Molenplaats uit zeventiende eeuw gevonden

Restanten van een molenplaats, gebouwd tussen 1632 en 1635, zijn aangetroffen bij de aanleg van een nieuwe oprit vanaf de Purmerenderweg naar de N244 in Zuidoostbeemster.

Een van de vondsten.

Rond 1600 was het gebied tussen Hoorn, Alkmaar en Zaandam het silicon valley van Europa, waar op grote schaal vernieuwingen plaatshadden. Ook droogmalen van meren was voor die tijd ‘high tech’. De hier gevonden molen was de vierde en laatste in de zogeheten Draaioordergang tussen de Oostersloot en de Oostdijk. Zo’n 50 windmolens zorgden van begin zeventiende tot eind negentiende eeuw dat de Beemster werd drooggemalen en -gehouden.

Bijna 400 jaar oud.

De opgraving volgt op archeologisch vooronderzoek, waarbij de resten van de fundering van de oude molen zijn aangetroffen. De provincie Noord-Holland heeft het werk aan de nieuwe oprit vervolgens tijdelijk stilgelegd (inmiddels hervat) en is in samenspraak met de gemeente Beemster een opgraving begonnen.

Pispot

Archeoloog Martin Schabbink: “De archeologische resten van deze molenplaats bestaan onder andere uit het koehuis. Dit is het bijgebouw waar de molenaar woonde, een molenkolk van de achtkante molen en resten zoals borden, wijnglazen, tinnen lepels, speelgoed en restanten van een pispot en een kloot om mee te klootschieten. De vondsten zijn veelal beschadigd. Waarschijnlijk hadden de bewoners geen afvalput, en gooiden ze alles op het erf.” 

Leden van Historisch Genootschap Beemster lopen ook rond op de plek. Het is de eerste keer is dat er in Noord-Holland archeologisch onderzoek wordt gedaan naar een molen. De meeste resten liggen onder de grond, blijven daar liggen en worden nooit blootgelegd. Gezien de archeologische waarde van de molenplaats worden alle vondsten opgegraven, gefotografeerd, getekend, gedocumenteerd en vervolgens gedeponeerd in het provinciaal archeologisch depot van de provincie Noord-Holland. 

Graven naar resten van de molenfundering.