God en de thriller

 

Ted Dekker: Hacker
Uitgeverij Kok
€ 19,99

‘In werkelijkheid, zag hij nu, kon God niet worden gevangen in en niet worden gedefinieerd met woorden. God zelf was het Woord. Oneindig.’
‘Dit was niet eenvoudig een wezen, maar het Wezen Zelf. De Creatieve, uit Wie, door Wie en voor Wie alle dingen bestonden. Zonder Zijn Aanwezigheid was het bestaan eenvoudig onmogelijk.’
Ik denk dat ik menig lezer totaal verras als ik hen verklap dat dit citaten uit een thriller zijn. Uit Hacker om te precies te zijn. Een uitgave van Kok uit Kampen. Dan gaat sommigen misschien toch een lampje branden. Juist, die van de christelijke, of zoals ze het zelf tegenwoordig noemen religieus geïnspireerde boeken.
Schrijver van deze roman is Ted Dekker. Een Nederlands-Amerikaanse auteur die het ongetwijfeld goed doet bij de EO-jongeren. Hacker zal in die kringen geheid goed vallen. Tenslotte is de hoofdpersoon de zeventienjarige Nyah, een nerd met uitzonderlijke kwaliteiten waar het ‘t kraken van de allerbeste computerbeveiliging van grote bedrijven gaat.
Een vreemde manier om te solliciteren is dit eigenlijk. Haar doel is aan te tonen dat de ondernemingen haar moeten inhuren om ervoor te zorgen dat ze niet (meer) kunnen worden gehackt. Natuurlijk gaat dat een keer fout. In plaats van een baantje, geld om een operatie voor haar doodzieke moeder te betalen en dankbaarheid loopt ze tegen een criminele organisatie op, die geen halve maatregelen neemt.
Op het moment dat Nyah en haar gelijkgestemde vriendje Austin de dood in de ogen zien, is er de Redding (met een goddelijke kapitaal, dus). Het lag in de lijn der verwachting, en ik laat het daarom ook niet te zwaar meewegen in mijn oordeel. Dat is uiteindelijk positief. Dekker vertelt een mooi verhaal, over twee jong volwassenen die gaatjes in hun hoofd boren. Zo kunnen ze hun hersens hacken en tot de werkelijkheid van het leven doordingen. Denken ze. Want ze beseffen niet dat hun denken hen in de weg stond om de Waarheid (zie boven) te kunnen vinden.
Ik kon de gedachte aan Peter Pan 2.0 niet uit mijn hoofd zetten.

ARNO RUITENBEEK