Twaalf jaar voor doodschieten restauranteigenaar

Mohamed el M. (24) heeft overeenkomstig de eis twaalf jaar cel gekregen voor het doodschieten van restauranteigenaar Samir Mosa in Callantsoog. Dat gebeurde zes jaar geleden tijdens een overval op restaurant de Visserman.

De rechtbank acht bewezen dat Amsterdammer El M. samen met twee mededaders, van wie de identiteit nooit is komen vast te staan, op 20 oktober 2009 een gewapende overval heeft gepleegd op het restaurant in Callantsoog. Daarbij zijn de aanwezigen, Mosa, zijn dochter en negenjarig zoontje  en enkele werknemers, ernstig bedreigd. El M. heeft tijden de zoektocht naar buit, waarschijnlijk per ongeluk, Mosa met hagelpatronen in het hoofd geschoten. Het slachtoffer is als gevolg van ernstig hersenletsel overleden.

Het bewijs voor de betrokkenheid van verdachte berust in overwegende mate op drie pijlers, aldus het vonnis. Een verklaring van een getuige, heimelijk opgenomen gesprekken in de woning van El M. en diens vriendin alsmede een anonieme bedreigde getuige. Deze pijlers versterken elkaar en verlenen in onderling verband voldoende stevigheid aan de bewijsconstructie. Het bewijs is dan ook niet in beslissende mate gebaseerd op de verklaring van de anonieme getuige.

Anoniem

De raadsman heeft betoogd dat de verklaringen van de anonieme getuige niet gebruikt mogen worden voor het bewijs. De rechtbank deelt dit standpunt niet. Aan deze getuige is volgens een wettelijk voorgeschreven regeling de status van anonieme bedreigde getuige verleend. De rechtbank heeft deze procedure getoetst en geconcludeerd dat deze correct is verlopen, reden waarom de verklaring is toegelaten.

De vorderingen van twee dochters van Mosa tot vergoeding van schade toegewezen. Daarbij gaat het onder meer om vergoeding van shockschade tot een bedrag van 15.000 euro voor de oudste dochter en een bedrag van 8500 euro voor de jongste dochter. De oudste dochter heeft onder uitzonderlijk zware omstandigheden hulp verleend aan haar vader en de jongste dochter is direct na de overval ter plaatse gekomen en is daar met het zware hersenletsel geconfronteerd. De gevorderde vergoeding voor geleden affectieschade is niet mogelijk volgens de Nederlandse wetgeving en is dus niet toegewezen.