Rob Scholte mag blijven zitten

Den Helder verliest kort geding

Kunstenaar Rob Scholte mag in het voormalige postkantoor van Den Helder blijven zitten. De marinegemeente leed een smadelijke nederlaag bij de rechter.
De gemeente Den Helder had in kort geding gevorderd dat Rob Scholte het pand, met daarin het Rob Scholte Museum, op korte termijn moet ontruimen omdat de gemeente de beide gebruiksovereenkomsten die zij in 2008 en 2012 met hem had gesloten, per 30 juni 2017 heeft opgezegd en het pand op korte termijn wil verkopen. De voorzieningenrechter besliste dat Scholte het voormalige postkantoor aan de Middenweg in Den Helder voorlopig niet hoeft te ontruimen.
De voorzieningenrechter vond dat de gemeente een spoedeisend belang voor haar vordering heeft, omdat zij het voormalige postkantoor op korte termijn wil verkopen en het eerst nog asbestvrij wil maken. Dat wil nog niet zeggen dat de vordering ook toewijsbaar is.
Van belang is dat een eventuele ontruiming grote gevolgen heeft. Wil de rechter een vordering in kort geding toewijzen, dan moet het in hoge mate waarschijnlijk zijn dat het ook in een eventuele bodemprocedure tot een toewijzing zal komen.

Permanent

De voorzieningenrechter oordeelt vervolgens dat het niet aannemelijk is dat de gemeente Den Helder Rob Scholte heeft toegezegd dat het museum permanent in het voormalige postkantoor gevestigd mag blijven of dat het pand aan hem verkocht zal worden.
Desondanks is de vordering van de gemeente afgewezen, omdat de rechter aannemelijk vindt dat de beide overeenkomsten op basis waarvan Rob Scholte het pand gebruikt, huurovereenkomsten voor bedrijfsruimten zijn. Dit omdat Rob Scholte zich als tegenprestatie voor het gebruik van het voormalige postkantoor heeft verplicht een bepaald aantal exposities per jaar te organiseren. Deze verplichting is te beschouwen als een tegenprestatie, omdat deze moet worden gezien als een bijdrage aan het culturele klimaat en de culturele uitstraling van Den Helder.
Nader onderzoek is nodig om te beoordelen of het om ‘middenstandsbedrijfsruimte’ of ‘zogenaamde overige bedrijfsruimte’ gaat. Maar er moet serieus rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat het om ‘middenstandsbedrijfsruimte’ gaat. In dat geval komt aan Rob Scholte huurbescherming toe zoals die ook geldt voor, bijvoorbeeld, huurders van winkels en zijn de mogelijkheden van de gemeente om de overeenkomsten op te zeggen beperkt. Voor zo’n opzegging geldt een termijn van een jaar. Die is hier niet in acht genomen. En dus wordt de vordering tot ontruiming afgewezen.