Enkhuizer gevangene vraagt hulp minister

‘Na acht maanden nog niets gedaan in zaak-marteldood Epskamp’

Door Arno Ruitenbeek

Lelystad – De 66-jarige Ab H. uit Enkhuizen, die vastzit voor betrokkenheid bij de marteldood van Schagenaar Paul Epskamp, heeft justitieminister Opstelten om hulp gevraagd. ,,Politie en OM zijn blijkbaar niet geïnteresseerd in de waarheid.”

Het Amsterdamse gerechtshof veroordeelde H. in 2010 tot acht jaar voor zijn vermeende rol in de gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Epskamp in 2005. De Enkhuizer zat ten tijde van het proces in hoger beroep een straf van 5,5 jaar uit in Noorwegen voor de invoer van 46 kilo hasj. Zijn verzoeken om in Amsterdam aanwezig te zijn werden niet gehonoreerd.

Nadat Noorwegen hem in oktober 2012 had uitgeleverd, kreeg  H. in zijn cel in de gevangenis in Lelystad het dossier onder ogen. Sindsdien tracht hij, met zijn advocaat Johan Keizer, aan te tonen dat hij ten onrechte is veroordeeld. Aan de basis van die ‘gerechtelijke dwaling’ zouden valse verklaringen liggen van een 29-jarige inwoner van Grootebroek.

Volgens H. en zijn raadsman is deze West-Fries politie-informant. ,,Mijn cliënt was uitsluitend getuige in deze zaak, maar werd pas verdachte nadat de Grootebroeker tegen hem ging verklaren. De politie was stuk gelopen en wilde toch iemand voor de rechters brengen voor Epskamps dood.” Mogelijk daarom mislukten vanaf mei vorig jaar H.’s pogingen om aangifte te doen tegen de informant. Dat gebeurde pas na drie maanden, op 30 augustus, in Lelystad.

Gedegen

Het Noord-Hollandse openbaar ministerie  in de persoon van rechercheofficier van justitie Reinder Zetsma droeg, om de schijn van partijdigheid te vermijden, de aangifte ter beoordeling over aan het OM Midden-Nederland. H. zou bezoek krijgen van de rechercheurs die de zaak behandelden. Maar behalve een brief van Zetsma van 4 december, waarin deze schrijft dat het om een complex verhaal gaat en ‘dat nu eenmaal tijd kost om gedegen onderzoek te doen’, heeft de Enkhuizer niets vernomen.

Daarom heeft hij zich nu in een aangetekende brief gewend aan de minister van veiligheid en justitie, Ivo Opstelten. Daarin legt hij de affaire uit, om af te sluiten met: ‘Aangezien ik hier nu acht maanden mee bezig ben, en het er op lijkt dat politie en Om hier weinig interesse voor hebben, ben ik tot de conclusie gekomen dat men de zaak wil laten doodbloeden. Daarom rest mij niets anders dan mij tot u te wenden, in de hoop dat u de beslissende zet kunt geven en de heren kunt aanzetten te doen war ze voor aangenomen zijn: waarheidsvinding.”

Het OM Noord-Holland heeft, ondanks herhaalde verzoeken van mijn kant, niet gereageerd.

H. en Epskamp werden ervan verdacht dat ze een partij hasj hadden gestolen in Nibbixwoud. De Marokkaanse eigenaren gijzelden de ‘dieven’ onder zeer grote druk om de drugs terug te bezorgen. Epskamp overleed hoogstwaarschijnlijk aan een hartstilstand, toen hem een boormachine op zijn knieën werd gezet. Epskamps lichaam werd later teruggevonden langs rijksweg 2.