Schooldirecteur verdacht van bezit kinderporno

door arno ruitenbeek

ALKMAAR – De toekomst voor Martin van der H. (53) uit Avenhorn ziet er beroerd uit. De directeur van de basisschool in het dorp staat onder serieuze verdenking kinderporno in zijn bezit te hebben gehad. Aanklaagster E. Visser eiste acht maanden cel, waarvan vijf voorwaardelijk. Advocaat M. Appelman bepleitte echter vrijspraak.

Ook als het vonnis van de Alkmaarse rechtbank op 7 december lager is, heeft het proces en de aandacht daarvoor in de media vergaande consequenties voor zijn cliënt. Appelman: ,,Hij wordt zo goed als zeker geschorst en mogelijk ontslagen.” De schorsing heeft inmiddels plaatsgehad, evenals een informatiebijeenkomst voor de geschrokken ouders van de 100 kinderen van de basisschool. Vooral het feit dat hij de verdenking voor iedereen verzweeg, zit menigeen hoog.

Appelman: ,, Een verhuizing lijkt, ongeacht de uitkomst van de strafzaak, onontkoombaar. Want men zal in die kleine gemeenschap toch denken: waar rook is, is vuur.” De raadsman adviseerde zijn cliënt direct na de zitting om zijn onwetende eigen kinderen en de directie van de schoolstichting te informeren. Alleen zijn echtgenote was op de hoogte van de rechtzitting.

Reparatie
In september 2008 merkte een Avenhornse firma bij de reparatie van Van der H.’s computer met twee harde externe harde schijven dat er vieze plaatjes met minderjarigen op stonden. De politie kwam in het geweer en vond bij onderzoek 190 foto’s die volgens de zedenwet onder de noemer kinderpornografie vallen. Op sommige afbeeldingen zijn volgens de officier meisjes jonger dan twaalf jaar te zien. De troep was verstopt onder muziekbestanden als Muziek Martin MP3, internationaal en Chris Rea Joys of Christmas. Van der H.’s kinderen konden het zo niet vinden.

Ongeluk
Visser geloofde niets van verdachtes verweer dat hij ‘mogelijk per ongeluk bij het downloaden van gewone porno heeft doorgeklikt en de kinderporno zonder dat hij het wist op zijn harde schijf was beland’.

Appelman ging voor vrijspraak in een diepgaand betoog, dat de ‘digibete’ rechters zeker aan het denken moet hebben gezet. Zo is daar de computer met toebehoren zelf: een oud ding, van de school waar Van der H. de baas is. Iedereen kon er op werken. In 2007 nam hij de afgeschreven apparatuur mee naar huis. Het recherchedossier geeft geen antwoord op prangende vragen wanneer, hoe en niet in de laatste wie de kinderporno heeft gedownload of aangeklikt.

Volgens de raadsman is de volwassenenporno in of omstreeks 2003 bekeken en bewaard, kon zijn cliënt in 2008 niet meer in deze computer en moest zelfs de recherche een speciaal programma gebruiken om de verdachte bestanden uit de krochten van het apparaat te filteren. ,,Ergo, hij kon er niet over beschikken en dat is nodig voor het bewijs. Daarenboven: een gestudeerd iemand als Van der H. brengt zijn computer toch niet naar de reparateur als hij weet dat er kinderporno op staat?”

Fouten
De verdediging ontdekte twee vormfouten, die zouden moeten leiden tot vrijspraak of minstens tot strafvermindering. Zo gaf de agent die Van der H. voor het eerst belde, niet aan dat er verdenking bestond van een strafbaar feit en dat de aangesprokene derhalve niet tot antwoorden verplicht was. Van der H.,die meende dat er ‘porno’ was gevonden, zei tegen de diender dat hij daar niet van opkeek. Een soort van bekentenis, die niet als bewijs mag meetellen. Visser was het daar mee eens.

Ander heikel punt dat Appelman aansneed, was de termijnoverschrijding. Tussen ontdekking van een strafbaar feit en het proces mag volgens het Europees verdrag voor de rechten van de mens (Evrm) niet langer dan twee jaar zitten. Hier was die 26 maanden.