Hendrik Groen ouder, gebrekkiger en nog steeds hartstikke grappig

Groen

Zolang er leven is, het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar

Meulenhoff

€ 19,99, e-book € 12,99

Negentien maanden na Pogingen iets van het leven te maken verblijdt Hendrik Groen ons met een nieuw dagboek. Ouder, gebrekkiger, maar niet wijzer, of dement en nog steeds hartstikke grappig. De grijze anarchisten van de Oud-maar-niet-dood-club (Omanido) zetten de boel opnieuw op z’n kop, wetend dat morgen hun laatste dag kan zijn. Voor Hendriks beste vriend Evert is dat helaas letterlijk.

Een sympathieke rebel van 85 jaar die zichzelf, zijn vrienden, medebewoners en vooral de komende en gaande directeur van het verzorgingshuis in Mokum te kakken zet. Hendrik Groen (ik heb nog steeds het idee dat achter dit pseudoniem zich Youp van ’t Hek verschuilt) lijkt onverslijtbaar en het levende voorbeeld dat grijs niet hetzelfde is als saai, versleten, op futloos. Lees zijn ‘scootmobieltest’:

‘Zelf ben ik er achter gekomen dat mijn scootmobiel toch enigszins zijwindgevoelig is. Vanochtend sloeg ik bijna om toen ik bij een rukwind tussen twee flats door een hoge stoeprand schampte. Ik gooide mijn gewicht juist op tijd naar de andere kant en stuiterde terug. Achter me hoorde ik Geert hard lachen in zijn scoot. Een paar honderd meter verder kon ik schateren toen hij de volle laag kreeg van een auto die naast hem door een plas reed. Twee ouwe kwajongens op een stille, stormachtige zondagochtend in Amsterdam-Noord. Domweg gelukkig in weer en wind.’

Kletsers

Het gaat over niets, en daarom over alles wat u en ik dagelijks mee (hopen te) maken. Maar dan wel zo opgetikt, dat mijn dijen blauw worden van de kletsers: ‘Iedereen ging met een doggie bag naar huis. Evert met een extra grote omdat hij als enige een hond heeft. Zijn Mo is een hele grote alleseter van een hond. Maakt niet uit wat je erin gooit, alles wordt poep.’ Tijd voor verschoning is het na deze passage: ‘‘Zorg dat je roodstaat als je doodgaat!’ is onze eerste officiële clublijfspreuk.’

Terugkerend thema in Zolang er leven is is de leegstand van kamers in wat van de dagboekanier geen zorgcentrum mag heten, omdat dit te veel geitenwollensokkenjargon is, en daarmee de dreigende sluiting van het bejaardenhuis. ‘Werk aan de winkel voor de nieuwe bewonerscommissie: zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen over de toekomst van het huis’. In die vijfkoppige commissie hebben Hendrik en drie andere leden van Omanido zich een stoel verschaft, dankzij valse voorwendsels en listige kunstgrepen.

Zelfs de dood van Everts hond Mo is niet veilig voor satire. De dierenarts vraagt of hij de hond zelf wil laten begraven of dat de dokter daar iemand voor moet laten komen. ‘Aan dat laatste zijn wel kosten verbonden’. Een opmerking die Evert tot razernij brengt. ‘Gecondoleerd met mijn hond en u kunt wel gaan. De rest regelen we zelf’. Het dier wordt illegaal in het bos begraven, waarna de vrienden aan de cognac gaan.

Directeur Stelwagen is geroepen tot een hogere functie. ‘Ze was als haar kreukvrije pastelkleurige mantelpakjes: keurig, beschaafd en vreugdeloos. Als er al eens ergens iets fout ging, wentelde ze dat soepel af op een ondergeschikte’. Toch is Hendrik wat ontdaan door haar vertrek. ‘Je gaat gek genoeg een beetje van de vijand houden’. Kijk, dat vind ik nou mooi.

ARNO RUITENBEEK