Archief per maand:
Archief per jaar:

Thrillers van gewapend beton

Schateren en huiveren tegelijk: dat moet Bolitar zijn

Harlan Coben: Tegenwerking
De Boekerij
15 euro (slechts)
Schateren en huiveren tegelijk: dat moet Myron Bolitar zijn. Cobens sublieme sportagent annex  particulier rechercheur  is held en antiheld tegelijkertijd. Ook in deze al in 1996 verschenen, maar niet eerder in het Nederlandse vertaalde thriller , verslaat de Joodse Amerikaan zijn tegenstanders op alle fronten.
Met bijtende humor en tactische vondsten die jarenlange ervaring verraden maar in werkelijkheid slechts een paar minuten eerder zijn geboren. En niet  in de laatste plaats door de hulp van zijn vrienden, worstellegende Esperanza en ijskoning Windsor Horne Lockwood III.
Rijkeluiskindje Win komt goed van pas om Myron te introduceren in de hoogste kringen. Want tennistalent Valerie Simpson, beoogd klant van MB Sportsreps, is vermoord en zij is van hetzelfde oude geld als Win. Ze was bovendien ooit verloofd met de, ook vermoorde zoon van de senator. Dat de laatste een marionet is van de maffia, maakt het onderzoek van Bolitar er niet gemakkelijk op.
Tenslotte blijkt Valerie kort voor haar dood contact te hebben gehad met Myrons nieuwste tennisgrootheid, Duane Richwood. Een neger van lage komaf. Wat de relatie tussen beiden is, blijft voor de sportieve snuffelaar lang verborgen. En daar zijn verdomd goede redenen en oorzaken voor.
De intrige is, Coben eigen, van gewapend beton. De wapening zijn de karakters en de dialogen. Hoe Bolitar een politieman tot wanhoop brengt, is werkelijk prijswinnend cabaret. De diender, Roland Dimonte, wil Myron intimideren en blaft hem af, verbeten bijtend op een tandenstoker. De reactie van Myron staat de met ‘Rolly’ aangesproken sukkel niet aan: ‘Inwendig huiver ik van angst.’ ’Krijg de pest, Bolitar’. ‘Die tandenstoker doet het hem. Misschien een beetje cliché, maar jou staat het wel.’ ‘Als je je maar gedeisd houdt, wijsneus.‘  ’Mag ik binnenkomen, voordat ik het in mijn broek doe?’ Dimonte gaat dan opzij. Heel langzaam. De dodelijke blik staat nog steeds op de automatische piloot.
ARNO RUITENBEEK