Archief per maand:
Archief per jaar:

Schande

Ik heb lang geaarzeld of ik deze column wel moest schrijven. Zou men mij van jaloezie de metier betichten, van zuurheid? Is het verstandig, lees financieel nadelig, om als ondernemertje je nek uit te steken?

Een gesprek met mijn geliefden trok me echter over de streep. Want echtgenote en zoon zeiden wat ik dacht: ‘Het is een schande.’

Waarover spraken zij? Over het intrieste kampje van 7,5 bouwmarktblokhut en een dampige glazen doos, die de organisatoren ‘De Alkmaarse kerstmarkt’ durven te noemen. De eerste en naar ik hoop de laatste, want dit is inderdaad een schande, een aanfluiting, een misplaatste grap. Zeker voor iemand als ik, voor wie het ’t hele jaar wel kerst mag zijn. Ik houd van de ambiance.

Exact een jaar geleden schreef ik onderstaande brief aan politici en belangrijke types uit de horeca en detailhandel.

 

Heren,

 

 

                                               ‘ÍJsbaantje Alkmaar mislukt weer’, lees ik in de Alkmaarsche Courant dd 21 december.

Een ontnuchterend bericht, zeker als je, zoals ik, net terug bent van Köln in kerstsfeer. Waar op de kasseien van deze eeuwenoude stad een ijsbaantje is gebouwd. Tussen de kerststallen op kerstmarkt 1, die van de Altstadt. Want verderop, naast de Dom, is kerstmarkt 2.

Köln is bijna drie weken in december een toeristisch centrum, dat mensen van heinde en verre trekt. Economisch van groot belang voor de stad, de ondernemers en de inwoners. Want ook al komt men in eerste instantie voor de kerstversiering, de Glühwein en de daarbij horende gezelligheid, zeker en gewis bezoeken de tienduizenden ook de winkels, eet en drinkt men in de vele horecagelegenheden en slaapt men in een van de hotels.

De kerstmarktgangers doen ideeën op voor een tweede, derde en volgende bezoek, in voorjaar of zomer, aan de stad met haar vele bezienswaardigheden of een tocht(je) op de Rijn.

Jullie begrijpen natuurlijk meteen waar ik met mijn enthousiaste verhaal heen wil. Ik vind dat Alkmaar alles in zich heeft om Köln in het klein te worden. Kerststallen met koopwaar, eten en drank langs de grachten, in de eeuwenoude straten en stegen, op de pleinen in de binnenstad.

Met dat ijsbaantje, met een minikermis met reuzenrad (voor de kinderen). Alles leuk versierd, personeel van de horecakramen in middeleeuwse kledij (van Kaeskoppenstad, en waarom ook niet nog meer figuranten daarvan voor wat spektakel, zie Dickensfeest Deventer).

Ik heb jullie, bijvoorbeeld tijdens interviews voor het boek Juist!Alkmaar en uit artikelen in de media, leren kennen als creatieve geesten. Als mensen die denken in oplossingen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat jullie willen meegaan in mijn, binnenkort nader uit te werken plannen om al in 2012 een Alkmaarse kerstmarkt van de grond te krijgen die er niet om liegt.

Graag hoor ik jullie mening, liefst ongezouten. Hebben jullie namen van mensen die onmisbaar zijn bij de ongetwijfeld niet misselijke organisatie, verneem ik die graag. Zie ik belangrijke dingen over het hoofd, waarschuw of corrigeer me. Wellicht moeten we de kaaskoppen snel eens bij elkaar steken.

Ik wens jullie een goed 2012.

Hopelijk tot snel,

 

Arno Ruitenbeek

Namens NetZoGemakkelijk (in journalistieke en pr-producties)

 

De verantwoordelijke wethouder economische zaken van Alkmaar, Victor Kloos, reageerde snel en accuraat. Zoals ik van hem gewend ben. Hij loofde mijn initiatief, maar zei er tegelijkertijd bij dat ‘een bureau’ rond dezelfde tijd met dezelfde idee was gekomen en zelfs al de vergunningen had aangevraagd.

Omdat ik ook nog andere dingen te doen had en heb, en al lang blij was dat Alkmaar in de voetsporen van Keulen zou treden, heb ik het er verder bij gelaten. Maar geen moment ging de kerstmarkt in mijn woonplaats uit mijn gedachten.

Eind november, begin december vierden wij mijn verjaardag en onze trouwdag. In Keulen. Voor mijn uitwonende zoon van 23 de eerste keer en hij heeft genoten. Net als zijn ouders. Tijdens de Glühwein en de Lumumba kwam natuurlijk ‘Alkmaar’ voorbij. Hoe zou het er uit zien, in de kaasstad? Hoefden we in 2012 niet meer naar Duitsland?

Alsof we voorvoelden dat het een sof was. We kwamen er maar niet aan toe om de kerstmarkt te bezoeken. In het weekeinde voor kerst kwam het er toch van. Zoonlief, die in het centrum woont, was al geweest, toen wij hem troffen. Dat ene woord zei genoeg: Schande.

Wat een provinciaalse benepenheid, welk een kleingeestigheid. Alkmaar heeft zich van de beroerdste kant laten zien.

We weten wat we gaan doen in 2013: naar mijn geboorteplaats Deventer, voor de Dickens-feesten.

 

ARNO RUITENBEEK