Rood kruis-affaire kruipt voort

Boetebengels hebben tien weken langer nodig

 

Zoals beloofd, houd ik mijn geachte lezers graag op de hoogte van mijn steeds inniger relatie met de afdeling centrale verwerking van het openbaar ministerie. De boetebengels, zoals ik ze al eerder heb genoemd. Zie onder.


Wat ik voelde aankomen, gebeurde dus. Een briefje van de officier van justitie, dat hij ‘helaas nog geen beslissing heeft kunnen nemen op mijn beroep’. De wettelijke termijn zal overschreden worden, weet deze sheriff nu ook wat ik al wist. Dus neemt hij de mogelijkheid te baat die de algemene wet bestuursrecht hem biedt om de beslistermijn (jakkie, wat een oubollig woord) met tien weken te verlengen.
Eind november, een half jaar na de vermeende overtreding, gaat de officier me laten weten wat-ie vindt. Of die diender in vrije tijd in zijn privéauto het wel goed heeft gezien, wel bevoegd was te oordelen over de gedraging van een andere automobilist. Het antwoord op die eerste vraag heb ik paraat: hij heeft het niet goed gezien.
Ik rijd dat stuk bijna elke dag, en wat ik waarneem is dat er nog vele meters ingevoegd en geritst kan en mag worden na de flikkerende pijl op de matrix boven de rechterrijbaan, voordat het kruis op de matrix staat (ter hoogte van het viaduct) en je allen alleen links mag rijden. Wat ik anderzijds waarneem, is dat soms beide banen – vrij plotseling – een aanduiding 50 op de matrixborden krijgen en je dus rechts mag blijven rijden.
Ik heb geen overtreding gemaakt. Laat die ene diender-in-vrije-tijd maar eens het tegendeel bewijzen.Wordt vervolgd
—————————-

Boetebengels doen half jaar over simpel antwoord

Ambtelijke molens malen langzaam? Een eufemisme. Als het niet zo droevig zou zijn, zou ik er om moeten lachen, lieve mensen, lees medeslachtoffers van de boetebengels.
Zoals u op 25 mei in deze blog hebt kunnen lezen, ben ik in beroep gegaan tegen een staaltje dienstklopperij dat mij 186 euro zou moeten kosten. Zie onder.

Op 22 juni krijg ik een brief van het OM (ontzettend moeizaam?) met een ontvangstbevestiging. Waarom moet dat zo lang duren? Maar ik erger me te vroeg. Want na lezing van het volgende, is de irritatiegrens snel bereikt:
‘De CVOM streef ernaar een beslissing op uw beroepschrift te nemen BINNEN de wettelijke termijn van ZESTIEN WEKEN. Indien deze termijn onverhoopt niet wordt gehaald, biedt de Algemene wet bestuursrecht on de mogelijkheid de beslistermij met TIEN WEKEN TE VERLENGEN.’  
Misschien moet ik 26 weken, een HALF JAAR, wachten op antwoord op mijn simpele vragen,kort samengevat: Hoe wakker was die diender in zijn vrije tijd. dat hij mij die bon aansmeerde?
Ik houd u op de hoogte.
Arno R.
IJverige diender constateert overtreding in privétijd
Ik ontving gisteren, 25 mei, een boete van 180,00 euro plus zes euro administratiekosten voor een overtreding die ik me echt niet kan herinneren. Navraag leerde dat een ijverige diender in privétijd, die blijkbaar op dezelfde weg als mij reed, iets had gezien en heeft gedacht: zo kom ik mooi en simpel aan mijn bonnenquota.
Ik ben meteen in beroep gegaan. Hieronder mijn brief aan de officier van justitie. Ik houd u, lezers, natuurlijk op de hoogte van het vervolg.
Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM)

Unit Mulder
Postbus 5000
3500 MJ Utrecht
                                                                                                                   Oudorp, 25 mei 2011
Betreft: Beroep tegen opgelegde sanctie
CJIB-nummer 0062 5421 5231 3634
dd 25 mei 2011
zaaknummer 981346
Geachte officier van justitie,
                                                     Hierbij teken ik beroep  aan tegen de mij opgelegde sanctie onder bovengenoemde nummers. Het betreft een R610-vertreding: rijstrook volgen in strijd met rood kruis: rijstrooksignalering. Plaats van handeling Velsen-Zuid, Rijksweg A208, op 11 mei van dit jaar om 16.41 uur.
Het vermeende feit, gepleegd in het gebied dat valt onder de politie Kennemerland, zou volgens de door mij bevraagde medewerker van de afdeling bekeuringen van dat korps in Haarlem,  zijn geconstateerd door een lid van het korps Hollands-Midden (Leiderdorp). Die in eigen tijd, in burger rijdend in een auto (mogelijk zijn of haar privéwagen). Hij/zij zou hebben gezien dat ik over een wegdeel reed waar rijstrooksignalering is.
Ik kan het me niet herinneren. Dus ik vraag u om een kopie van het ambtsedig opgemaakt document en/of alle stukken waaruit duidelijk en onomstotelijk blijkt dat ik in de fout ben gegaan en dat deze politiefunctionaris dat ook correct heeft kunnen waarnemen.
Waar reed (of mogelijk stond) die diender, bijvoorbeeld? Hoever achter mij, voor mij? Kortom, wat was de exacte afstand tussen zijn voertuig en het mijne?  Hoeveel auto’s zaten er tussen? Was het zicht helder? Keek hij/zij tegen de zon in, droeg hij/zij een zonnebril (en anders een bril voor veraf)?
 Reed hij/zij naast mij, bijvoorbeeld op de linkerrijstrook, wilde ik invoegen vóór de blijkbaar aanwezige signalering en was hem/haar dat niet welgevallig ? Liet wellicht een andere weggebruiker mij er niet tijdig tussen ?
Reed hij na de constatering eerst naar huis, ging eten en begon daarna aan het opstellen van zijn PV? Deed hij dat de volgende dag , en waar? Wist hij op dat moment nog precies wat hij had gezien?
 U begrijpt dat ik met veel vragen zit over de juistheid van de sanctie. Daarom stel ik mij vooralsnog op het standpunt dat ik het niet heb gedaan (op de wijze die deze functionaris schriftelijk heeft neergelegd) . Het is zijn/haar woord tegen het mijne. Ik weet door mijn werk als rechtbankverslaggever dat op ambtseed opgemaakte documenten niet altijd de toets der kritiek, lees: de goedkeuring van de rechter, kunnen doorstaan. Dus het eventuele argument, dat de agent per definitie gelijk heeft omdat…., kunt u in uw reactie kortheidshalve passeren.
In afwachting van uw antwoord,
Met vriendelijke groet,
Arno A. J. Ruitenbeek
 Marestraat 3
1829 BR Oudorp