‘OM en politie stoppen marteldood Schagenaar in doofpot’

Brugrestaurant bij Schiphol, waar vermeende hasjdieven werden uitgeknepen.

Brugrestaurant bij Schiphol, waar vermeende hasjdieven werden uitgeknepen.

 Justitie en politie willen dat de marteldood van Schagenaar Paul Epskamp in 2005 in de doofpot verdwijnt. Daarvan is Ab H. (67) uit Enkhuizen overtuigd, nadat hij na ruim een jaar met de recherche heeft gesproken over de opzet hem veroordeeld te krijgen.

,,Wat ik al vreesde: ze waren er alleen op uit de deksel op de beerput te houden”, aldus H. De afgelopen twaalf maanden is er ook niets is gedaan met zijn aangifte wegens manipulatie en constructie van bewijs tegen een Alkmaarse officier van justitie, twee rechercheurs van de politie in Alkmaar en hun politie-informant S.

De opsporingsinstanties zeggen het te druk te hebben met de moord op Els Borst, maar vragen H. wel om niet naar de pers te stappen ‘omdat bepaalde personen zich dan kunnen voorbereiden op een eventueel onderzoek en dit de waarheidsvinding geen goed zal doen’. Volgens H. zijn het uitvluchten. ,,Ik word aan het lijntje gehouden, in de hoop dat ik opgeef op mijn leeftijd en in mijn weinig florissante financiële omstandigheden.”

Veertien dagen geleden besluit hij toch de media in te schakelen. Dan gebeurt er iets vreemds. H.: ,,De verslaggever zit nog niet bij mij op de bank, of de telefoon gaat. De rechercheurs in Lelystad, bij wie ik op 30 augustus 2013 aangifte deed, willen met me praten.”

Afgeluisterd

Het voorval is de bevestiging van een sterk vermoeden bij de Enkhuizer dat zijn telefoons worden afgeluisterd, sinds hij enkele maanden geleden uit de gevangenis van Lelystad is gekomen. Hij loopt inmiddels vrij rond, zij het met een enkelbandje. Volgens hem louter om te voorkomen dat hij via België en Frankrijk voorgoed naar Brazilië vlucht. H. woonde in het Zuid-Amerikaanse land en heeft daar contacten die hem mogelijk kunnen helpen nog een aangenaam bestaan op te bouwen.

Het recente gesprek op het politiebureau in Lelystad heeft hem ervan overtuigd dat het OM er slechts op uit is de zaak-Epskamp te begraven. ,,Het OM Noord-Holland heeft vrijwel direct de aangifte tegen de officier en de rechercheurs geseponeerd.”

,,Vervolgens is de aangifte, zogenaamd ter voorkoming van de schijn van partijdigheid, doorgestuurd naar het OM Midden-Nederland. Daar zijn ze verder gegaan met het doofpottenbeleid. Steeds maar weer uitstel . In Lelystad weigerden ze botweg onderzoek naar I.S. te doen. Ze willen dat ik hun vertel hoe Epskamp de dood is ingejaagd. Maar dat weet ik niet, want ik was daar niet bij.”

Het OM Noord-Holland schuift een verzoek om een reactie op H.’s uitlatingen door naar de collega’s in Utrecht. Dat antwoordt: ,,Wij onthouden ons van commentaar.”

Ingeluisd

Het lichaam van Epskamp wordt op 21 januari 2005 gevonden langs de A2 bij Abcoude. Hij blijkt gemarteld. Vijf jaar later, in 2010, krijgt H. bij verstek in hoger beroep acht jaar voor zijn vermeende rol in de gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Schagenaar Epskamp.

Aan de dood van Epskamp is de diefstal voorafgegaan van een partij hasj van, naar later is vast komen te staan, 3000 kilo. De plakken verdovende middelen hebben stempels van Lacoste (krokodil) en het dollarteken. Abs rol in de affaire is heel beperkt. Hij en z’n Braziliaanse vrouw vliegen op 17 december 2004 naar haar geboorteland. ,,Kort voor vertrek kreeg ik een telefoontje van Marokkaanse Amsterdammers, die wilden dat ik een ‘ritje’ binnen Nederland verzorgde.”

Ab vliegt naar Zuid-Amerika, maar regelt eerst mensen die de drie ton brengen naar en lossen in de opslagruimte in Nibbixwoud waar Jan ‘Patat’ M. zijn frietwagens opslaat. ,,Achteraf hoorde ik dat Jan Patat eigenmachtig Epskamp heeft gevraagd om als tussenpersoon te fungeren en zijn relaties te vragen of die interesse hadden.” De Schagenaar kent bijvoorbeeld drugsbaron Charles Zwolsman goed.

Schuld

Op Tweede Kerstdag wordt de hasjiesj met een handelswaarde van vijf miljoen euro gejat. Het zware hek voor de loods is onbeschadigd. H.’s opdrachtgevers eisen dat hij terugvliegt. ,,Jan Patat, Epskamp en ik kregen de schuld van de diefstal.” Tussen 15 januari en 21 januari 2005 komt er bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie Utrecht ook informatie binnen, dat de drie vermoord zullen worden. Ze moeten begin 2005 telkens weer, op verschillende plaatsen zoals het brugrestaurant bij Schiphol, opdraven en verantwoording afleggen aan de boze Marokkanen.

Die voeren de druk op. 13 januari worden de drie meegenomen naar een woning boven een café in Roosendaal, waar zes mannen hen het hemd van het lijf vragen. ,,Na vele uren mochten Jan Patat en ik, ieder geëscorteerd een Marokkaan, weer gaan.” In de rechtszaal blijkt later dat de bestolenen zich dagenlang concentreren op Paul. Als zijn folteraars op 19 januari met een boormachine zijn knieën gaan bewerken, krijgt Epskamp vermoedelijk een hartstilstand en overlijdt. Zijn lichaam wordt neergelegd langs de snelweg, 120 kilometer noordelijker.

Het rechercheteam loopt vast. Het is inmiddels maart 2006. H., tot dan toe getuige en geen verdachte van de marteldood: ,,Ze verzinnen een list om een zondebok voor de rechters te kunnen slepen. Mij, dus. Maar ik was op de dag van Pauls dood, 19 januari 2005, in Kopenhagen. Voor dit alibi is een getuige, Marokkaan Rachid el K., tot wie ik was veroordeeld. Want de buitenlandse opdrachtgevers van het transport eisten dat El K. mij in de gaten hield. Hij is destijds gevlucht naar Marokko. Je kunt niet zeggen dat alles uit de kast is getrokken om hem te vinden.”

Het konijn uit de hoge hoed van de recherche is volgens H. de 30-jarige S. uit een dorp bij Enkhuizen. Deze S. heeft in een ander politiedossier toegegeven dat hij informatie verstrekt aan de politie. Bovendien zijn er twee getuigen die zeggen dat S. kort na de diefstal plakken hasj heeft verkocht met een dollarteken er op.

H.: ,,De Alkmaarse rechercheurs hebben me er ingeluisd. Ze beloven S. dat hij vrijuit gaat als hij helpt mij te pakken. Hij bezoekt andere betrokkenen, die vervolgens uit het niets negatieve dingen over mij vertellen tegen de politie.”

Opname

,,De informant legt zelf zeer belastende verklaringen af. Ik zou de opdrachtgever van de moord op Epskamp zijn geweest. Ik zou hem zelf hebben verteld dat hij Epskamp had omgebracht. S. had dat gesprek stiekem opgenomen met een van zijn mobieltjes. Uitputtend technisch onderzoek van de gsm’s heeft uitgewezen uit dat zo’n opname er nooit is geweest.”

Voornamelijk door de kennelijke leugens van de informant, zegt H. wordt hij veroordeeld voor betrokkenheid bij de gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Epskamp. ,,Maar ook doordat de recherche knipt in de processen-verbaal en video’s van de verhoren. Ik heb de bewijzen daarvoor op schijf.”

De veroordeling bij het Amsterdamse gerechtshof gebeurt buiten zijn aanwezigheid, want hij zit in Noorwegen een straf van 5,5 jaar uit voor hulp bij een transport van 46 kilo hasj. In augustus 2012 is hij uitgeleverd naar Nederlander, en hoort hij van de poets die hem is gebakken. Vanaf dat moment vecht hij voor heropening van het onderzoek. Het Europese hof voor de rechten van de mens buigt zich erover.