‘KLM niet betrokken bij corruptiezaak’

KLM was niet betrokken bij een corruptiezaak, althans daar waren geen aanwijzingen voor. Dat is kort gezegd de boodschap van een verklaring die de persrechter van het gemeenschappelijk hof van justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten, en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba meent te moeten afgeven na een artikel in NRC.

NRC Handelsblad publiceerde op 23 december een stuk van journalist Joep Dohmen, waarin  verband wordt gelegd tussen een beslissing van rechter-commissaris F. Veenhof, destijds rechter op Bonaire, en de gevolgen voor een strafrechtelijk onderzoek waarbij de KLM zou zijn betrokken.

Persrechter S. Carmelia: ‘Mr. Veenhof heeft op 8 juni 2010 een beslissing gegeven in de zaak, die veelal wordt aangeduid met de naam Zambezi. Onder andere de heer R. Booi was verdachte in die zaak. De beslissing hield in dat aan het openbaar ministerie een termijn gegeven werd tot 1 november 2010 om het lopende onderzoek af te sluiten. Dat onderzoek zag op diverse strafbare feiten, waaronder de verdenking van ambtelijke corruptie.

Bij zijn beslissing heeft mr. Veenhof tot uitgangspunt genomen de aard en de omvang van de verdenking jegens de heer Booi zoals die bleek uit de diverse vorderingen van de officier van justitie d.d. 2 september 2009 tot het doen van huiszoeking. Die vorderingen maken, onder andere, melding van de verdenking van ambtelijke corruptie. Dat deze ambtelijke corruptie mede betrekking had op feiten waarin de KLM betrokken zou zijn, blijkt niet uit de op 2 september 2009 ingediende vorderingen huiszoeking.’

Ook uit nadien nog opgemaakte en op 8 juni 2010 beschikbare stukken blijkt, volgens Carmelia, niet van zo’n verdenking. ‘De conclusie is dat geen aanwijzingen bestaan dat mr. Veenhof, toen deze op 8 juni 2010 besliste, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het onderzoek Zambezi zich mede richtte op feiten waarbij de KLM betrokken was.’