Luchtvaartmaatschappijen slepen Staat voor de rechter

‘1000 vertragingsklachten op bord gekieperd’

 Door Arno Ruitenbeek
Haarlem – De vier Nederlandse luchtvaartmaatschappijen hebben recentelijk ruim 1000 klachten van passagiers over vluchtvertragingen uit 2011 ‘op hun bord gekieperd gekregen’. Ze eisten gisteren in kort geding dat het inspectie van verkeer en waterstaat voorlopig stopt met de klachtenbehandeling.
Volgens KLM, Martinair, Transavia en Arkefly hebben ze vorig jaar duidelijke afspraken gemaakt met de staatsecretaris over de wettelijk verplichte vertragingsboetes. Er zouden bij de bestuursrechters in Haarlem en Amsterdam proefprocessen worden gehouden over de vraag of passagiers met een vertraging van drie uur of langer recht hebben op een standaardvergoeding. Die kan, afhankelijk van de vertraging en de reisafstand, oplopen tot maximaal 600 euro.
Pas als de bestuursrechters zeggen dat reizigers dat recht hebben, zou er een regeling komen.  Aldus leggen de maatschappijen de afspraken met het departement uit. Hen is nu gebleken dat in Den Haag een verschil wordt gemaakt tussen klachtenafhandeling en oplegging van boetes. De inspectie handelde de binnenkomende vertragingsklachten af en heeft onlangs elk van de vier bedrijven honderden toegewezen klachten toegestuurd met het verzoek daar binnen vier weken op te reageren.
Reputatie

Het kwartet vreest aantasting van zijn reputatie, doordat het ministerie de klagers er niet op wijst dat de boetes niet eerder worden uitgekeerd dan na de uitspraak van de bestuursrechter.  Dat kan nog maanden duren. En dat, zo hopen de maatschappijen althans, er een mogelijkheid bestaat dat het, in november 2009 door het Europese Hof van Justitie bepaalde recht op standaardvergoeding weer wordt geschrapt. Zoals de kortgedingrechter gisteren zei: ,,De maatschappijen vinden de toekenning van dat recht een rechterlijke misslag.”
Volgens het ministerie is de verordening van het Europese Hof rechtsgeldig: ,,En wij handelen de klachten af, omdat dit in het belang is van de passagiers. Met de handhaving van de verordening wachten we tot de bestuursrechter heeft gesproken.”
De uitspraak is op 21 maart.