Archief per maand:

Archief per jaar:

hasj

Boek drugstransporteur tijdelijk slechts 10 euro

Goed nieuws voor de velen die een goed boek wil lezen tijdens de aanstaande vakantie. Mijn allerlaatste drugstransport, de autobiografie van de Noord-Hollandse drugstransporteur Paul Keizer, is van vandaag tot en met 31 augustus te koop voor slechts een tientje.
In het boek, dat normaliter € 19,95 kost, vertelt Keizer (een pseudoniem) openhartig hoe hij van alle kanten is geplet; zowel door het criminele milieu, als door justitie waarmee hij dacht een overeenkomst te hebben.
Als het transportbedrijf van Paul Keizer failliet gaat, besluit hij hasj te gaan vervoeren om zijn vele schuldeisers snel te kunnen betalen. Hij gaat werken voor een van Nederlands grootste drugsbaronnen ooi, Charles Zwolsman. Daarmee begint 25 jaar geleden voor Keizer een periode van ongekende angst, die tot op de dag van vandaag voortduurt.
De eerste transporten vanuit Noord-Afrika voor Zwolsman lopen goed en het geld stroomt binnen. Maar vanaf het moment dat Keizer de leugens van zijn opdrachtgever beu is en besluit voor eigen rekening drugs te smokkelen, begint de ellende. Keizer en zijn gezin worden bedreigd en geïntimideerd. Zelf wordt hij diverse keren zwaar mishandeld. Een nieuw transport wordt getipt bij justitie en Keizer loopt tegen de lamp.

 

Identiteit

Na Keizers arrestatie gaan de bedreigingen en intimidaties echter onverminderd door. Ten einde raad gaat hij in op de vraag van justitie om informatie te geven over de drugsbende van Zwolsman. Keizers vooruitzicht: een nieuwe identiteit en financiële middelen. Maar als de wanhopige transporteur is leeggelopen trekken de opsporingsinstanties, lees de Staat der Nederlanden, hun handen van hem af. Paul Keizer staat er dan helemaal alleen voor. Hij ontvlucht Nederland. Vele jaren later moet hij nog iedere dag over zijn schouder kijken…
De grootste teleurstelling voor Paul Keizer is echter toch geweest dat de autoriteiten niet te vertrouwen blijken. Hij vind dat justitie speelt met levens als haar dat toevallig van pas komt. De IRT-affaire heeft volgens Keizer slechts een topje van de ijsberg van smerigheden boven water gebracht. Justitie en politie in de democratie die Nederland heet te zijn, zien er geen been in om beloftes te breken als dat hen beter uitkomt. Dat ze daarmee mensen in groot gevaar brengen, heeft hij aan den lijve ondervonden.
Paul Keizer (1954) ziet dit boek als een afrekening na 25 jaar. Op het moment heeft hij zijn zaken weer op orde, maar hij kroop hiervoor uit een ongekend diep dal. Hij heeft werk en inkomen en een leuk huis. Dit boek bevat een duidelijke boodschap aan iedereen (ook ondernemers) die in een soortgelijke positie als waarin hij zat, dreigen terecht te komen: doe het niet.

Ghostwriter

Ghostwriter is journalist Arno Ruitenbeek (1955), al meer dan 30 jaar misdaadverslaggever en auteur van onder meer Je zult maar in hun schoenen staan over de geruchtmakende moordzaak-Wijker, een gerechtelijke dwaling van jewelste. Hij heeft de vele processen rond de criminele organisatie van Zwolsman gevolgd. Voor Mijn allerlaatste drugstransport trok hij lange tijd met Paul Keizer op (zowel in als buiten de gevangenis) en sprak hij met betrokkenen.
Mijn allerlaatste drugstransport is uitgegeven bij Just Publishers en verkrijgbaar in de boekhandel. Mocht uw boekwinkel het boek niet meer hebben of kunnen bestellen, mail dan daar netzogemakkelijk@gmail.com en wij zorgen ervoor dat er voor u een exemplaar klaar ligt.

Dossier-Epskamp: ‘Enkhuizenaar er in geluisd’

Ab H. (69) uit Enkhuizen, veroordeeld voor de marteldood van Schagenaar Paul Epskamp, is er volgens zijn advocaat ingeluisd door drie oud-kompanen. Er is bijvoorbeeld bewijs dat een van hen politie-informant was.

De opzienbarende verklaring van de 33-jarige Enkhuizenaar Izaak* maakt onderdeel uit van het lijvige herzieningsverzoek dat H.’s advocaat Niek Hendriksen uit Purmerend heeft ingediend bij Nederlandse hoogste rechtsinstantie, de Hoge Raad.

Het ‘Epskamp’-proces moet over, nadat het Europese hof voor de rechten van de mens H. in februari van dit jaar in het gelijk heeft gesteld. Volgens het Straatsburgse hof heeft de Nederlandse Staat H.’s recht op een eerlijk proces geschonden. Bij verstek (H. zat vast in Noorwegen) veroordeelt het Amsterdamse gerechtshof hem in 2010 als enige verdachte tot acht jaar gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Paul Epskamp uit Schagen.

,,Het hof had niet mogen doorgaan met de behandeling, omdat duidelijk was dat Ab erbij had willen zijn. Bovendien heeft het hof hem tot een substantieel hogere straf opgelegd dan de 4,5 jaar die hij in Alkmaar kreeg, zonder dat hij zelf iets te berde kon brengen”, zei Hendriksen drie maanden geleden al. Zijn verzoek tot herziening wordt dan ook zonder meer ingewilligd, maar dat wil niet zeggen dat Hendriksen heeft stilgezeten.

Artemis

Met H., die altijd heeft beweert onschuldig te zijn, heeft hij de afgelopen tijd keihard gewerkt aan een stevig dossier ‘dat destijds het Amsterdamse hof tot de conclusie zou hebben gebracht dat H. dient te worden vrijgesproken’. De strafpleiter en zijn cliënt zijn er in geslaagd documenten boven water te krijgen, onder meer uit een andere drugszaak genaamd Artemis, waarin veel betrokkenen in de ‘Epskamp’-zaak ook een rol of rolletje speelden.

Centraal staat een trio Noord-Hollanders, de in het criminele milieu zeer bekende Zaandammer Ron* (56), Izaak en Cees* (78) uit Grootebroek. Aanvankelijk werken ze samen, later zullen vooral Ron en Izaak gebrouilleerd raken. Vier verschillende getuigen verklaren onafhankelijk van elkaar dat Ron zit achter de diefstal van 3000 kilo hasjiesj uit een loods van Joop* in Nibbixwoud, op Tweede Kerstdag 2004.

Op basis van het dossier van Hendriksen lijkt deelname daaraan door Cees en Izaak realistisch. Hij schrijft dan ook aan de Hoge Raad: “Nu deze heren, naar het zich laat aanzien, achter de verdwijning van de hasj zitten, hadden zij er alle belang bij mijn cliënt de schuld voor de dood van Epskamp in de schoenen te schuiven.”

Inderdaad denken de bestolen drugsbaronnen (die nooit zijn gevonden) dat Ab H., Joop en Epskamp de partij met een handelswaarde van vijf miljoen euro achterover hebben gedrukt. Transporteur H., omdat hij op 17 december en kort voor zijn vertrek met zijn Braziliaanse vrouw naar haar geboorteland, een vrachtwagen en een chauffeur heeft geregeld voor het vervoer van de drugs van een opslag in Mijdrecht naar Nibbixwoud. Joop omdat hij het spul onder zich had. Epskamp, die op instigatie van Joop en zonder dat de eigenaren dat weten, naar een koper moet zoeken.

Roosendaal

Januari 2005. In een pand in Roosendaal verhoren vijf of zes Noord-Afrikanen de vermeende dieven en de Marokkaanse broers El K. uit Amsterdam, die hun kennis H. hadden gevraagd de hasj uit Mijdrecht op te halen. Joop, Ab en de El K.’s mogen op een gegeven moment vertrekken, Epskamp blijft achter. Als ze op 19 januari met een boormachine zijn knieën bewerken, krijgt de Schagenaar vermoedelijk een hartstilstand en overlijdt.

Het lichaam van Epskamp wordt op 21 januari 2005 gevonden langs de A2 bij Abcoude. Zijn ribben zijn gebroken, er is geboord in zijn knieën. De daders verdwijnen in het niets. “Openbaar ministerie en politie willen voor pers en publiek iemand laten bungelen voor Epskamps dood, maar dreigen door gebrek aan bewijs met lege handen te blijven staan. Daarom wordt Ab H. geslachtofferd. Hij was er bij in Roosendaal en houdt zijn lippen stijf op elkaar.”

Ab heeft altijd volgehouden dat Izaak een politie-informant is, die valse verklaringen heeft afgelegd. Nu is er een verklaring van deze Izaak uit het Artemis-dossier opgedoken, waarin die bij de rechter-commissaris in Amsterdam zelf uit de school klapt: “Ik ben uit mijzelf naar de politie gegaan. (…) Ik heb met de CIE gepraat (red.: criminele inlichtingen eenheid, oftewel sectie stiekem).”

Hij verklapt aan de CIE dat Ron een pistool heeft en dat diezelfde Ron mensen bedreigt. Hij zou Joegoslaven afsturen op vrachtwagenchauffeur Cees als die problemen ging maken. Izaak probeert hier niet alleen weer H. zwart te maken, maar ‘weet 100 procent zeker dat Ron (ook) te maken heeft met de moord op Epskamp’.

Ron is bij verstek veroordeeld tot 4,5 jaar cel voor de hasjtransporten in de Artemis-zaak en zijn zwarte winst van 507.000 euro moest hij aan de Staat afstaan. Hij zou al jaren in Spanje verblijven. Zijn advocaat Hugo ter Brake uit Hoorn belooft een reactie op Hendriksens herzieningsverzoek te geven zodra het contact met Ron is hersteld.

*Deze namen zijn gefingeerd. Bij de redactie zijn de werkelijke namen bekend.   

 

Proces rond marteldood Schagenaar moet over

Het proces over de marteldood van Schagenaar Paul Epskamp moet over. Dat heeft het Europese hof beslist. Ab H. uit Enkhuizen is blij dat hij alsnog zijn onschuld kan bepleiten.

Alsof hij al was vrijgesproken. Zo voelde het voor de 69-jarige Enkhuizer, toen het mailtje van een van zijn advocaten binnenrolde. Na jaren in spanning te hebben gezeten, kreeg hij eindelijk de  prettige boodschap dat het Europese hof voor de rechten van de mens in Straatsburg hem in het gelijk heeft gesteld.

Oftewel: de Nederlandse Staat heeft H.’s recht op een eerlijk proces geschonden. Justitie had hem in 2010 in de gelegenheid moeten stellen om bij zijn proces in hoger beroep in Amsterdam te zijn. Bij verstek veroordeelt het gerechtshof hem echter als enige verdachte tot acht jaar gijzeling, marteling en daarop volgende dood van Paul Epskamp uit Schagen.

Hoger

,,Het hof had niet mogen doorgaan met de behandeling, omdat duidelijk was dat Ab erbij had willen zijn. Bovendien heeft het hof hem tot een substantieel hogere straf opgelegd dan de 4,5 jaar die hij in Alkmaar kreeg, zonder dat hij zelf iets te berde kon brengen”, leest raadsman Niek Hendriksen uit Purmerend uit het Straatsburgse vonnis.

Het lichaam van Epskamp wordt op 21 januari 2005 gevonden langs de A2 bij Abcoude. Zijn ribben zijn gebroken, er is geboord in zijn knieën. Hij is het slachtoffer geworden van de diefstal van 3000 kilo hasj uit een pand in Nibbixwoud. De Schagenaar was kort daarvoor gevraagd te bemiddelen bij de verkoop van de drugs.

Op het moment dat het hof zich over deze geruchtmakende affaire buigt, zit Ab in Noorwegen een straf van 5,5 jaar uit voor hulp bij een transport van 46 kilo hasj. In augustus 2013 wordt hij uitgeleverd naar Nederland, en hoort hij van de streek die hem is geleverd. Want hij had er alles voor over gehad om in de hoofdstad te vertellen dat hij onschuldig is.

,,Maar dat kwam de Nederlandse autoriteiten niet goed uit. Ze hadden de nabestaanden van Epskamp beloofd dat iemand zou worden gestraft voor de misdaad en dus moest ik weg blijven”, aldus H., die sinds vier jaar vecht hij voor heropening van het onderzoek.”

,,Het Nederlandse openbaar ministerie heeft zijn Noorse tegenvoeter een tip over dat drugstransport gegeven, zodat ik kon worden opgepakt. Het OM had daardoor vrij spel. Want  ze hebben zelf geen bewijs en ik kan aantonen dat ik niet betrokken was bij Pauls dood. Ik heb een alibi, maar dat weigert politie na te trekken. In plaats daarvan laten ze een politie-informant valse verklaringen over mij afleggen, en er wordt geknipt en geplakt in mijn videoverhoren.”

Rehabilitatie

Ab H. krijgt nu wel de kans op rehabilitatie. Door het definitieve vonnis van Straatsburg kan Nederland niet meer onder een herziening uit. Hendriksen: ,, En dat is allemaal te danken aan het knappe werk van mijn Amsterdamse collega Stijn Franken, die de kwestie bij het Europese hof aankaartte. Hem komt alle eer toe. Het is ook een heel bijzonder vonnis, want Nederland wordt maar heel zelden veroordeeld voor schending van de mensenrechten.”

Hendriksen en zijn cliënt hebben zich volledig voorbereid op een uitvoerige behandeling, en zullen eerdaags herziening aanvragen. Dat zal plaats hebben bij een ander hof dan het Amsterdamse, voor de goede orde. Het duurt dan nog enkele maanden voordat het recht zegeviert, aldus Ab, maar de vreugde is er niet minder om in Enkhuizen.

Een hasjritje met fatale gevolgen

De ‘zaak-Epskamp’ begint  op 17 december 2004. Ab H., transportondernemer en hasjhandelaar, en z’n Braziliaanse vrouw staan op het punt naar haar geboorteland te vliegen. Kort voor vertrek krijgt hij een telefoontje van de Amsterdamse broers Rachid en Hassan el K.’s, die willen dat hij een ‘ritje’ binnen Nederland verzorgt.

Ab regelt voor vertrek mensen die de drie ton brengen naar en lossen in de opslagruimte in Nibbixwoud waar Jan ‘Patat’ M. zijn frietwagens opslaat. ,,Achteraf hoorde ik dat Jan Patat eigenmachtig Paul Epskamp heeft gevraagd om als tussenpersoon te fungeren en zijn relaties te vragen of die interesse hadden.”

Op Tweede Kerstdag wordt de hasjiesj met een handelswaarde van vijf miljoen euro gejat. Het zware hek voor de loods is onbeschadigd. H.’s opdrachtgevers eisen dat hij terugvliegt. Rachid el K. haalt hen op oudejaarsavond om 19 uur van Schiphol af. ,,Jan Patat, Epskamp en ik kregen de schuld van de diefstal.”

Vermoord

Ab mag eerst het probleem zelf oplossen, maar slaagt daar niet in. De druk neemt toe, Rachid houdt hem 24 uur per dag in de gaten. Bij de Criminele Inlichtingen Eenheid van de politie Utrecht komt informatie binnen, dat de drie ‘dieven’ vermoord zullen worden. Ze moeten begin 2005 telkens weer opdraven en verantwoording afleggen, onder meer in het brugrestaurant bij Schiphol op 13 januari.

Van daaruit nemen de El K.’s hen mee naar een woning boven een café in Roosendaal. Daar wachten vijf tot zes, onbekend gebleven ondervragers die hen het hemd van het lijf vragen, onder bedreiging met honkbalknuppels. “Na vele uren mochten eerst Jan Patat en daarna ik weer gaan, respectievelijk onder begeleiding van Hassan en Rachid el K.”

Rachid neemt Ab eerst mee naar de woning van de eerste in Amsterdam. Daarna verblijven ze enkele dagen in Kopenhagen. Intussen concentreren zich de folteraars op Paul. Als ze op 19 januari met een boormachine zijn knieën gaan bewerken, krijgt Epskamp vermoedelijk een hartstilstand en overlijdt. Zijn lichaam wordt gedumpt langs de snelweg.

Rachid en Hassan el K. vluchten naar Marokko. Hassan keert op 6 november 2010 terug naar Nederland en wordt direct opgepakt. Hij ontkent bij het hof alles en wordt vrijgesproken. Rachid zet op 18 september 2013 weer voet op Nederlandse bodem. Op aanraden van zijn advocaat meldt hij zich bij de marechaussee op Schiphol en vertelt dat hij wordt gezocht.

Naspeuringen in het systeem leveren niets op. De opsporingsberichten hebben een looptijd van drie jaar. Een politiewoordvoerder zegt in 2015: ,,Het internationale samenwerkingsverband Sirene dat de berichten verspreidt onder de deelnemende landen, had de afloop moeten aangeven aan Alkmaar dat dan had moeten beslissen: stoppen of doorgaan met de zoektocht. Die melding is er niet geweest.”

Rachid adviseert de marechaussee de politie in Alkmaar, die het onderzoek in de zaak-Epskamp deed, te bellen. Daar weet men niets van Rachid af. Hij kan gaan. Een fout, die nooit wordt rechtgezet. Ab H.: ,,Voor de bühne heeft de politie gezegd dat ze deze blunder zouden herstellen. Maar ze hebben hem opzettelijk laten gaan. Ze hebben zelfs het adres in Amsterdam, waar Rachid woont. Maar ze willen hem helemaal niet vinden. Want als hij een verklaring aflegt, zal blijken dat ik ten onrechte ben veroordeeld en politie en justitie er een rommeltje van hebben gemaakt.”