Archief per maand:
Archief per jaar:

‘Zwempedo’ V. krijgt drie jaar

Jacob V. kon niet van kinderen afblijven. Foto: White77

Jacob V. kon niet van kinderen afblijven. Foto: White77

De rechtbank in Haarlem heeft op 25 maart 2015 de 29-jarige zwemleraar Jacob V. overeenkomstig de eis veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, waarvan een jaar voorwaardelijk. Terwijl slechts iets meer dan helft van de feiten bewezen is verklaard.

V. was zwemleraar in Spaarnwoude en gaf les aan kinderen in de leeftijd van vier tot zeven jaar. Tijdens de zwemlessen was V. bij de kinderen in het zwembad en ging hij, wanneer zij aan het zwemmen waren, met zijn hand in (of over) hun zwembroek en betastte hij de schaamstreek van de kinderen.

Aan V. waren 26 gevallen van ontucht ten laste gelegd. Daarvan acht de rechtbank er vijftien bewezen. “In deze gevallen was op essentiële punten steeds sprake van overeenkomsten in uitvoering en werkwijze van verdachte, waarbij de kinderen onafhankelijk van elkaar over de handelingen van de zwemleraar hebben verteld. Deze verklaringen versterken elkaar over en weer en zijn daarmee redengevend voor het bewijs in elkaars zaken.”

In elf gevallen was de rechtbank van oordeel dat niet uit te sluiten was dat de verklaring van het betreffende kind was beïnvloed door de manier waarop deze was bevraagd of omdat het kind voor het afleggen van zijn verklaring informatie over de gedragingen van de zwemleraar bij andere kinderen had gekregen. Dit stond aan een bewezenverklaring in de weg.

Lager

Alhoewel V. van meer feiten is vrijgesproken dan de officier van justitie in haar eis had betrokken, heeft de rechtbank bepaald dat niet kon worden volstaan met een lagere straf dan was gevorderd, gelet op de aard, de ernst en de veelheid van feiten.

Daarbij was ook van belang dat V. niet heeft willen meewerken aan onderzoek naar zijn persoon en er daardoor geen aanknopingspunt was om V. ter bescherming van de maatschappij een vorm van behandeling of toezicht op te leggen. V. heeft het vertrouwen dat de slachtoffers en de ouders in hem stelden als zwemleraar op zeer ernstige wijze beschaamd.

Vertrouwen dat hij eerst had gewonnen door zichzelf en de zwemschool aan te prijzen als een plek waar – ook kwetsbare – kinderen terecht konden voor hun zwemles. De verschillende indringende slachtofferverklaringen illustreren welke impact het handelen van verdachte op de kinderen en andere gezinsleden heeft gehad.

De rechtbank heeft een proeftijd van tien jaar aan het voorwaardelijk verbonden. Die gaat lopen op het moment dat V. uit de gevangenis komt. Hij mag dan tien jaar lang niet als zwemleraar werken en mag geen werkzaamheden of activiteiten met kinderen onder de zestien jaar verrichten. Als hij dat wel doet, kan de voorwaardelijk opgelegde straf alsnog ten uitvoer worden gelegd. Dat betekent dat hij dan opnieuw de gevangenis in moet.

Schadevergoeding

De rechtbank heeft in de gevallen, waarin tot een bewezenverklaring is gekomen, aan de slachtoffers, die schade hadden gevorderd, zowel materiële als immateriële schade toegekend. De materiële schade ziet op kosten die zijn gemaakt, zoals reis- en parkeerkosten en door ouders opgenomen verlofdagen.

De immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd, heeft betrekking op psychische of lichamelijke gevolgen van de ontucht voor de kinderen. De benadeelden hoeven niet zelf te proberen deze bedragen te incasseren, dat zal in eerste instantie de Staat doen, omdat de rechtbank in alle gevallen de bijbehorende schadevergoedingsmaatregelen heeft opgelegd.