over de as van de weg.

Ik zeg niet dat de koddebeier in kwestie zo’n kinderachtig type is. Wat ik wel zeg, is dat het zijn woord is tegen de mijne. En niet zijn ‘ambtsedige verklaring’ boven mijn standpunt, gebaseerd op mijn oprechte beleving van het gebeurde.  Maar dit is Nederland, waar een politiefunctionaris wordt geloofd omdat hij een politiefunctionaris is.

Waarom ik mijn hart nu pas lucht? Ho: ik heb op mijn site al eerder kond gedaan van de ontwikkelingen in deze kwestie. Maar nu ben ik na het afgewezen beroep en bezwaar in Haarlem (inclusief een zitting waarvoor ik niet was opgeroepen), in hoger beroep beland bij het gerechtshof in Leeuwarden. Anderhalf jaar later, maar dit in Nederland.

 Binnenkort krijg ik de kans om de raadsheren te vertellen wat ik er van vind. Ik zal vooral  ageren tegen de weg van de minste weerstand waarvoor het openbaar ministerie zoals gebruikelijk kiest: de ambtsedige verklaring van de verbalist. In burger, in vrije tijd, in zijn eigen wagen (en ook nog van een andere korps dan het bevoegde Kennemerland).

De beste man heeft me trouwens aardig geholpen. Dankzij de trage rechtsgang is zijn herinnering aan die verschrikkelijk meidag, op de N208, vervaagd. Hij weet niet meer precies wat er loos was, geeft hij in een aanvullend PV toe.

Dit is de eerste keer dat ik een vertegenwoordiger van het ‘blauw van de straat af’ op zijn woord geloof. Ik weet het evenmin meer precies. En bij twijfel is er vrijspraak. Want dit is Nederland, waar het recht zijn beloop soms krijgt.

ARNO RUITENBEEK