Archief per maand:
Archief per jaar:

‘Nieuwe IRT-affaire mogelijk in drugszaak IJmuiden’

Door Arno Ruitenbeek

AMSTERDAM – Een nieuwe IRT-affaire is in de maak, aldus de verdediging in de IJmuidense Vista-drugszaak. Het verhoor van een getuige in Polen sterkt de advocaten in hun overtuiging dat een  Amerikaanse criminele infiltrant actief is geweest.

Het Amsterdamse gerechtshof gaat vooralsnog, zij het voorzichtig mee met de idee dat er mogelijk meer aan de hand is dan het openbaar ministerie zegt.  ‘Onze man in Warschau’ moet daarom opnieuw worden gehoord. Ook diverse politiefunctionarissen dienen verklaringen af te leggen over de rol van de Drugs Enforcement Administration (DEA) en haar infiltrant met het pseudoniem Mono.

Mocht daar aanleiding toe bestaan, aldus het hof, komt er een volgende ronde getuigen. En  wordt wellicht ook het verzoek van de advocaten gehonoreerd, om van de Amerikanen te eisen dat ze alle stukken over de geheime campagne te overhandigen aan de Nederlandse autoriteiten. De Amerikanen hebben dit tot nu toe geweigerd, aldus het OM. Dat bovendien volhoudt dat de DEA-undercover Mono in Nederland niets heeft gedaan.

Noch zouden de Nederlandse opsporingsinstanties hebben samengewerkt met de Amerikanen om de drugsbende rond de 58-jarige IJmuidense ondernemer Freek de K. (acht jaar cel bij de rechtbank) op te rollen in 2010. De advocaten van De K. cs vermoeden al jaren dat het OM niet de (hele) waarheid vertellen. Mocht het zo zijn dat Mono de IJmuidenaren heeft uitgelokt om 70 kilo cocaïne af te nemen, zit het OM met een groot probleem. Sinds de IRT-affaire zijn criminele infiltranten verboden.

Scheuren

Het OM-bastion begint echter scheuren te vertonen. In december 2013 stemde het hof er mee in om een reeks getuigen aan te tand te voelen. Omdat in een onlangs opgedoken, zogenoemd rechtshulpverzoek uit de VS van januari 2009 staat ‘dat de undercoveroperatie al in de periode 2007-2009 in volle gang was en dat daarbij ook reeds werd samengewerkt tussen de Nederlandse en Amerikaanse autoriteiten’.

,,Na een bezoek dat wij met de rechter-commissaris en de advocaat-generaal medio januari aan Warschau aflegden, lijkt het een kwestie van tijd dat het OM moet toegeven dat er meer aan de hand is dan tot nu toe werd voorgespiegeld”, aldus strafpleiter Sjoerd van Berge Henegouwen die Peter S. (in Haarlem veroordeeld tot vier jaar) bijstaat.

Hij doelt op het verhoor van de Nederlandse Turk Atilla G., een van de verdachten die was komen bovendrijven bij een Poolse undercoveroperatie van de DEA. Mono deed zich voor als een Colombiaanse drugsbaas die met hulp van G. en anderen 1000 kilo cocaïne het voormalige Oostblokland binnensmokkelde. Dat was begin 2009. De drugs werden aan diverse partijen aangeboden, zoals de IJmuidenaren die tenslotte 70 kilo kochten.

Warschau als bakermat voor IRT 2

Warschau als bakermat voor IRT 2

G., die al vijf jaar in voorarrest zit in Polen, vertelde zijn bezoekers desgevraagd dat Mono in februari 2009 vroeg of Atilla voor hem contact wilde leggen met Nederlanders ‘om daar illegale activiteiten te verrichten’. G. zei verder dat Mono in de zomer van 2008 in Nederland was ‘en contact had met heel veel verschillende mensen’. G. heeft hem, in gezelschap van andere Colombianen, ontmoet op het strand van Bloemendaal.

Uit het verhoor blijkt dat de DEA vanaf mei 2007 heeft  samengewerkt met de Poolse geheime dienst ABW. Nog verrassender is dat de Amerikanen alle papieren die over die operatie gaan, aan de Polen ter beschikking hebben gesteld. ,,Terwijl  wij in Nederland die stukken niet krijgen”, stelt een verbijsterde Van Berge Henegouwen. Hij is vanaf het begin bezig de undercoveroperatie aan het licht te brengen. ,,Je maakt mij niet wijs dat Mono jaren bezig is in Europa, overal wordt bijgestaan door de autoriteiten en alleen naar Nederland komt voor een bezoekje aan het strand van Bloemendaal. Natuurlijk heeft hij hier geopereerd, vanzelfsprekend met steun van het OM. Ik denk dat de documenten daar duidelijkheid over geven als de getuigen niet willen meewerken.”

IRT

Eind 1994 werd de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden ingesteld, naar wijlen haar voorzitter ook bekend als de commissie-Van Traa. Aanleiding was het enorme rumoer rond de opheffing een jaar eerder van het Interregionaal Recherche Team (IRT) Noord-Holland/Utrecht.  Oftewel: de geboorte van de IRT-affaire.

Het IRT was een samenwerkingsverband van een aantal politiekorpsen waaronder Amsterdam en Utrecht. Het team maakte gebruik van een omstreden opsporingsmethode. Drugs werden ‘gecontroleerd’ doorgelaten, anders gezegd: onder toeziend oog van politie en justitie mochten criminelen verdovende middelen het land binnensmokkelen en verhandelen.

Het doel was met kleine vissen de grote vissen te kunnen pakken. De autoriteiten wilden via hun infiltranten doordringen in de top van de criminele multinational die Klaas ‘De Dominee’ Bruinsma was begonnen  en die, na de liquidatie van ‘Die Lange’ Klaas (u weet wel,  van Mabel Wisse S.), door zijn maten werd voortgezet.

Eind 1993 ontdekte de nieuw aangestelde IRT-baas, de Amsterdamse politiecommissaris Johan van Kastel, dat het team een opsporingsmethode hanteerde waarvoor hij geen verantwoordelijkheid wenste te dragen. Hij rapporteerde dit aan de korpsleiding in Amsterdam en na veel overleg (en nog meer  ruzie) tussen de bij het IRT betrokken politiekorpsen, het OM en andere betrokkenen, leidde dit tot de opheffing van het IRT.