Onbetaalde arbeid geëist voor inbraak en bedreiging

‘Oude buurjongens willen me er in luizen’

Door Arno Ruitenbeek

Alkmaar – 240 uur onbetaalde arbeid en een maand voorwaardelijke celstraf. Dat eiste de officier van justitie tegen een 20-jarige inwoner van Graft voor een inbraak en bedreiging van zijn moeder en broer.

Bij de Alkmaarse rechtbank ontkende de verdachte de inbraak in het huis aan de Rhijnvis Feithlaan van een net overleden Alkmaarse. Op 14 juli van het vorig jaar had de rouwende familie de woning in de wijk Overdie afgesloten. Een dag later belde een buurman van de overledene met de mededeling dat er mogelijk iets mis was. Dat had hij goed gezien: onbekenden waren die nacht via een bovenlicht een deur kunnen openen, hadden de kamers doorzocht en een televisietoestel gepikt.

De recherche kwam vrij snel uit bij een groepje jong volwassenen uit Overdie. Twee heren besloten schoon schip te maken en biechtten een reeks diefstallen en inbraken op. Bij de inbraak aan de Rhijnvis Feithlaan waren ze in gezelschap van hun voormalige buurtgenoot die bij zijn moeder in Graft was ingetrokken.

De Grafter meende dat zijn maten hem er in  hebben geluisd. Ze wilden het hem betaald zetten  dat hij het contact met hen had verbroken. De aanklager reageerde direct:  ,,Volgens alle getuigen had  u in die tijd juist veel contact met hen.”

Drie dagen na de inbraak, op 18 juli, ging hij thuis aan De Vleet in Graft door het lint. Een ruzie met zijn broer over muziek eindigde er in dat de 20-jarige met een keukenmes zo’n tien gaten aanbracht in de slaapkamerdeur waarachter zijn doodsbange moeder en broer zich hadden verschanst. ‘Ik steek je neer!’, dreigde hij.

De moeder heeft tegen de politie verklaard dat er geen land te bezeilen was met haar zoon, mede doordat hij de verkeerde vrienden had. Op de zitting benadrukte hij dat hij echt met de club uit Overdie was gekapt, ‘omdat ze misdaden pleegden en ik werk heb en een opleiding ga volgen’. Thuis zou alles inmiddels weer pais en vree zijn.

De uitspraak is 18 juli.