Archief per maand:
Archief per jaar:

Voorwaardelijk voor schietende diender

Een politieagent is tot een voorwaardelijke werkstraf van 120 uur veroordeeld voor poging doodslag gepleegd op 26 januari 2015 op de Botermarkt in Haarlem.

De diender was die dag in burger gekleed om onopvallend winkeldieven en zakkenrollers in het centrum van Haarlem te pakken. Nadat hij een man en een vrouw in het oog had gehouden die verdacht gedrag vertoonden, heeft de agent besloten om hen op te wachten bij hun auto die geparkeerd stond op de Botermarkt.

De man besloot om in te stappen en gauw weg te rijden. De agent moest opzij stappen, zodat hij niet geraakt werd door auto. In een poging om de man alsnog te arresteren, heeft de agent gericht geschoten op de auto. De achterruit sneuvelde en de man is door een deel van een metalen projectiel in zijn been geraakt. Dat hij niet dodelijk is geraakt, is volgens de rechtbank enkel aan geluk te danken. Dat leidt het rechtscollege af uit het feit dat de kogel de auto via de voorruit ter hoogte van het stuur weer heeft verlaten.

agent-wapen

De betreffende man bleek achteraf kwetsbaar door ervaringen uit het verleden en heeft sinds het schietincident last van teruggekeerde psychische problemen. De rechtbank vindt niet dat gezegd kan worden dat de agent toen hij het schot loste de bedoeling had de man dood te schieten of te verwonden. Hij wilde hem alleen maar aanhouden.

Beperkingen

Omdat de man probeerde weg te komen en verdacht werd van een strafbaar feit, had de agent in beginsel ook het recht zijn vuurwapen te gebruiken. Maar aan dat recht zitten wel beperkingen, bijvoorbeeld als de aanhouding op een andere manier kan worden bereikt. In dit specifieke geval vindt de rechtbank dat de agent niet juist heeft gehandeld, omdat er te veel gevaren en risico’s bestonden.

Gebleken is dat ten tijde van het schietincident meerdere omstanders en winkelend publiek op de Botermarkt aanwezig waren. Schieten op een rijdend voertuig midden op de dag brengt het gevaar en risico met zich mee dat omstanders door een afketsende kogel worden geraakt of dat de auto onbestuurbaar zou worden en mensen in de buurt gevaar lopen. Van al die risico’s had de agent, als geoefend schutter, zich bewust moeten zijn geweest. Door toch zijn vuurwapen te gebruiken en daar een schot te lossen heeft de agent onvoldoende oog gehad voor het leven van het slachtoffer.

Omdat de hele affaire ook voor de agent veel impact op zijn leven heeft gehad en hij lang in onzekerheid moest blijven over de afloop van zijn strafzaak, legt de rechtbank hem een geheel voorwaardelijke taakstraf op van 120 uur. Deze straf is gelijk aan de straf die de officier van justitie had geëist. Daarnaast moet de agent een bedrag van € 1.000 immateriële schade betalen aan de man.