Archief per maand:
Archief per jaar:

Proces rond marteldood Schagenaar moet over

Het proces over de marteldood van Schagenaar Paul Epskamp moet over. Dat heeft het Europese hof beslist. Ab H. uit Enkhuizen is blij dat hij alsnog zijn onschuld kan bepleiten.

Alsof hij al was vrijgesproken. Zo voelde het voor de 69-jarige Enkhuizer, toen het mailtje van een van zijn advocaten binnenrolde. Na jaren in spanning te hebben gezeten, kreeg hij eindelijk de  prettige boodschap dat het Europese hof voor de rechten van de mens in Straatsburg hem in het gelijk heeft gesteld.

Oftewel: de Nederlandse Staat heeft H.’s recht op een eerlijk proces geschonden. Justitie had hem in 2010 in de gelegenheid moeten stellen om bij zijn proces in hoger beroep in Amsterdam te zijn. Bij verstek veroordeelt het gerechtshof hem echter als enige verdachte tot acht jaar gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Paul Epskamp uit Schagen.

Hoger

,,Het hof had niet mogen doorgaan met de behandeling, omdat duidelijk was dat Ab erbij had willen zijn. Bovendien heeft het hof hem tot een substantieel hogere straf opgelegd dan de 4,5 jaar die hij in Alkmaar kreeg, zonder dat hij zelf iets te berde kon brengen”, leest raadsman Niek Hendriksen uit Purmerend uit het Straatsburgse vonnis.

Het lichaam van Epskamp wordt op 21 januari 2005 gevonden langs de A2 bij Abcoude. Zijn ribben zijn gebroken, er is geboord in zijn knieën. Hij is het slachtoffer geworden van de diefstal van 3000 kilo hasj uit een pand in Nibbixwoud. De Schagenaar was kort daarvoor gevraagd te bemiddelen bij de verkoop van de drugs.

Op het moment dat het hof zich over deze geruchtmakende affaire buigt, zit Ab in Noorwegen een straf van 5,5 jaar uit voor hulp bij een transport van 46 kilo hasj. In augustus 2013 wordt hij uitgeleverd naar Nederland, en hoort hij van de streek die hem is geleverd. Want hij had er alles voor over gehad om in de hoofdstad te vertellen dat hij onschuldig is.

,,Maar dat kwam de Nederlandse autoriteiten niet goed uit. Ze hadden de nabestaanden van Epskamp beloofd dat iemand zou worden gestraft voor de misdaad en dus moest ik weg blijven”, aldus H., die sinds vier jaar vecht hij voor heropening van het onderzoek.”

,,Het Nederlandse openbaar ministerie heeft zijn Noorse tegenvoeter een tip over dat drugstransport gegeven, zodat ik kon worden opgepakt. Het OM had daardoor vrij spel. Want  ze hebben zelf geen bewijs en ik kan aantonen dat ik niet betrokken was bij Pauls dood. Ik heb een alibi, maar dat weigert politie na te trekken. In plaats daarvan laten ze een politie-informant valse verklaringen over mij afleggen, en er wordt geknipt en geplakt in mijn videoverhoren.”

Rehabilitatie

Ab H. krijgt nu wel de kans op rehabilitatie. Door het definitieve vonnis van Straatsburg kan Nederland niet meer onder een herziening uit. Hendriksen: ,, En dat is allemaal te danken aan het knappe werk van mijn Amsterdamse collega Stijn Franken, die de kwestie bij het Europese hof aankaartte. Hem komt alle eer toe. Het is ook een heel bijzonder vonnis, want Nederland wordt maar heel zelden veroordeeld voor schending van de mensenrechten.”

Hendriksen en zijn cliënt hebben zich volledig voorbereid op een uitvoerige behandeling, en zullen eerdaags herziening aanvragen. Dat zal plaats hebben bij een ander hof dan het Amsterdamse, voor de goede orde. Het duurt dan nog enkele maanden voordat het recht zegeviert, aldus Ab, maar de vreugde is er niet minder om in Enkhuizen.

Een hasjritje met fatale gevolgen

De ‘zaak-Epskamp’ begint  op 17 december 2004. Ab H., transportondernemer en hasjhandelaar, en z’n Braziliaanse vrouw staan op het punt naar haar geboorteland te vliegen. Kort voor vertrek krijgt hij een telefoontje van de Amsterdamse broers Rachid en Hassan el K.’s, die willen dat hij een ‘ritje’ binnen Nederland verzorgt.

Ab regelt voor vertrek mensen die de drie ton brengen naar en lossen in de opslagruimte in Nibbixwoud waar Jan ‘Patat’ M. zijn frietwagens opslaat. ,,Achteraf hoorde ik dat Jan Patat eigenmachtig Paul Epskamp heeft gevraagd om als tussenpersoon te fungeren en zijn relaties te vragen of die interesse hadden.”

Op Tweede Kerstdag wordt de hasjiesj met een handelswaarde van vijf miljoen euro gejat. Het zware hek voor de loods is onbeschadigd. H.’s opdrachtgevers eisen dat hij terugvliegt. Rachid el K. haalt hen op oudejaarsavond om 19 uur van Schiphol af. ,,Jan Patat, Epskamp en ik kregen de schuld van de diefstal.”

Vermoord

Ab mag eerst het probleem zelf oplossen, maar slaagt daar niet in. De druk neemt toe, Rachid houdt hem 24 uur per dag in de gaten. Bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie Utrecht komt informatie binnen, dat de drie ‘dieven’ vermoord zullen worden. Ze moeten begin 2005 telkens weer opdraven en verantwoording afleggen, onder meer in het brugrestaurant bij Schiphol op 13 januari.

Van daaruit nemen de El K.’s hen mee naar een woning boven een café in Roosendaal. Daar wachten vijf tot zes, onbekend gebleven ondervragers die hen het hemd van het lijf vragen, onder bedreiging met honkbalknuppels. “Na vele uren mochten eerst Jan Patat en daarna ik weer gaan, respectievelijk onder begeleiding van Hassan en Rachid el K.”

Rachid neemt Ab eerst mee naar de woning van de eerste in Amsterdam. Daarna verblijven ze enkele dagen in Kopenhagen. Intussen concentreren zich de folteraars op Paul. Als ze op 19 januari met een boormachine zijn knieën gaan bewerken, krijgt Epskamp vermoedelijk een hartstilstand en overlijdt. Zijn lichaam wordt gedumpt langs de snelweg.

Rachid en Hassan el K. vluchten naar Marokko. Hassan keert op 6 november 2010 terug naar Nederland en wordt direct opgepakt. Hij ontkent bij het hof alles en wordt vrijgesproken. Rachid zet op 18 september 2013 weer voet op Nederlandse bodem. Op aanraden van zijn advocaat meldt hij zich bij de marechaussee op Schiphol en vertelt dat hij wordt gezocht.

Naspeuringen in het systeem leveren niets op. De opsporingsberichten hebben een looptijd van drie jaar. Een politiewoordvoerder zegt in 2015: ,,Het internationale samenwerkingsverband Sirene dat de berichten verspreidt onder de deelnemende landen, had de afloop moeten aangeven aan Alkmaar dat dan had moeten beslissen: stoppen of doorgaan met de zoektocht. Die melding is er niet geweest.”

Rachid adviseert de marechaussee de politie in Alkmaar, die het onderzoek in de zaak-Epskamp deed, te bellen. Daar weet men niets van Rachid af. Hij kan gaan. Een fout, die nooit wordt rechtgezet. Ab H.: ,,Voor de bühne heeft de politie gezegd dat ze deze blunder zouden herstellen. Maar ze hebben hem opzettelijk laten gaan. Ze hebben zelfs het adres in Amsterdam, waar Rachid woont. Maar ze willen hem helemaal niet vinden. Want als hij een verklaring aflegt, zal blijken dat ik ten onrechte ben veroordeeld en politie en justitie er een rommeltje van hebben gemaakt.”