Rijontzegging geëist tegen Hoornaar die te laat komt

Rijontzegging, onbetaalde arbeid en voorwaardelijke celstraf. Dat is de eis tegen ‘wegpiraat’ Justin C. (22) uit Hoorn. De verdachte komt te laat bij het hoger beroep.

Verschijnt hij, of verschijnt hij niet? Dat is de vraag die zowel het Amsterdamse gerechtshof als advocaat Hugo ter Brake vorige week heeft beziggehouden. Wat dat betreft is er niets veranderd, vergeleken bij de eerste zitting in maart. Ter Brake kan dan op geen enkele wijze in contact komen met zijn cliënt om de ernstige verkeerszaak vooraf door te nemen.

13 juni 2013 heeft C. op de Maasweg in zijn woonplaats een oudere dame geschept, die de Maasweg oversteekt. Hij laat het gewonde slachtoffer op straat achter en scheurt er vandoor. Een getuige rijdt achter de auto aan, maar kan deze niet bijhouden. Het kenteken is echter genoteerd te zijn en leidt naar C. Hij blijkt ook nog te hebben gereden zonder rijbewijs en zonder toestemming in de auto van zijn schoonmoeder, wat joyriding oplevert.

Werkstraf

Drie maanden geleden besluit het hof toch tot uitstel van de behandeling, omdat C. plotseling opduikt. Hij zegt dat hij wel degelijk verweer wil voeren tegen het vonnis van de Alkmaarse rechtbank uit februari 2014: twee jaar rijontzegging, 160 uur werkstraf en zeven weken als stok achter de deur.

Het proces staat op de rol voor 3 juni om 9 uur. Ter Brake belt en mailt in de dagen ervoor ettelijke keren met zijn cliënt, maar een reactie blijft uit. 2 juni, 17 uur schrijft de Hoornse strafpleiter aan het hof dat C. niet te traceren is: ,,Mijn aanwezigheid morgen is dan ook zinloos.” Om 9.05 uur roept de bode de zaak-C. uit, zonder dat de verdachte zich heeft gemeld.

Het hof concludeert dat de oproeping van de Hoornaar volgens de regels is geschied en geeft  advocaat-generaal Raymond Tdlohreg het woord: ,,Meneer heeft onverantwoord gereden, waardoor een oudere vrouw ingrijpend letsel heeft opgelopen. De verdachte rijdt vaak zonder rijbewijs en meent blijkbaar dat hij in staat is om een auto te besturen. Ik acht, net als de rechtbank, alles bewezen en eis overeenkomstig het vonnis.”

Het hof trekt zich in de beslotenheid van de raadkamer terug. Het is 9.15 uur en Justin C. staat in de zaal. In de file gestaan, is zijn excuus. ,,U bent te laat, uitspraak over veertien dagen”, aldus de griffier na zeer korte ruggespraak met de raadsheren. De AG denkt klantvriendelijk te zijn en deelt hem mee dat hij heeft geëist wat eerder is opgelegd. ,,Waarom?”, vraagt C. ,,Omdat ik er net zo over denk als men in Alkmaar deed.” “Dat moet je dan maar doen, als je daar blij van wordt”, roept de Hoornaar als hij boos weg beent.