Inleveren rijbewijs geëist voor dodelijk ongeval Texel

De officier van justitie heeft zes maanden gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid van twee jaar geëist tegen een 25-jarige vrouw uit Texel. De automobiliste zou een dodelijk ongeval hebben veroorzaakt op 30 maart 2016 op Texel. Een 21-jarige fietsster werd gedood.
Het was de tweede keer dat de zaak werd behandeld. Op 20 juli besloot de Alkmaarse rechtbank in een tussenvonnis dat er aanvullend onderzoek moest komen. Onder leiding van het openbaar ministerie had vervolgens een reconstructie plaats om een door verdachte geschetst scenario te toetsen.
Tijdens het tweede proces zei de aanklager zojuist dat is bewezen dat de verdachte niet goed oplette, met name omdat zij afgeleid was door haar telefoon. Ze had ook haar rijgedrag niet aangepast aan de verkeersomstandigheden. Op de aardedonkere, onverlichte Hoofdweg in De Cocksdorp, ’s avonds om tien voor half tien, matigde ze haar snelheid niet, noch voerde ze groot licht.

Zichtbaar

Het slachtoffer fietste over de lange rechte weg, zonder fietspad, aan de buitenkant naast een vriendin. De verdachte reed in haar auto vanuit haar werk over de weg. Zij verklaarde later vaker over de weg gereden te hebben en was er ook mee bekend dat hier fietsers konden rijden. Om na te gaan of de verdachte de fietsers had kunnen zien, zijn er zichtproeven uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het achterlicht van het slachtoffer op 72 meter voor de aanrijding zichtbaar was, dat kan worden uitgedrukt in vier seconden rem- of uitwijktijd. Uit het onderzoek bleek dus dat de twee fietsers zichtbaar waren en er tijdig had kunnen worden geanticipeerd.
Uit het sporenbeeld blijkt dat de verdachte pas na het ongeval krachtig heeft geremd en niet is uitgeweken voor de fietsers. Het slachtoffer werd frontaal van achteren geraakt. De officier van justitie is van oordeel dat de verdachte de fietsers niet heeft gezien, omdat zij was afgeleid door haar telefoon. Vanaf het moment dat zij haar werk verliet tot het ongeval heeft ze meerdere whatsapps ontvangen en minstens een bericht heeft verstuurd. Gedurende de dag bleek zij 697 berichten te hebben verzonden en ontvangen.
De verdachte verklaart zelf dat zij haar auto aan de kant heeft gezet toen zij onderweg een bericht verstuurde. Tussen het laatste bericht en het bellen van 112 met haar telefoon zit 97 seconden. De rechtbank vroeg het OM in het aanvullende onderzoek na te gaan hoeveel tijd de verdachte nodig gehad moet hebben om naar de plaats van het ongeval te rijden en te handelen zoals zij zegt gedaan te hebben tussen het ongeval en het bellen van 112.
Zij zou uit de auto zijn gestapt, een fiets hebben verplaatst, terug naar haar auto zijn gelopen, en haar telefoon hebben gepakt om 112 te bellen. De officier van justitie merkte vandaag op dat niet na te gaan is hoeveel tijd het allemaal precies in beslag nam: de vrouw kan bijvoorbeeld even zijn blijven zitten in haar auto of gelijk zijn uitgestapt. Daarnaast is bijvoorbeeld niet meer na te gaan waar de auto van de vrouw precies stond omdat zij zelf aangeeft haar auto verplaatst te hebben na het ongeval.

Speling

De politie heeft in de reconstructie alles zo snel mogelijk gedaan en had daarvoor in totaal 85 seconden nodig, wat dus past in de 97 seconden tussen het laatst verstuurde app en het bellen van 112. Van de berichten die verdachte vervolgens ontving, kon technisch niet worden vastgesteld of deze op dat moment of later pas zijn gelezen. De officier van justitie acht de twaalf seconden speling, afgezet tegen de vele onbekende factoren, te weinig om te concluderen dat het gegaan moet zijn zoals verdachte heeft verklaard. Daarmee weegt de officier van justitie mee dat verdachte deze verklaring pas heeft afgelegd nadat zij ermee werd geconfronteerd dat de eerste plek waar zij verklaard had te zijn gestopt, zo ver van de plaats van het ongeval lag, dat het onmogelijk was dat zij daar was gestopt om te appen. Verder is het onbekend gebleven hoe het – in het scenario van verdachte – kan dat zij de fietsers niet tijdig heeft opgemerkt. De officier acht het verkeersgedrag van verdachte zeer onoplettend en onvoorzichtig.
De rechter doet over twee weken uitspraak.