Judith Visser kan beter

Aandacht voor hondengevechten werkt verlammend op thriller 

Judith Visser: Trip
Boekerij
18,95 euro
Visser kan bij mij een potje breken. De Rotterdamse schrijft vlotte thrillers over kwetsbare mensen in herkenbare moeilijkheden. ‘Trip’,  haar jongste,  is echter niet haar sterkste. Visser gruwt van hondengevechten – wie niet? – en  wilde die afkeer zo graag in een roman vervatten, dat ze een paar fundamentele steekjes laat vallen.
Zoals: de ontwikkeling van de voornaamste karakters. Aan de hoofdpersoon, Amber,  zit weinig scheef. Aan haar tegenspeler, neef Stan, des te meer.  Een vervelende junk, zuiplap en draaideurcrimineel  die driekwart van het verhaal hinderlijk aanwezig is. Dan hebben we nog een nicht die een bekend schrijfster is maar ook niet bepaald volle zalen trekt in de intrige.
Die plot, wat moeten we ermee?   Visser wil ons meevoeren in de wereld van de hondengevechten en wat doet ze eerst en veel te lang? Ze vertelt hoe moedig Amber zich door haar problemen thuis – een moeder met smetvrees, een vader die in het buitenland werkt – heenslaat door bij Stan in te trekken. Amber, haar hond en Stan beleven niets dat we langer dan een minuut willen onthouden.
Was het nu alleen maar het gebrek aan vaart, maar de dialogen, de bijrollen, de sfeer:  het is allemaal even vaag en grauw.  De nauwelijks geloofwaardige ontknoping komt als een opluchting.
ARNO RUITENBEEK